Ga verder na de inhoud
Portret van emeritus professor Marc Waelkens (1948 – 2021): “Ik heb veel geluk gehad in mijn leven”
In memoriam

Portret van emeritus professor Marc Waelkens (1948 – 2021): “Ik heb veel geluk gehad in mijn leven”

Professor Waelkens over zijn levenswerk, Sagalassos, koken, Leonard Cohen en planespotting. “Ik zie elke dag als een geschenk. Zeker nu.”

7 minuten
24 februari 2021

Zeven jaar is professor Marc Waelkens intussen al met emeritaat. Al die jaren bleef zijn levenswerk, de opgraving en wederopbouw van de antieke stad Sagalassos in West-Turkije, hem na aan het hart liggen. Maar er is veel meer waarover hij enthousiast kan worden. Uitgebreid koken, naar Leonard Cohen luisteren en vliegtuigen spotten bijvoorbeeld. “Zeker nu ik ongeneeslijk ziek ben, zie ik elke dag als een geschenk.”

Het mooiste compliment? Een Turkse prehistoricus zei me dat pas sinds ik naar Sagalassos gekomen ben, de prehistorie en de klassieke archeologie dezelfde taal spreken.

Wanneer wist u dat u archeoloog zou worden?

“Toen ik zes was. In Robbedoes had ik een stripverhaal gelezen over Heinrich Schliemann, de negentiende-eeuwse ontdekker van Troje. Dat wilde ik ook, opgravingen doen in Turkije.”

Wat is er zo bijzonder aan archeologie? En aan Sagalassos?

“Archeologie probeert een maatschappij te reconstrueren in al haar aspecten: economie, religie, politiek, milieu … Dat gaat nooit vervelen. En Sagalassos is natuurlijk uitzonderlijk goed bewaard, vanwege de ligging bovenop een heuvel. Maar logistiek gesproken was het project bij de aanvang een nachtmerrie: er waren geen wegen, er was geen elektriciteit, geen water, geen telefoonverbinding …”

Wat ziet u zelf als uw belangrijkste verwezenlijking?

“De interdisciplinariteit die ik van bij het begin in het Sagalassos-project heb gebracht. Dat was destijds helemaal niet gebruikelijk in de klassieke archeologie; enkel in het prehistorisch onderzoek. Uiteindelijk zouden er zo’n twaalf disciplines betrokken worden, van antropologen tot zoölogen. Het mooiste compliment kreeg ik van een Turkse prehistoricus. Hij zei me dat pas sinds ik naar Sagalassos gekomen ben, de prehistorie en de klassieke archeologie dezelfde taal spreken.”

Portret van emeritus professor Marc Waelkens (1948 – 2021): “Ik heb veel geluk gehad in mijn leven”

Wat was het meest pakkende moment van uw loopbaan?

“Er zijn er zoveel geweest … Bijvoorbeeld toen we konden aantonen dat een bepaald soort vissen-DNA dat we in Sagalassos aantroffen, afkomstig is van katvissen die zeven eeuwen lang uit de Nijl naar daar zijn gebracht, gepekeld of gedroogd. Ik had daarvoor in Syrië een paar katvissen gekocht en in buisjes meegenomen naar huis – na tien dagen stonk dat behoorlijk (lacht). Of toen ik eind jaren 90 de brokstukken van een groot beeld van Dionysos – dat daar 1.300 jaar zo had gelegen – omdraaide en opeens in het intacte gezicht van de god staarde. Toen was ik tot tranen toe bewogen. Een ander mooi moment was toen ik in 2000 de Solvay-prijs kreeg uit handen van Koning Albert, en de koning met mijn moeder ging praten.”

Wat is het beste advies dat u ooit gekregen hebt?

“Ik deed op school Latijn-wiskunde, tegen mijn zin, en studeerde ’s avonds op mijn eentje Grieks. Op mijn emeritaatsviering heb ik de leraars in de bloemetjes gezet die me gestimuleerd hebben om mijn eigen weg in te slaan en geen ingenieur te worden, zoals iedereen van me verwachtte.”

Hebt u een hobby?

“Ik heb er drie. Ik ben graag bezig met de bloemen en planten in mijn tuin en mijn serre. Voor ik ziek werd, kookte ik ook graag heel uitgebreid voor een groep vrienden, inclusief een mooi gedekte tafel met aangepaste bloemen en kaarsen. Kruidenolieën en dergelijke maakte ik ook zelf. Ik ben ervan overtuigd dat aan verschillende gerechten tegelijk werken en intussen orde houden in je keuken, zoals ik thuis geleerd heb, me in staat heeft gesteld om een project als Sagalassos te leiden. Multitasken.”

“En ten slotte: ik ben gefascineerd door vliegen. Voor mijn zeventigste verjaardag wilde ik een duoparachutesprong doen, maar ik woog net iets te veel. En nu kan het niet meer. Op zolder staan enkele duizenden modelvliegtuigjes, de volledige geschiedenis van de luchtvaart. Ik ging geregeld planespotten in Zaventem en als ik naar een congres moest, hield ik naast de prijs van de vlucht ook rekening met het type vliegtuig – ik wilde overal eens in gevlogen hebben.”

Ik probeer elke dag te zien als een geschenk, vooral nu. Niemands pad gaat over rozen, wat telt is hoe je ermee omgaat.

Hebt u een motto?

“Toen ik in 2009 werd geridderd, koos ik als wapenspreuk Ex scientiarum concordia veritas, ex officiis humanitas: er is geen wetenschappelijke waarheid zonder interdisciplinariteit, en geen menselijkheid zonder dienstbaarheid.”

Welk boek ligt er op uw nachtkastje?

“Ik ben bezig in de trilogie van Hilary Mantel over Thomas Cromwell.”

Van welke film of serie hebt u onlangs genoten?

Darkest Hour, over Churchill tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik hou van historische films, behalve als ze over de Oudheid gaan, want dan erger ik me aan de fouten in de kostuums en de decors. En de tv-reeks Big Little Lies vond ik grandioos.”

Waaraan hebt u een hekel?

“Aan mensen die zichzelf te zeer au sérieux nemen.”

Is er een voorwerp dat u zou redden als uw huis in brand stond?

“Hier is ooit ingebroken, alles lag overhoop. Ik wilde enkel weten of mijn medailles er nog waren, die van de Solvay-prijs, en die van de prijs voor grote staatsverdiensten die ik in 2002 had gekregen van Turkije. De rest kon me niet schelen.”

Waelkens MG 7624s

Van welke muziek houdt u?

“Een van mijn favorieten is Leonard Cohen. Op mijn begrafenis mag Joan of Arc klinken, zijn duet met Jennifer Warnes. If he was fire, oh she must be wood. Net zoals Sagalassos me eigenlijk een beetje heeft verteerd. En zoals mijn ziekte dat nu met me doet.”

“Ook de Vier Letzte Lieder van Strauss in de versie van Gundula Janowitz kunnen me enorm ontroeren. Ik kreeg de plaat van collega’s toen ik in Princeton verbleef, in het Institute for Advanced Study. Nadat ze waren vertrokken heb ik het opgezet op het hoogste volume, met alle ramen open, en de tranen liepen over mijn gezicht. Of Maria Callas die Casta Diva zingt. Een ander magisch moment: de laatste avond vorig jaar in ons favoriete restaurant in Rome. Het regende pijpenstelen, maar plots klaarde het op, en begon een straatmuzikant, in een straal zonlicht, Pink Floyds Shine on You Crazy Diamond te spelen.”

Welk boek zal u altijd bijblijven?

Come, Tell Me How You Live, van Agatha Christie. Geen detective, maar een dagboekverslag van een campagne in Syrië waarop ze haar echtgenoot, die archeoloog was, vergezelde. Ze vertelt daarin op meesterlijke en humoristische wijze over de kleine kantjes van de archeologen, over de grote en kleine wrijvingen.”

“De enige ploeg die vóór ons in Sagalassos is geweest, was een Oostenrijks team, eind 19de eeuw. Vanwege een uitbraak van gele koorts hebben ze de site voortijdig verlaten. Toevallig heb ik in Wenen de nazaten ontmoet van de arts die mee was op die campagne. Zij hebben me zijn memoires gegeven. Daarin lees je precies dezelfde toestanden.”

Als ik naar een congres moest, hield ik naast de prijs van de vlucht ook rekening met het type vliegtuig – ik wilde overal eens in gevlogen hebben.

Naar wie kijkt u op?

“Naar Angela Merkel. Er zijn geen grote staatsmannen meer, en figuren als Trump en Poetin zijn om bang van te worden. Maar Merkel is zo eenvoudig, en heeft tegelijk zo’n autoriteit – zij houdt de EU recht op dit moment. Ik hoop dat ze nog lang mag aanblijven.”

“Een historische figuur voor wie ik enorm veel respect heb, is keizer Augustus. Hoe hij van die republiek met al haar burgeroorlogen een geoliede staat heeft gemaakt die anderhalve eeuw gebloeid heeft, een gouden eeuw, ook op cultureel gebied. Zijn tijdgenoten moeten dat als een enorme omwenteling ervaren hebben, heel tastbaar ook in de aanleg van infrastructuur, riolering, watervoorziening … Ook Sagalassos kende onder zijn bewind een transformatie.”

Wat is de grootste les die het leven u heeft geleerd?

“Dankbaar zijn voor wat je krijgt en oog hebben voor de mooie dingen. Ik probeer elke dag te zien als een geschenk, vooral nu. Niemands pad gaat over rozen, wat telt is hoe je ermee omgaat. Toen ik mijn verdict kreeg, heb ik besloten om het beste te maken van de tijd die me nog rest.”

“Je zal me niet horen klagen: ik heb een fantastisch leven gehad. Ik ben blij dat ik daar nu in mijn laatste maanden zo op kan terugkijken, dat is niet iedereen gegund. Ik heb heel veel geluk gehad.”

Ook gepubliceerd in...

Sonar

Lente 2021