Ga verder na de inhoud
Toerisme in tijden van corona: ticketje binnenland
© Visit Flanders
Onderzoek

Toerisme in tijden van corona: ticketje binnenland

Ontdekken we deze zomer met z’n allen dat de ideale vakantiebestemming binnen de eigen landsgrenzen ligt?

10 minuten
29 juni 2020

De coronacrisis heeft onder meer het toerisme een optater van jewelste verkocht. Kan de sector zichzelf heruitvinden? En ontdekken we deze zomer met z’n allen dat de ideale vakantiebestemming binnen de eigen landsgrenzen ligt?

Het is uiteraard niet de eerste crisis die de toeristische sector treft. Ons eigen land werd voor veel reizigers tijdelijk een no-go area na de aanslagen van 22 maart 2016 op de luchthaven van Zaventem en het Brusselse metrostation Maalbeek. Professor Dominique Vanneste (Afdeling Geografie en Toerisme) onderzocht hoe groot die impact was, op basis van interviews met toeristen en cijfers over het aantal vluchten en overnachtingen. “We kwamen tot gelijkaardige bevindingen als eerdere onderzoeken na vergelijkbare crisissen: na een halfjaar tot een jaar zie je het vertrouwen geleidelijk aan terugkeren en raakt het toerisme in de getroffen regio er stilaan weer bovenop.”

Maar de huidige toestand is van een andere orde, zegt Vanneste: “Een crisis die echt de hele wereld treft hadden we nog niet meegemaakt. Je kan niet om het getroffen gebied heen ‘fietsen’ en naar een regio reizen waar het business as usual is. Deze crisis duurt ook lang, waardoor heel wat kwetsbare ondernemingen al kopje onder zijn gegaan. Voor de toeristische sector is dit sowieso een kaalslag.”

Je kan niet om het getroffen gebied heen ‘fietsen’ en naar een regio reizen waar het ‘business as usual’ is.

Safety first

Hoe het toerisme na de coronacrisis er precies zal uitzien, is nog moeilijk te zeggen. Volgens Vanneste is visitor management alleszins een blijver. Als we op reis gaan, is de eerste voorwaarde dat we ons op de bestemming veilig en onbedreigd kunnen voelen. Door deze crisis zijn we bereid om daarvoor maatregelen te aanvaarden die de toeristenstroom in gezonde banen leiden: verplicht reserveren, time slots, looprichtingen en zonering … Een ingreep die we al minder sympathiek zullen vinden zijn prijsverhogingen, bedoeld om enkel nog de echt gemotiveerde bezoekers aan te trekken.

Africa Museum Tervuren
© Africa Museum Tervuren

“Dat is natuurlijk niet allemaal nieuw”, zegt Vanneste. “Musea en pretparken passen al langer visitor management-technieken toe. Maar dat zal nu ook gebeuren op plaatsen die moeilijker te monitoren zijn. Of we ooit een toegangskaartje voor Venetië of Brugge zullen moeten boeken? Zover zijn we nog niet, maar kijk naar onze Belgische kust: de burgemeesters van de kustgemeentes zijn gaan samenzitten om een gezamenlijke aanpak voor de heropstart van het kusttoerisme te bespreken. Zoiets was vóór de coronacrisis, op die schaal en zo ingrijpend, niet denkbaar.”

Rijk België

Lange tijd zag het ernaar uit dat buitenlandse reizen deze zomer helemaal uit den boze zouden zijn. Inmiddels is er weer groen licht voor een aantal bestemmingen. Maar wil je urenlang in de besloten ruimte van een vliegtuig zitten om daar te geraken? En het risico nemen dat je er in een lockdown terechtkomt? Of nog erger: in een ziekenhuis waar ze je taal niet spreken? Veel mensen nemen het zekere voor het onzekere en kiezen voor een vakantie in eigen land of een buurland.

“In landen die traditioneel op buitenlandse toeristen mikken hebben ze daarom de switch moeten maken”, zegt Vanneste. “Bepaalde Spaanse badplaatsen hebben op een gegeven moment beslist om de stranden in zones op te delen en de veiligheid ervan te benadrukken, in eerste instantie om de eigen bevolking naar de costa’s te krijgen.”

Ook België heeft een – ietwat bescheidener – kustlijn, die sowieso een toevloed aan binnenlandse toeristen trekt in de zomer. Heeft ons land genoeg andere troeven om een overrompeling daar te vermijden? Is België niet te monotoon? Integendeel, vindt professor Vanneste. We hebben kunststeden die ze ons in het buitenland benijden, prachtige natuur in de Kempen en de Ardennen, en ideale landschappen voor slow tourism, zoals de Westhoek of de Vlaamse Ardennen.

We hebben enorm veel variatie in ons landschap, dat ook nog eens erg fijnmazig is. Je moet het alleen willen zien.

“We hebben enorm veel variatie in ons landschap, dat ook nog eens erg fijnmazig is”, zegt Vanneste. “Vergelijk het met de VS: daar kan je een dag rondrijden en nog altijd in dezelfde scenery zitten. Bij ons vind je op een beperkte oppervlakte heel verschillende uitzichten, ook dankzij het gevarieerde bodemgebruik: van veeteelt tot akkerbouw, van bomenrijen tot open kouters. Je moet het alleen willen zien.”

Wandelen met ezels

De toeristische sector kan de bezoeker daar nog beter bij helpen, vindt Vanneste. Ze deed zelf onderzoek naar toerisme in Haspengouw: een zacht glooiend landschap met akkers en boomgaarden, kerken en kastelen. Uit interviews met beleidsmakers uit de plaatselijke toerisme- en erfgoedsector blijkt dat zij het potentieel van hun regio nog niet ten volle uitspelen. “Ze mikken vooral op het bloeiseizoen van de fruitbomen om toeristen te trekken, maar zien onvoldoende in dat het Haspengouwse landschap op zich waardevol erfgoed is”, zegt Vanneste.

“Je kan dat nochtans als toeristisch product promoten, bijvoorbeeld door te vertellen hoe het historisch gegroeid is. In het buitenland wordt het landschap wel vaak uitgespeeld als erfgoed, denk aan de wijngaarden in Frankrijk, Italië, Latijns-Amerika of Californië. Of aan de koffievelden in Colombia en Brazilië.”

Beleidsmakers zien onvoldoende in dat het Haspengouwse landschap op zich waardevol erfgoed is.

Nog een tip van Vanneste voor regio’s die hun aantrekkingskracht willen vergroten: presenteer de troeven gebundeld. Het plattelandstoerisme in de Vlaamse Ardennen laat op dat vlak bijvoorbeeld kansen liggen, vindt ze, opnieuw op basis van eigen onderzoek. “Een aantal gemeentes voeren promotie voor het eigen aanbod, maar er is meer nodig als ze verder willen mikken dan alleen dagjestoeristen. Als de gemeentes en toeristische organisaties samenwerken, kunnen ze uitpakken met vijf kerken in plaats van één kerk, of tien boerderijen in plaats van twee. Zo verhoog je ook de kans dat toeristen beseffen: Hier is zoveel te zien, ik kom zeker nog eens terug.

Het toerisme in de Vlaamse Ardennen zou zijn aantrekkingskracht nog kunnen vergroten als gemeentes en toeristische organisaties meer zouden samenwerken.
Het toerisme in de Vlaamse Ardennen zou zijn aantrekkingskracht nog kunnen vergroten als gemeentes en toeristische organisaties meer zouden samenwerken.
© Dominique Vanneste

In een nieuw onderzoek verzamelt Vanneste met collega’s van de onderzoeksgroep Toerisme nog meer ideeën om het binnenlands toerisme aantrekkelijker te maken. Ze vonden enkele organisaties uit de toeristische sector bereid om een speelse enquête op hun Facebook-pagina’s te zetten. Bezoekers konden er hun voorkeur aanduiden uit twee reisformules – bijvoorbeeld: gaan varen met een kano of kamperen in een privétuin – en zelf nog een extra idee aanreiken.

We zien dat mensen graag willen wandelen, zolang er maar een extra element aan vasthangt: een wandeltocht met dieren bijvoorbeeld.

“Daar zitten veel bruikbare invalshoeken tussen, die we nu aan het bekijken zijn met de toeristische organisaties in kwestie”, zegt Vanneste. “We zien bijvoorbeeld dat mensen graag willen wandelen, zolang er maar een extra element aan vasthangt: een wandeltocht met dieren bijvoorbeeld. Er bestaan trouwens al dergelijke formules. In de Vlaamse Ardennen kan je op pad gaan met ezels die je picknick en je kleine uk dragen, om maar iets te noemen.”

Honeymoon in Knokke-Heist

We beschouwen vakantie en reizen als een recht. In tijden van burn-out is het ook bepaald geen overbodige luxe. Maar hebben we van een vakantie in eigen land evenveel psychologische deugd als van een verre trip? “De perceptie van afstand is nu inderdaad helemaal anders dan honderd of zelfs vijftig jaar geleden”, zegt Vanneste. “Toen vonden mensen de Belgische kust al erg ver. Ze kwamen er soms zelfs pas voor het eerst op huwelijksreis. Nu gaan we op huwelijksreis naar de Malediven.”

Illustratie: Oostende, 1895. De perceptie van afstand is helemaal veranderd. Vroeger vonden mensen de Belgische kust al ver, nu zoeken we het steeds verder als we op vakantie gaan.
Illustratie: Oostende, 1895. De perceptie van afstand is helemaal veranderd. Vroeger vonden mensen de Belgische kust al ver, nu zoeken we het steeds verder als we op vakantie gaan.

“De verre trips die we maken zijn dan soms ook nog eens een teleurstelling omdat de bestemming niet beantwoordt aan het idyllische plaatje dat we in de brochures of in de media gezien hebben. In tegenstelling tot wat zij ons voorspiegelen, blijken we er niet alleen te zijn en moeten we overal aanschuiven. Dus gaan we het de volgende keer nóg verder zoeken.”

Als je in eigen land een plekje vindt waar het rustig is en je jezelf kan zijn, zal je inzien dat je dat gevoel van onthechting echt niet ver hoeft te zoeken.

Ook wat dat betreft kan de coronacrisis voor een ommezwaai zorgen, denkt Vanneste. “Als je in eigen land een plekje vindt waar het rustig is en je jezelf kan zijn, zal je inzien dat je dat gevoel van onthechting echt niet ver hoeft te zoeken. Het weer zal wel een belangrijke rol spelen: als we kunnen genieten van een zonnige vakantie in eigen land, mét veel rust en ruimte, zullen we volgend jaar minder snel geneigd zijn om voor een druk Spaans strand te kiezen.”

Ban het buffet

Onze planeet zou ons daar dankbaar voor zijn: het massatoerisme begint ecologisch steeds zwaarder te wegen. “Als het ons menens is met een duurzamer toerisme, lijken prijsverhogingen me onvermijdelijk”, aldus Vanneste. “In vliegtuigtickets zouden bijvoorbeeld ook de kosten voor het milieu verrekend moeten zitten, zoals het lawaai en de luchtverontreiniging.”

“Door de coronacrisis zal het toerisme op een aantal plaatsen wellicht sowieso duurder worden: omdat een aantal hotels en andere ondernemingen failliet is gegaan, is de concurrentiedruk voor de overblijvers minder groot. Prijs kan zeker een goede regulator zijn om de toeristenstromen onder controle te houden, maar je moet natuurlijk ook oog hebben voor de sociale kant. Op reis gaan moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn.”

Vanneste benadrukt dat er op het vlak van duurzaamheid al veel goede wil is in de toeristische sector. Al komen sommige initiatieven vervaarlijk dicht in de buurt van greenwashing: bedrijven doen zich groener voor dan ze daadwerkelijk zijn. “Veel hotels vragen je om handdoeken niet op de vloer te leggen als ze niet vervangen moeten worden, omdat ze zo water kunnen besparen”, zegt Vanneste. “Wat ze dan weer niet zeggen, is dat ze vaak de helft van het buffet moeten weggooien. Ook die minder zichtbare dingen moeten aangepakt worden, in dit geval door de gasten weer aan tafel te bedienen. Zo bewaar je ook nog eens fysieke afstand, wat meegenomen is in coronatijden.”

Bloemetjes, bijtjes en billijke contracten

Een groener toerisme is uiteraard niet alleen de verantwoordelijkheid van de aanbieder: ook bij de consument moet het bewustzijn groeien. “Ik denk dat er zeker een mentaliteitswijziging is, maar voorlopig alleen bij een kleine groep die zich echt zorgen maakt om de klimaatverandering”, aldus Vanneste. “Als je kijkt naar wie er op straat komt voor klimaatmarsen, is dat vooral de jongere generatie. Maar ook bij hen blijft de prijs toch het belangrijkste criterium als ze hun vakantie uitstippelen.”

“Ik kreeg net nog een masterthesis binnen van een student die onderzocht in hoeverre duurzaamheid een beslissingsfactor is bij toeristen aan de Belgische kust. Houden ze er rekening mee bij de keuze voor een bepaalde kuststad of accommodatie? Dat is amper het geval: die factor blijkt nog altijd nauwelijks mee te spelen.”

Veel hotels zijn zo betaalbaar omdat goedkope werkkrachten achter de schermen alles draaiende houden.

Wat ook nog onvoldoende doordringt, is dat duurzaamheid niet alleen een kwestie van ecologie is. Het gaat om veel meer dan alleen de bloemetjes en de bijtjes: duurzaamheid heeft ook economische, culturele en sociale aspecten. “Veel hotels zijn zo betaalbaar omdat goedkope werkkrachten achter de schermen alles draaiende houden”, zegt Vanneste. “Vaak hebben ze zogenaamde zero hour-contracten, waarbij de werkgever geen minimum aantal uren werk garandeert. In de winter is er geen werk voor hen, in de zomer moeten ze bij wijze van spreken 7 dagen op 7, 24 uur op 24 paraat staan.”

“Bedrijven die zich als duurzaam willen presenteren moeten ook dáárvan werk maken: geef je mensen een billijk contract en vermeld dat in je communicatie. Dan kunnen consumenten er ook meer rekening mee houden als ze hun keuzes maken. Nu hebben we amper oog voor dat aspect van toerisme, omdat we bovenal een onbezorgde vakantie willen.”

Over keuzes gesproken: welke vakantieplannen heeft professor Vanneste zelf? “Wij houden het bij verlengde weekends in de Veluwe (streek in Nederland met veel natuur – red.) en in de Ardennen. Echt een vakantie corona style dus.”

Toerisme Vlaanderen lanceerde recent de app YouFlanders, die een overzicht geeft van het toeristische aanbod in Vlaanderen. De app heeft ook een druktebarometer en geeft aan welke COVID-19-maatregelen van toepassing zijn.