Ga verder na de inhoud
Van ‘I mean’ tot ‘you know’: irritante stoplappen, ideale smaakversterkers?
© Shutterstock
Onderzoek

Van ‘I mean’ tot ‘you know’: irritante stoplappen, ideale smaakversterkers?

Tussenwerpsels als ‘you know’, ‘like’ en ‘I mean’ duiken vaak op in Engelstalige gesprekken. Taalkundigen onderzochten het gebruik ervan.

7 minuten
04 maart 2021

‘And how was your year?’ ‘Well, like … you know …’ Soms zegt een hoop nietszeggende woordjes meer dan een helder betoog of een Shakespeareaanse monoloog. Tussenwerpsels als ‘you know’, ‘like’ en ‘I mean’ duiken dan ook veelvuldig op in Engelstalige gesprekken. Taalkundigen van KU Leuven namen dit soort woordjes onder de loep, en onderzochten het gebruik ervan bij moedertaal- en niet-moedertaalsprekers van het Engels.

Tenzij u een taalkundige achtergrond hebt, is de kans klein dat u ooit hebt gehoord van ‘pragmatic markers’, en dat kunnen we u bezwaarlijk kwalijk nemen. Toch kent én gebruikt iedereen ze. Sterker nog: ze duiken voortdurend op wanneer we met elkaar praten.

“Pragmatic markers zijn woordjes of frasen die de betekenis van een boodschap niet veranderen, maar die we gebruiken om ons vlotter uit te drukken of om ergens de nadruk op te leggen”, zegt professor Engelse taalkunde Lieven Buysse. “Denk aan Nederlandstalige uitdrukkingen zoals ‘ik bedoel’, ‘snap je?’ of ‘ik heb zoiets van’ … Of aan Engelstalige markers zoals ‘you know?’, ‘I mean’ of ‘like’. Je kan die markers zonder problemen laten vallen en nog steeds een perfect verstaanbare en grammaticaal correcte zin overhouden. En toch zijn ze belangrijk voor de gesproken taal.”

Pragmatic markers
© Stocksy

Aandachtstrekker

Pragmatic markers hebben een uitgesproken ‘signaalfunctie’, zegt Buysse. Zo kunnen ze onder meer bijdragen aan de samenhang van een verhaal of de verstandhouding met onze gesprekspartner gaaf houden. Maar in de eerste plaats brengen ze leven in een gesprek.

“Er zijn verschillende soorten markers die elk op hun manier bijdragen aan het sociale aspect van taal. Sommige zorgen bijvoorbeeld voor structuur en geven aan waar we ons precies in de conversatie bevinden. Denk aan een woordje als ‘so’, dat we gebruiken om een gevolg te trekken, een verhaal af te ronden of om de aandacht te trekken voor we aan onze uitleg beginnen. Anderzijds heb je ook markers die meer ‘interpersoonlijk’ zijn, en waarmee je je gesprekspartner rechtsreeks aanspreekt. Een zinnetje als ‘you know’, bijvoorbeeld, dat je gebruikt om bijval te zoeken óf om na te gaan of je publiek nog mee is met je verhaal. Of ‘I mean’, waarmee je iets kan nuanceren, of omgekeerd, iets sterker verwoorden. ‘I mean: seriously?’”

“Markers kunnen meerdere functies vervullen, afhankelijk van het gesprek dat je voert. ’Like’ kan je gebruiken om aan te geven dat er een verduidelijkend voorbeeld volgt, maar je kan er ook duidelijk mee maken dat wat je zegt niet honderd procent correct is, dat het een benadering is van wat je bedoelt. ‘There were like four or five people in the room.’ Of je kan het gebruiken om tijd te kopen, wanneer het gesprek even stokt. Je laat een pauze vallen en geeft aan dat je nog nadenkt over wat je wil zeggen, maar dat je beurt nog niet voorbij is.”

Markers kunnen meerdere functies vervullen, afhankelijk van het gesprek dat je voert. ‘Like’ kan je gebruiken om een voorbeeld te geven, maar evengoed om wat tijd te kopen.

Context

Professor Buysse en zijn team deden onderzoek naar het gebruik van pragmatic markers in Engelstalige conversaties. Dat deden ze voor drie duidelijk afgelijnde sprekersgroepen: moedertaalsprekers van het Engels, niet-moedertaalsprekers die de taal op een hoog niveau aanleren, zoals Vlaamse studenten taal- en letterkunde, en niet-moedertaalsprekers die het Engels gebruiken als een ‘lingua franca’. “Denk bij die laatste groep aan mensen die op het werk Engels spreken met hun collega’s”, duidt Buysse. “Of aan internationale studenten, die met hun medestudenten Engels praten en alle lessen in die taal volgen.”

De onderzoekers gingen ervan uit dat pragmatic markers voornamelijk zouden voorkomen in het taalgebruik van moedertaalsprekers, en in mindere mate bij de ‘lingua franca’-sprekers, terwijl de Vlaamse studenten ze weinig of niet zouden gebruiken. “Maar dat blijkt totaal niet te kloppen”, zegt Buysse. “Alle drie de groepen maken veelvuldig gebruik van pragmatic markers. Dat gaat zelfs op voor ‘you know’ en ‘I mean’, markers die heel sterk tot de informele taal worden gerekend.”

Dat ook Vlaamse studenten hun toevlucht zoeken tot die pragmatic markers wekte verbazing bij de onderzoekers. De markers worden immers niet aangeleerd binnen een onderwijscontext, en sommige worden zelfs afgeraden door leerkrachten of professoren Engels. “Jongeren pikken die markers ongetwijfeld op uit films, Netflixseries of YouTube-filmpjes, maar het is niet omdat je weet dat ze bestaan dat je ze ook zelf gaat gebruiken. Net omdat het gebruik ervan vaak wordt afgekeurd in de les of bij opdrachten, gingen we ervan uit dat jongeren zich er minder op hun gemak bij zouden voelen.”

“Dat laatste bleek overigens ook uit een eerdere studie”, zegt Buysse. “In een setting waarbij jongeren Engelstalige gesprekken voerden met onderzoekers, bleek dat niet-moedertaalsprekers amper ‘like’ gebruikten. Terwijl uit onze studie blijkt dat ze dat wél doen onder gelijken, in een gesprek met vrienden of medestudenten. In een natuurlijke, ongedwongen sfeer, zeg maar. Veel hangt dus af van de context. Terwijl native speakers in zowat elk geval gebruikmaken van pragmatic markers – wellicht omdat ze dat al van jongs af aan doen – maken Vlaamse studenten toch een sterker onderscheid tussen de registers. Ze passen hun taal aan afhankelijk van de gesprekspartner en de omgeving waarin ze zich bevinden.”

’Native speakers’ gebruiken woordjes als ‘you know’ en ‘like’ in alle omstandigheden. Vlaamse studenten maken een sterker onderscheid tussen registers: ze passen hun taal aan afhankelijk van de gesprekspartner en de omgeving.

Kameleongedrag

Aan de hand van vragenlijsten gingen de onderzoekers ook na in hoeverre de deelnemers vertrouwd zijn met pragmatic markers en of ze weten wat ze precies betekenen. Daarnaast vroegen ze hoe de sprekers zélf staan tegenover het gebruik van die markers. Storen ze zich eraan? Of net niet?

“Met dat luik van het onderzoek zijn we nog volop bezig, maar de eerste resultaten tonen aan dat meer structurerende markers zoals ‘well’ of ‘so’ weinig uitgesproken meningen oproepen. Dat is niet vreemd: zoals gezegd kunnen ze bijdragen tot de structuur van je verhaal , ze zijn erg wendbaar omdat je ze zowat overal in een zin kan gebruiken, en we kennen ze ook uit meer formeel taalgebruik. ‘Like’ en ‘you know’ daarentegen roepen wél hevige reacties op, zowel negatieve als positieve.”

Toch werden ‘like’ en ‘you know’ in de gesprekken veelvuldig gebruikt, óók door deelnemers die aangaven zich eraan te storen. “Er bestaat geen correlatie tussen de perceptie van de markers en het gebruik ervan. Wie negatief staat tegenover ‘you know’ zal het niet minder vaak gebruiken dan iemand die er wel positieve gevoelens bij heeft, en omgekeerd. Net omdat je ze zo vaak hoort, neem je ze onbewust over. Kameleongedrag, dus.”

Buysse en zijn team willen de meningen over specifieke markers en het gebruik ervan nog meer in detail gaan bekijken. “We zijn alle data die we hebben nu grondig aan het analyseren”, zegt Buysse. “Bij elke spreker checken we of die heftige gevoelens heeft tegenover een of meerdere markers, of welke markers die persoon dan wel of niet gebruikt, waarom hij of zij die gebruikt ...”

Wie negatief staat tegenover een marker als ‘you know’ zal die niet minder vaak gebruiken dan iemand die er wel positieve gevoelens bij heeft, en omgekeerd. Omdat je ze zo vaak hoort, neem je ze onbewust over.

(Non-)verbaal

In de toekomst wil Buysse de Engelstalige markers ook aftoetsen aan vergelijkbare woordjes of zinnetjes in het Nederlands.

“We zouden graag te weten komen welke Nederlandstalige markers het meest worden gebruikt, wat hun functie is en welke linken er zijn met hun Engelstalige tegenhangers. En zodra we die informatie hebben, kunnen we ook onderzoek doen naar non-verbale communicatie, zoals gebaren of oogbewegingen. Ook die dragen immers bij aan het verloop van een gesprek. Al die talige en niet-talige elementen willen we in kaart brengen en bekijken hoe ze op elkaar inwerken. Dat alles zal ongetwijfeld boeiend materiaal opleveren, dat ons een nog betere inkijk geeft in hoe we interactie verrijken met informatie, zonder die expliciet onder woorden te brengen.”

Heeft dit onderzoek je nieuwsgierig gemaakt naar meer?

Ontdek ons onderzoek en opleidingen.