Ga verder na de inhoud
Wie beslist wat binnen het gezin?
Onderzoek

Wie beslist wat binnen het gezin?

Wat doen gezinnen met hun tijd en met hun budget? Drie economen ontwikkelden een model om die keuzes te verklaren én te voorspellen.

5 minuten
12 november 2020

Wie beslist of een gezin gaat skiën? Of er geld gaat naar dure hobby’s voor de ouders of naar kleren voor de kinderen? Hoe zit het met de verdeling van huishoudelijke taken? Economen Laurens Cherchye, Frederic Vermeulen en Bram De Rock bestuderen al ruim vijftien jaar hoe gezinnen omspringen met de tijd en de middelen die ze tot hun beschikking hebben. “Neem twee quasi volledig identieke gezinnen met bijvoorbeeld twee lagereschoolkinderen: je zal toch verschillen zien inzake consumentengedrag en tijdsbesteding. Wij hebben modellen ontwikkeld om die variatie te analyseren en te verklaren. Onze modellen geven vooral inzicht in hoe grotere beslissingen worden genomen: hoeveel uur werken de partners buitenshuis, hoeveel tijd of middelen gaan er naar de kinderen? Het gaat dus niet over de vraag wie bepaalt of er vanavond pizza of frieten op het menu staat.”

In 2004 begonnen de drie economen samen te werken om een theoretisch wiskundig vraagstuk op te lossen. Sindsdien is hun onderzoek steeds meer geëvolueerd. Aanvankelijk lag de focus op louter beschrijven hoe tijd en middelen binnen gezinnen verdeeld worden, en hoe die verdeling afhangt van de onderhandelingspositie van partners binnen gezinnen. Steeds vaker echter trachten ze een verklaring te bieden voor de onderhandelingspositie zélf die iemand inneemt. Is het bijvoorbeeld zo dat de persoon die het meest verdient het meest te zeggen heeft over beslissingen inzake tijdsbesteding en uitgaven? En wat is een mogelijk mechanisme dat hierachter schuilt?

Met onze modellen kunnen we tot op zekere hoogte voorspellen wie er meer kans loopt om te scheiden.

Recent bestudeerden de drie economen hoe in Malawi de onderhandelingspositie van partners kan worden verklaard door hun positie op de huwelijksmarkt. “We hebben modellen ontwikkeld die een verband leggen tussen de economische aantrekkelijkheid van een partner voor mogelijke andere partners, met andere woorden de kwaliteit van zijn of haar exit-opties uit het huidige huwelijk, en de mate waarin hij of zij beslissingen kan nemen binnen het gezin. Die modellen lijken de reële situatie in Malawi goed te beschrijven en te verklaren. We zien dat partners waarbij er geen overeenstemming is tussen de onderhandelingspositie binnen het gezin en hun potentiële kansen op de huwelijksmarkt sneller tot een echtscheiding overgaan. Zo kunnen onze modellen tot op zekere hoogte voorspellen wie er meer kans loopt om te scheiden. Bovendien kan je de onderhandelingspositie die vrouwen hebben in het gezin trachten te beïnvloeden via beleid, door bijvoorbeeld de scholingsgraad van vrouwen te verhogen of door vrouwvriendelijke echtscheidingswetgeving.”

Gezin MG 9802s

Op die manier kan je ook stimuleren dat er meer wordt geïnvesteerd in de kinderen. Over het algemeen wordt er immers van uitgegaan dat moeders meer over hebben voor hun kinderen dan vaders, reden waarom in veel landen de kinderbijslag rechtstreeks op de rekening van de moeder wordt gestort. “In gezinnen waar de moeder het meest te zeggen heeft, kan je dus verwachten dat er meer middelen naar de kinderen gaan. In sommige ontwikkelingslanden, waar vrouwen vrijwel nergens zeggenschap over hebben, moet je daar rekening mee houden als je de levensomstandigheden van kinderen wil verbeteren. Je moet dan vooral focussen op het verbeteren van de onderhandelingspositie van hun moeders.”

De onderzoekers bestuderen ook op welke manier koppels en gezinnen tot stand komen. Zeker in een land als Malawi, waar zeer veel armoede heerst, spelen economische motieven een belangrijke rol bij de partnerkeuze. Maar ook in onze maatschappij maken mensen bewust of onbewust economische afwegingen, zeggen de onderzoekers. “Zo zie je bijvoorbeeld dat hooggeschoolden vooral relaties aangaan met andere hooggeschoolden.” Toch spelen uiteraard ook andere zaken mee. “In ons meest recente onderzoek houden we daarom ook rekening met elementen als match quality: hoe goed passen mensen bij elkaar, los van het materiële aspect.”

Hoogopgeleide ouders werken meer uren buitenshuis dan laagopgeleide ouders én besteden drie uur per week meer tijd aan hun kinderen

Kloof steeds groter

Onderzoek als dit kan maatschappelijk heel relevant zijn, zeggen de drie economen. Zo trachten ze bijvoorbeeld te begrijpen hoe het komt dat sommige ouders meer tijd investeren in hun kinderen dan andere. “Het zal niet verbazen dat hoogopgeleide ouders veel meer uren buitenshuis werken dan laagopgeleide ouders. Wel verrassend is dat ze desondanks ook drie uur per week meer tijd besteden aan hun kinderen. Er is veel wetenschappelijke evidentie dat veel tijd besteden aan kinderen een positieve impact heeft, onder meer op hun latere kansen op de arbeidsmarkt. Als je begrijpt waarom er op dat vlak verschillen zijn tussen gezinnen kan dat nuttig zijn met het oog op eventuele beleidsmaatregelen. Dat is des te belangijker omdat, zoals gezegd, relatievorming steeds meer gebeurt tussen hooggeschoolden enerzijds en laaggeschoolden anderzijds. Zo wordt de kloof tussen kansrijke en kansarme kinderen steeds groter. “

Degelijke vaststellingen zouden bijvoorbeeld een argument kunnen zijn voor het verlagen van de leeftijd waarop kinderen naar school moeten. Op die manier kan de overheid corrigeren voor het feit dat bepaalde gezinnen minder tijd investeren in hun kinderen. Zo kan je de kloof tussen kansrijke en kansarme kinderen in een vroeg stadium trachten te verkleinen. Dat is uiteindelijk veel goedkoper voor de maatschappij omdat daarmee op termijn extra uitgaven vermeden kunnen worden. Kansarme kinderen lopen immers een grotere kans op werkloosheid en gezondheidsproblemen in hun latere leven.

Gezin MG 9950s

Steeds vaker buigen de onderzoekers zich ook over concrete vraagstukken: “Met onze modellen kan je voorspellen wat het effect zal zijn van bepaalde beleidsmaatregelen op hoe tijd of middelen binnen gezinnen worden besteed, en dus op het welzijn van de kinderen in die gezinnen. Je zou er bijvoorbeeld ook mee kunnen berekenen hoeveel alimentatie er bij een scheiding moet worden toegewezen. Of wat de impact kan zijn van wetgeving op gendergelijkheid. Zeker sinds ons onderzoek vorig jaar werd bekroond met de Francqui-prijs voelen we dat er bij de overheid interesse is voor onze modellen om concrete beleidsvraagstukken te onderzoeken.”

Dat de Francqui-prijs naar drie onderzoekers tegelijk ging, was trouwens een primeur. “In ons domein wordt er soms nog wat raar aangekeken tegen dat erg intensief samen onderzoek doen. Wij zijn er echter van overtuigd dat onze resultaten net voortspruiten uit onze goede samenwerking.”

Heeft dit onderzoek je nieuwsgierig gemaakt naar meer?