Ga verder na de inhoud
Pop in de aula: van Be-Bop-A-Lula tot Bieber
© KU Leuven - RS
Onderzoek

Pop in de aula: van Be-Bop-A-Lula tot Bieber

In het vak popmuziek schetst docent Jeroen D’Hoe het brede plaatje van pop. Van de oudste blues tot de nieuwste beats.

13 minuten
05 juli 2021

Wat hadden The Beatles met Singin’ in the Rain? Waarom geen Kendrick Lamar zonder Miles Davis? En hoe heette de middeleeuwse voorloper van Bob Dylan? Drie quizvragen die KU Leuven-studenten vlot kunnen beantwoorden na het volgen van het vak popmuziek. Docent Jeroen D’hoe schetst daarin het brede plaatje van pop, van de oudste blues tot de nieuwste beats, en stelt scherp op enkele tijdloze parels.

In 2019 pionierde KU Leuven door als eerste Belgische universiteit een tweejaarlijks vak ‘popmuziek’ aan te bieden. Inmiddels is het vak een vast onderdeel van de bachelor musicologie, maar ook andere studenten kunnen aanschuiven.

“De cursus kwam er deels op vraag van de studenten”, vertelt docent Jeroen D’hoe, zelf musicoloog en componist. “Popmuziek werd al onderwezen aan een aantal hogescholen, maar die opleidingen richten zich voornamelijk op studenten met muzikale ambities. Een academische benadering van popmuziek was er nog niet. Dat terwijl popmuziek – de naam zegt het zelf – het belangrijkste muziekgenre is binnen de populaire cultuur. Als je musicologen een breed beeld wil schetsen van de muziekgeschiedenis, kan je dus niet om de 20ste en 21ste eeuw heen.”

“Tijdens de lessen heb ik het over de grote stromingen binnen pop en hoe die zich verhouden tot maatschappelijke ontwikkelingen”, zegt D’hoe. “Daarnaast ga ik dieper in op de muziek zelf. Je kan popmuziek natuurlijk niet bestuderen zoals klassieke muziek, omdat ze haar eigen ‘taal’ en spelregels heeft. Maar het genre is niet minderwaardig. In de VS, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland buigen universiteiten zich er al zo’n dertig jaar over. Er bestaan zelfs journals die uitsluitend artikels over popmuziek publiceren. Bovendien zijn er popartiesten die als componist of uitvoerder echt wel het niveau van een Mahler of Bach halen.”

Beatles c Mirrorpix Alamy Stock Photo HR B3 ND72
© Mirrorpix Alamy Stock Photo

Tin Pan Alley

Naar schatting worden er dagelijks zo’n 40.000 popliedjes op de wereld losgelaten. Nog véél meer nummers hebben zich de voorbije decennia in het collectieve geheugen genesteld. Hoe stel je zo’n cursus popmuziek samen? En waar begin je in godsnaam? Op het moment dat Chuck Berry ‘Maybellene’ uit z’n Gibson wringt, Elvis heupwiegend bakvisharten verovert en Jerry Lee Lewis toont dat je ook met je achterwerk piano kan spelen?

“Veel mensen denken bij het startpunt van pop inderdaad aan rock-‘n-roll, maar daar gaat al een hele geschiedenis aan vooraf”, zegt D’hoe. “De eerste sporen van ‘populaire muziek’ vind je al aan het eind van de negentiende eeuw. Grosso modo op het moment dat de grammofoonplaat zijn intrede doet. Een belangrijke voorloper is de blues, die ontstaat uit de ‘worksongs’ die zwarte slaven op de plantages zingen, en die immens populair wordt in de jaren twintig en dertig. Via de komst van de elektrische gitaar en de rhythm-and-blues verandert die muziek, tot artiesten als Chuck Berry er weer een nieuwe variant op bedenken. Zonder blues was er geen rock-‘n-roll geweest, en geen popmuziek zoals we die vandaag kennen. Het hangt allemaal samen.”

In de eerste lessen spendeert D’hoe uitgebreid aandacht aan blues en aan het Great American Songbook. “De canon van de populaire muziek en de ‘jazz standards’ uit het begin van de twintigste eeuw”, duidt hij. “Denk maar aan liedjes uit grote Broadway- of vroege Hollywoodmusicals met Fred Astaire. Of aan Tin Pan Alley, een New Yorks collectief van muziekproducers en songschrijvers dat bijna alle hits uit die periode leverde, en waar legendarische songwriters als Irving Berlin, Cole Porter en George Gershwin deel van uitmaakten.”

Miles c Pictorial Press Ltd Alamy Stock Photo HR A2 JN58
© Pictorial Press Ltd Alamy Stock Photo

Be-Bop-A-Lula?

Heel wat van die nummers zijn inmiddels van de radar verdwenen. Zonde vinden we, want wat te denken van geinige songtitels als ‘Makin’ Whoopee’, ‘The Night We Called It A Day’, en ‘I've Grown Accustomed To Her Face’? Doen hits uit de jaren twintig, dertig of veertig nog een belletje rinkelen bij studenten vandaag?

“Daar zou je van versteld staan”, zegt D’hoe. “Heel wat liedjes uit het Great American Songbook worden vandaag bijvoorbeeld vertolkt door Michael Bublé, Jamie Cullum of Diana Krall. Hedendaagse artiesten van wie de ouders van studenten vaak cd’s hebben liggen. Veel van die liedjes zijn ook nog te horen in talentenjachten op tv of in films. Tijdloze nummers als ‘White Christmas’, ‘My Funny Valentine’ of ‘Moon River’ … Op die manier pikken jongeren dat op.”

Hoe is het over het algemeen gesteld met de popmuziekkennis van de jeugd? Kennen ze hun ‘klassiekers’? “Dat varieert”, vertelt D’hoe. “Vroege rock-‘n-roll zegt jongeren bijvoorbeeld niet meer zo veel. Als ik vraag waaraan ze denken bij ‘Be-Bop-A-Lula’ zullen ze misschien gokken dat het een rock-‘n-roll-liedje is, maar ze zullen er geen artiest meer kunnen opplakken.”

“Tegelijk blijkt uit onderzoek dat twintigers hedendaagse hits moeilijker in hun muzikale geheugen opslaan dan bepaalde klassiekers. Dat ligt wellicht aan het generische karakter van die recente nummers. Ze zijn vaak gebaseerd op een bepaalde formule en lijken daardoor sterk op elkaar. Recente liedjes van pakweg Justin Bieber, Beyoncé of Kelly Clarkson zijn al na een paar maanden vergeten, terwijl je ‘Bohemian Rhapsody’ van Queen maar één keer hoeft te horen en het blijft voor altijd hangen.”

Jongeren beseffen volgens D’hoe ook minder dat er een historische lijn door muziek loopt. Zo werkt de muziek uit het Great American Songbook, net als de blues, door in het werk van latere supersterren. “Paul McCartney is bijvoorbeeld opgegroeid met de platen van oude Broadwaymusicals à la Singin’ in the Rain. Die invloed neemt hij natuurlijk mee in zijn eigen werk. Luister maar naar een nummer als ‘When I’m 64’, dat erg beïnvloed is door die ‘jazz standards’ en evengoed in de jaren dertig zou kunnen zijn geschreven. In mijn lessen probeer ik die muzikale verbanden te tonen.”

Naast classics komt ook werk van relevante artiesten van de laatste jaren aan bod.

Oorwurmen

Als we het hebben over popmuziek, kunnen we moeilijk om The Beatles heen. Sinds de jaren zestig weten ze zowat elke nieuwe generatie te verleiden met hun catchy meezingers. Hoe valt dat succes te verklaren? “The Beatles wisten de ritmische rock-‘n-roll van Chuck Berry te vermengen met de aanstekelijke melodieën van de Tin Pan Alley-songs. Je krijgt dus een combinatie van witte én zwarte cultuur. Nummers als ‘She Loves You’, ‘I Want to Hold Your Hand’ of ‘Help!’ klinken vanwege de melodie fantastisch als je ze speelt op een akoestische gitaar, maar de elektrische energie en sound van rhythm-and-blues geven ze nog iets extra’s. Daar komen dan nog eens invloeden bij uit de traditionele Britse folkmuziek, wat je goed hoort in een nummer als ‘Norwegian Wood’.”

“Los daarvan waren Lennon, McCartney en Harrison gewoon heel sterke componisten, die voortdurend evolueerden en baanbrekend werk leverden, zonder het grote publiek uit het oog te verliezen. ‘Strawberry Fields Forever’ uit 1967 is best een experimenteel en complex nummer voor die tijd, maar het is tegelijk één van de meest bekende Beatlessongs. Zowat al hun nummers zijn oorwurmen. ‘Penny Lane’ blijft na een luisterbeurt een hele dag in je hoofd hangen. Songs die volstrekt uniek zijn én eenvoudig klinken, daarin ligt de kracht van The Beatles.”

D’hoe laat de Fab Four dan ook uitgebreid aan bod komen in het tweede grote lesdeel, dat onder meer focust op de periode van de rock-‘n-roll in de fifties, en de vele pop- en rockgroepen die daar in de sixties uit voortvloeien. “In die decennia krijgt de ‘moderne pop’ vorm”, zegt D’hoe. “Vanuit rock-‘n-roll ontstaan verschillende vertakkingen. Denk bijvoorbeeld aan de hardrock van Jimi Hendrix, de bluesrock van The Rolling Stones of de folkrock van The Byrds.”

“Er ontstaat ook voor het eerst iets als een jeugdcultuur, die volledig samenvalt met muziek. Ik laat de periode eindigen met Sgt. Pepper van The Beatles, een album waarop heel veel elementen uit de muziekgeschiedenis samenkomen en dat tegelijk zo vernieuwend is dat het op zijn beurt talloze artiesten beïnvloedt.”

Popmuziek is geen minderwaardig genre. In de VS, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland buigen universiteiten zich er al zo’n dertig jaar over. Er bestaan zelfs journals die uitsluitend artikels over popmuziek publiceren.

Tekstuele hoogstandjes

In de laatste twee delen zoomt D’hoe in op het fenomeen singer-songwriter, en het ontstaan van hiphop. “Singer-songwriters zijn eigenlijk een genre apart”, zegt hij. “De nadruk ligt even sterk op de tekst als op de muziek. Artiesten als James Taylor of Paul Simon geven zich bijvoorbeeld echt bloot in hun nummers, zingen op een poëtische manier over hun worstelingen of zielenroerselen. Dat is toch iets anders dan liedjes over meisjes, auto’s of ‘blue suede shoes’ (lacht).

Het genre kent ook een lange voorgeschiedenis, aldus D’hoe. “Al in de middeleeuwen had je rondtrekkende troubadours die hun eigen muziek componeerden en teksten schreven. Eén van die oersinger-songwriters is de Britse luitspeler John Dowland, die enorm succesvol was in de zeventiende eeuw. Daarnaast is er een sterke link met folkmuziek, al heeft die laatste een meer politieke lading. Bob Dylan – zowat dé grootste singer-songwriter van zijn tijd – is bijvoorbeeld sterk beïnvloed door folkzangers als Woody Guthrie en Pete Seeger. Zijn vroege protestsongs – ‘Blowin’ in The Wind’, ‘The Times They Are a-Changin'’ of ‘The Lonesome Death of Hattie Carroll’ – stoelden nog sterk op die folktraditie, terwijl hij later meer persoonlijke teksten begon te schrijven.”

Tussen de ‘ho’s’, ‘nigga’s’ en ‘bitches’ vind je ook in hiphop tekstuele hoogstandjes. D’hoe vertelt zijn studenten hoe het genre tot stand komt in de jaren zeventig, en fietst ook langs andere zwarte muziekgenres uit de voorbije decennia. “Veel van die genres stromen voort uit gospel”, zegt hij. “Zo hoor je de wisselwerking tussen de voorzanger en het koor, en de vraag-en-antwoordstructuur van zwarte kerkliederen ook terug in soul en motown. Denk aan James Brown, die zijn teksten als een prediker scandeert en repliek krijgt van zijn achtergrondzangers. Ook funk en disco komen daaruit voort. En wanneer dj’s die muziek gaan mixen en mc’s daarop rappen krijg je de vroege hiphop.”

Hiphop oefent ook een invloed uit op andere muziekgenres, en voorziet ze vaak van een modern jasje. “De rhythm-and-blues van pakweg Ray Charles klinkt bijvoorbeeld behoorlijk anders dan de r&b van Beyoncé of Rihanna, die binnen de hiphop ontstaat. Ook soulmuziek en motown krijgen een make-over. Denk maar aan de muziek van Amy Winehouse, die eigenlijk ‘neosoul’ maakte.”

Uit onderzoek blijkt dat twintigers hedendaagse hits moeilijker in hun muzikale geheugen opslaan dan bepaalde klassiekers.

Gepimpte vlinder

De laatste jaren is hiphop alleen maar belangrijker geworden binnen de popmuziek. Het genre heeft rock praktisch helemaal verdrongen. Is rock op sterven na dood? “Dat denk ik niet, maar het wordt meer en meer een niche. De populaire muziek bij de jeugd is hiphop en elektro. In de toekomst zal rock misschien het lot van blues beschoren zijn. Er zijn nog steeds bluesmuzikanten en bluesfestivals, maar het is al lang niet meer het populaire genre dat het was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Misschien wordt rock ook iets voor een beperkter maar trouw publiek.”

Tijdens de lessenreeks gaat D’hoe dieper in op enkele legendarische albums (zie ook kader) die telkens een bepaald genre ‘verklanken’. “Echte case studies”, zegt hij. “Ik heb gemerkt dat de theorie daardoor bevattelijker wordt voor studenten. Als het gaat om singer-songwriters neem ik er bijvoorbeeld een vroeg Dylanalbum bij, én gaan we dieper in op Graceland van Paul Simon – zijn grote comebackplaat. Maar het zijn niet enkel ‘classics’. Ik besteed ook aandacht aan relevante artiesten van de laatste jaren. Zo bespreek ik het hiphopalbum To Pimp a Butterfly van Kendrick Lamar, of Overgrown van de elektropopartiest James Blake.”

Er is véél hedendaagse muziek. Hoe scheid je het kaf van het koren? “Ik kijk naar wat een artiest betekent voor de muziek op zich, maar ook naar de sociale impact die hij of zij heeft”, zegt D’hoe. “James Blake zoekt bijvoorbeeld de grens op tussen elektro, klassieke muziek en avant-garde, en creëert zo een nieuw soort elektropop. Kendrick Lamar wist hiphop te vernieuwen door op een originele, complexe manier te rappen én jazz in zijn muziek te verwerken. Op To Pimp a Butterfly hoor je zelfs gedempte trompetten, zoals bij Miles Davis. Tegelijk stelt hij maatschappelijke problemen aan de kaak – luister maar naar een nummer als ‘Alright’, over Black Lives Matter. Ik denk dat de kans groot is dat de jeugd over dertig jaar nog naar die platen luistert.”

Magische muziekjes

Naast hoorcolleges waarin D’hoe de historische en stilistische evoluties in popmuziek belicht, zijn er ook werkcolleges waarin studenten musicologie popsongs gaan analyseren. “Hoe ontstaat een popnummer en uit welke bouwblokken bestaat het? Ik zoom bijvoorbeeld in op een bepaald arrangement, de rol van de producer bij het mixen van een nummer, of de manier waarop de opnamestudio als extra ‘instrument’ wordt gebruikt. Bij die analyses ga ik steevast aan de piano zitten. Als ik het heb over een bepaald akkoord of melodietje waarop ik de aandacht wil vestigen kan ik het even spelen – dat maakt het ook fijn voor de studenten.”

De analysetechnieken kunnen studenten musicologie later goed van pas komen in het beroepsleven, aldus D’hoe. “Bovendien kunnen ze ook hun masterproef over pop maken, wat een extra troef kan zijn als ze zich verder willen ontwikkelen in die richting. Dergelijke musicologische kennis kan erg nuttig zijn als ze een carrière als muziekrecensent ambiëren, bijvoorbeeld. Of als ze een job zoeken in de concert- en festivalwereld.”

Gaat de magie van muziek niet verloren als je ze begint te analyseren? “Ik probeer daar waakzaam voor te zijn”, zegt hij. “Je mag je niet verliezen in details en moet het totaalplaatje bewaren. Analyses moeten ook hoorbaar zijn. Je kan focussen op een bepaald detail – het baslijntje van ‘Daytripper’ of de operateske samenzang in ‘Bohemian Rhaspsody’ –, maar je moet ook tonen op welke manier dat bijdraagt aan de kracht van een song. Een beetje zoals het radarwerk van een horloge uiteen halen, kijken hoe vernuftig het in elkaar zit, en alles nadien opnieuw monteren. Voor mij maakt dat muziek alleen maar magischer.”

Popprof Jeroen D’hoe selecteert vijf albums die onmisbaar zijn in uw platenkast.

1. West Side Story (soundtrack)

1961 – diverse artiesten

D’hoe: “De soundtrack van de baanbrekende musical die in 1957 voor het eerst werd opgevoerd op Broadway, maar nog bekender werd door de filmversie uit 1961. Leonard Bernstein componeerde de muziek, terwijl Stephen Sondheim die van tekst voorzag. De nummers bevatten latino-invloeden – denk aan chacha of mambo – maar zijn ook gebaseerd op de modernistische klassieke muziek van Stravinsky.”

2. Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band

1967 – The Beatles

D’hoe: “Een vernieuwend, eclectisch album dat nog steeds tot de verbeelding spreekt van luisteraars en popartiesten. De rol van producer George Martin als 'vijfde bandlid' en van de opnamestudio als bijkomend ‘instrument’ stelden een nieuwe norm in de popmuziek.”

3. Graceland

1986 – Paul Simon

D’hoe: “Hét bewijs dat Paul Simons solowerk niet moet onderdoen voor dat van zijn wellicht meer bekende groep Simon & Garfunkel. Een onweerstaanbare mix van polymetrische Zuid-Afrikaanse ritmes, rock-‘n-roll, country, en singer-songwriting van de bovenste plank.”

4. Back to Black

2006 – Amy Winehouse

D’hoe: “Winehouse bouwt voort op de sound van ‘Motown girl groups’ als The Marvelettes of Martha & The Vandellas, en voegt daar persoonlijke teksten over gebroken relaties en drugs- en alcoholverslaving aan toe. Haar emotionele zangstijl heeft dezelfde urgentie als die van Billie Holiday en een jazzbravoure die doet denken aan Sarah Vaughan.”

5. Black Radio

2012 – Robert Glasper Experiment

D’hoe: “Een smaakvolle en originele mix van jazz en r&b-hiphop waarbij de grens tussen die twee genres volledig vervaagt.”

(pjb)

Ook gepubliceerd in...

Sonar

Zomer 2021