Ga verder na de inhoud
Valt er nog te lachen na #MeToo?
Onderzoek

Valt er nog te lachen na #MeToo?

Na #MeToo kreeg vrouwonvriendelijke humor de wind van voren: de grap was er af. Zijn we overgevoelig? Of kunnen we foute moppen best missen?

6 minuten
01 januari 2021

Na #MeToo kreeg ook vrouwonvriendelijke humor de wind van voren: de grap was er plots af. Zijn we overgevoelig geworden? Of kunnen we die foute moppen echt wel missen? We leggen enkele stellingen voor aan twee onderzoeksters. Giselinde Kuipers is een sociologe die humor onderzoekt. Liesbet Stevens is experte seksueel strafrecht.

Stelling #1: #MeToo was het kantelpunt voor foute humor

GISELINDE KUIPERS: “Er was al vóór #MeToo iets aan het schuiven in de samenleving. De gevoeligheden waren al een tijdje aan het veranderen, bij vrouwen, maar bijvoorbeeld ook bij etnische minderheden. En natuurlijk heeft dat ook gevolgen voor onze humor. Tot een tiental jaar geleden moest humor hier vooral hard zijn. Soms betekende dat ook behoorlijk vrouwonvriendelijk. Er is een kentering: humor wordt absurder, vriendelijker.”

LIESBET STEVENS: “#MeToo is inderdaad eerder een hoogtepunt in een beweging die al gaande was. We hebben in België in 2014 al de seksismewet goedgekeurd, en we hadden in 2015, twee jaar vóór #MeToo, ook al #WijOverdrijvenNiet, rond straatintimidatie tegen vrouwen. Dat ging natuurlijk wel over serieuzere zaken dan grapjes.”

Het is gewoon ongelijk verdeeld: mannen en humor zijn een optelsom, vrouwen en humor niet.

Stelling #2: We zijn overgevoelig geworden. Een grapje is tenslotte maar een grapje.

STEVENS: “Dat is nu net één van de klassieke manieren om vrouwen af te schepen: ‘Het was maar een grapje, als je daar al niet tegen kunt!’ Dat kluwen van seksueel getinte grapjes en ongemakkelijk weglachen, daar zijn we nog niet klaar mee. We gaan nog te snel mee in die verdedigingslinie van de dader, zeker in gezelschap. Het slachtoffer voelt zich dan gedwongen om mee te lachen met de grappenmaker van dienst. Terwijl iedereen aanvoelt: dit is geen grap, dit is niet leuk. Dit is het omgekeerde van leuk. Zijn we dan overgevoelig als we dat zeggen?”

KUIPERS: “Humor is in elk geval niet onschuldig. Het is nooit ‘maar’ een grapje. Grappen geven wel degelijk stereotypen door, en versterken ze zelfs. Humor kan je ook in slaap sussen, in een staat van ‘verlichte verdoving’ brengen. Het ene moment lach je dan mee met een seksistische grap, en het volgende moment kan je makkelijker serieuze vormen van agressie tolereren.”

Stelling #3: Elke seksistische grap is een daad van agressie

KUIPERS: “Dat is dan weer een stap te ver. We moeten erg voorzichtig zijn met dat soort grote woorden. Er bestaat vandaag een discours rond ‘micro-agressie’: elk grapje is daarin een mogelijke daad van agressie. Maar niet elke seksistische grap zadelt het slachtoffer met een levensgroot trauma op. Agressie veronderstelt voor mij ook dat de grappenmaker doelbewust kwetst. Vaak gebeurt dat juist ongewild.”

“Zeker, we moeten humor serieus nemen, maar té serieus werkt contraproductief. Humor is ook een smeermiddel, dat juist wat lichtheid kan brengen in discussies over zware thema’s als gender en seksisme. Als je humor helemaal in de ban doet, valt dat ook weg.”

STEVENS: “Ik worstel al lang met de vraag hoe je met humor omgaat in het strafrecht. #MeToo ging ook over perspectieven en grenzen, en humor betekent juist spelen met perspectieven en grenzen. Het is niet omdát iemand zich gekwetst voelt door een grap, dat dat per definitie strafbaar moet zijn. Een sterke democratie moet een foute grap aankunnen. Wij dragen in ons recht de vrijheid van expressie hoog in het vaandel, we laten bewust veel ruimte voor humor. Ik raad iedereen aan: spréék vooral met elkaar, leg uit dat je gekwetst bent en waarom. Want telkens als we het strafrecht nodig hebben, hebben we gefaald.”

De clichégrappen gáán ook altijd over vrouwen. Een mop over een zakenman? Er schiet me niet meteen één te binnen.

Stelling #4: Vrouwen en mannen hebben een verschillend gevoel voor humor.

KUIPERS: “Ze hadden vooral, en dat hebben ze nog, een verschillende positie in de samenleving. Humor werkt als volgt: hoe hoger op de ladder, hoe guller de lach. En mannen hebben altijd hoger gestaan. Een Amerikaans onderzoeker heeft dat ooit geturfd bij het personeel van een ziekenhuis. Er werd het vaakst gelachen met grappen van de diensthoofden – mannen, het minst met grappen van verplegend personeel – vooral vrouwen.”

“Het is gewoon ongelijk verdeeld: mannen en humor zijn een optelsom, vrouwen en humor niet. Ik vroeg eens voor een onderzoek: ‘Ken je iemand met een goed gevoel voor humor?’ Bijna allemaal, mannen én vrouwen, noemden ze een man. Vrouwen die grappig zijn, verliezen voor veel mensen een deel van hun vrouwelijkheid. Ooit zei iemand me letterlijk over een vrouwelijke humorist: ‘Dat moet zo’n meisje toch niet doen?’ Vrouwelijke comedians grijpen daarom ook vaak naar zelfspot, de klassieke strategie van de underdog.”

STEVENS: “De clichégrappen gáán ook altijd over vrouwen: domme blondjes, huisvrouwen, prostituees ... Probeer maar eens het omgekeerde, vind eens zo drie mannelijke stereotypen. Een mop over een zakenman? Er schiet me niet meteen één te binnen.”

Me too2 web

Stelling #5: Een man die meelacht met een dommeblondjesmop, is een seksist.

KUIPERS: “Nee, natuurlijk niet. Je kunt heel goed lachen met iets waar je het niet per se mee eens bent, gewoon omdat het een goed gevonden grap is, of omdat ze geweldig gebracht wordt.”

STEVENS: “Je kunt een man ook moeilijk verwijten dat hij een mannelijke blik heeft. De socioloog Michael Kimmel zei: ‘Privilege is invisible to those who have it.’ Privilege creëert een blinde vlek: je bent niet altijd gevoelig voor wat je niet zelf hebt meegemaakt. Een hele samenleving kun je wél verwijten dat ze alleen met die mannelijke blik kijkt. In een echt gelijke wereld staat er naast elke seksistische grap over vrouwen, een seksistische grap over mannen, en liefst nog honderd niet-seksistische.”

Stelling #6: Ook mannen zijn slachtoffer van seksistische humor.

KUIPERS: “Er worden echt véél minder grappen over mannen gemaakt. En als het gebeurt, voelt het minder erg voor de man. In onze westerse wereld heerst het gevoel dat humor beter is, en minder schadelijk, als ze omhoog trapt, als ze zich richt tegen groepen met meer macht. Dus àls er een grapje over mannen wordt gemaakt, dan wordt dat minder erg gevonden. En als je – als man – al in een voordelige positie zit, is het makkelijker om je schouders op te halen.”

“Kunnen vrouwen zich meer permitteren dan vroeger? Ja. Meer dan mannen? Nee. Er worden nog altijd meer seksistische grappen door mannen gemaakt.”

STEVENS: “Iets is pas seksistisch als het mensen opsluit in een stereotype dat hun mogelijkheden beperkt. Dat kán natuurlijk ook bij mannen. Als je als man om 16u zegt: ‘Ik stop wat vroeger, want ik moet mijn kinderen van school halen’, en je wordt daar voortdurend belachelijk mee gemaakt, dan heeft dat een even nadelig effect. Alleen: in de praktijk, als een man zoiets zegt, dan zijn dat meestal helden! (lacht)

Stelling #7: Door #MeToo zijn we straks verlost van foute humor.

STEVENS: “Maar neen! En moet dat ons streefdoel zijn? Het doel moet zijn dat er meer diverse humor komt. Dat er ook meer met mannen gelachen wordt, bijvoorbeeld. Ik weet zeker dat ik zelf ook al seksistische grappen heb gemaakt over mannen. Uiteraard mag je wat plagen, maar als je systematisch met dezelfde lacht, dan wordt het pesten. En humor mag geen excuus worden voor pestgedrag.”

KUIPERS: “Er is wel een bewustzijn geland bij de oudere generatie, maar het is zeker niet weg. Vandaag is het eerder: ‘Dat mag ik vast niet zeggen, maar’ … en dan toch de grap. Het lijkt me gemakkelijker om een nieuwe generatie op te voeden, en ik heb ook het gevoel dat het bij de jeugd écht verschuift.”

“Je krijgt wel soms een backlash. Een kleine groep vindt platte seksistische humor vandaag nog altijd stoer. Niet zo lang geleden nog zag ik een comedian onverbloemd seksistische praat staan verkondigen. Ik kon dat alleen maar bijzonder puberaal vinden. Het is ook zó gemakkelijk, even heel hard op andermans tenen gaan staan. Misschien moeten ze eens proberen of ze ook zichzelf pijn durven te doen?”