Ga verder na de inhoud
Nadia This: ruimtevaart is mensenwerk
Diepte-interview

Nadia This: ruimtevaart is mensenwerk

Nadia This is Payload Integration Manager voor het internationaal ruimtestation ISS.

11 minuten
17 september 2020

Nadia This kan zich geen fouten veroorloven. Ze is Payload Integration Manager voor het internationaal ruimtestation ISS, en of ze nu aan de slag is met astronauten, of experimenten de ruimte instuurt, het moet altijd 100 procent juist zijn. Daarom is het ook zo vreemd dat ze zegt: “Ik denk niet dat ik erg interessant ben.” Want op dat punt zit ze verkeerd.

Nee, Nadia This is, zacht uitgedrukt, niet iemand die zichzelf graag in het middelpunt plaatst, of de loftrompet steekt over alles wat ze bereikt heeft. “Ik ben niet belangrijk. Ik heb nergens de leiding over.” Ok dan. “In München werkte ik samen met het internationaal ruimtestation, ik was er vluchtleider, en ik was de enige Belgische die dat ooit gedaan had. Maar dan nog, wat moest ik doen? Naar de pers stappen en zeggen dat ik een geweldige job had?” Bijvoorbeeld, ja.

Misschien moeten we het om te beginnen maar eens hebben over één van die ‘saaie’ jobs die This tot nu gedaan heeft. “Het eerste waar ik aan werkte, was een instrument dat de zon bestudeerde. Daar was een probleem mee: dat instrument detecteerde de zon, begon die te volgen, en plots verloor het de zon uit het oog, en we hadden geen idee waarom. Zoiets moet je oplossen, want elk moment dat je geen metingen doet, verlies je een gelegenheid om wetenschap te bedrijven. In ISS-termen zeggen we dan dat we ‘wetenschap verliezen’. Wat doe je dan? Je verricht een hele hoop speurwerk. Uiteindelijk kwamen we er, met behulp van videobeelden van het ruimtestation, op uit dat de robotarm van het station verschoven was, en dat die arm een schaduw wierp op ons meetinstrument. Het zag die schaduw, het dacht: ‘Ik ben de zon kwijt’, en het keerde domweg terug naar zijn beginpositie. Achteraf klinkt dat heel onnozel, maar dat soort dingen gebeuren dus.”

Nadia This is er zich terdege van bewust dat heel veel mensen dit soort ruimtespeurwerk fascinerend vinden. Als je het even niet over haar persoonlijk hebt, maar over haar werk, klaart ze helemaal op. “Ik zoek echt de aandacht niet op, ik praat gewoon graag over mijn werk, omdat het leuk is, en fascinerend.”

Ook al is ze omgeven door de meest geavanceerde technologie op onze planeet, en is ze mee verantwoordelijk voor de meest geavanceerde technologie búiten onze planeet, toch ligt haar grootste interesse bij mensen. De professoren die haar begeleidden aan KU Leuven; de wetenschappers met wie ze samenwerkt aan het European Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Noordwijk, bij Leiden; en de kinderen die vandaag de sterrenkunde ontdekken en die morgen de grenzen van het ruimtereizen zullen verleggen.

Een diepe, blijvende interesse in mensen: dat blijkt exact te zijn wat we nodig hebben nu we op de drempel staan van grote veranderingen in de ruimtevaart. Want weldra zet de mens de stap van ruimteonderzoek in een baan om de aarde naar interplanetair reizen, van het ISS naar de Lunar Gateway, een nieuw ruimtestation in een baan rond de maan – en alle aandacht zal daarbij weggekaapt worden door de raketten en de astronauten. Maar het zijn managers als Nadia die alle materiaal voorbereiden voor lancering, die de risico’s op een ruimteschip onder controle houden, en die de verschillende teams op aarde behoeden voor een nefaste concurrentiestrijd. Om ons volle potentieel als interplanetaire soort te bereiken hebben we mensen als Nadia This nodig, meer dan we beseffen.

Alleen: vertel het haar niet. Ze zou het ontkennen.

Bij Space Studies hadden we een vak ruimtevaarttechnologie, en voor mij was dat een echte openbaring

Vier sterren volstaan niet

De carrière van Nadia This is het antwoord op een lastige vraag als je wetenschappen studeert: ‘Wat als ik géén wetenschapper wil worden?’ This botste op die vraag toen ze aan KU Leuven een bachelordiploma in natuurkunde, een masterdiploma in sterrenkunde én een voortgezette master in Space Studies op zak had. “Over de jaren heen was ik tot de conclusie gekomen dat ik hou van een bredere aanpak. Tijdens mijn master sterrenkunde daalde het besef in dat ik het vakgebied op zich wel interessant vond, maar dat ik daarom nog niet uit het juiste hout was gesneden om een goede wetenschapper te worden. Ik zag mensen doctoreren op ‘slechts’ vier sterren – dat was veel te gespecialiseerd voor mij.”

“Toen ik bezig was met mijn masterproef voor sterrenkunde, doctoreerde er ook een ingenieur die twee jaar bij NASA meegewerkt had aan het ontwerpen van satellieten. Hij was ook betrokken bij het op poten zetten van de nieuwe master in Space Studies aan KU Leuven. Ik raakte met hem aan de praat over ruimtevaarttechnologie, en plots drong het tot me door dat daar een kans voor mij lag, een mogelijke toekomst. Dat we in België ook met ruimtevaart bezig waren – ik wist dat gewoon niet tot op dat moment. Bij Space Studies hadden we een vak ruimtevaarttechnologie, en voor mij was dat een echte openbaring. Ik dacht: ruimtevaart, in Europa, dat kan dus écht.”

Check, check, check

This vond een job vlakbij, in Brussel. “Ik kwam er terecht op het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA-IASB). Daar werken ze aan experimenten op het ISS: je maakt ze, je voert ze uit, je praat van daaruit met de astronauten. En dat gebeurt dus allemaal in België. Toen ik dat hoorde was ik meteen enthousiast, en ik nam de job aan. Het bleek al snel dat ik de zogenaamde operaties, het ondersteunen van astronauten en experimenten in real time, geweldig vond.”

Aan het BIRA-IASB leerde This ook hoe belangrijk samenwerking is in de ruimtevaart. “Je mag nooit zomaar iets op eigen houtje doen, je moet alles steeds afchecken bij het centrale vluchtcontroleteam. Zij passen alles zo in elkaar dat het ene experiment nooit in conflict komt met het andere, dat je nooit iets doet wat de bemanning in gevaar kan brengen.”

Experimenten coördineren voor het ruimtestation, dat sprak This wel aan: “Na Brussel verhuisde ik naar München, naar het Columbus Control Centre, de Europese poot van het ISS. Daar werd ik vluchtleider: dat hield concreet in dat ik de algemeen verantwoordelijke was voor alles wat we op een welbepaalde dag deden, en voor de veiligheid van de bemanning.”

“En vandaag werk ik in ESTEC in Noordwijk als Payload Integration Manager, kortweg PIM. Dat wil zeggen dat ik projectcoördinator ben van een experiment, vanaf het moment dat het wordt voorgesteld tot het moment dat het is uitgevoerd. Al die jobs hebben wel met elkaar te maken, maar het werk dat ik nu doe, is meer op de lange termijn. Een experiment duurde vroeger, van ontwerp tot uitvoering, gemiddeld vijf à zes jaar, maar dat konden er net zo goed tien zijn, afhankelijk van hoe ingewikkeld het was. Vandaag gaan we een beetje sneller, en we hebben zelfs een aantal commerciële vrachten die op één jaar klaar moeten zijn, vanaf de ondertekening van het contract tot de lancering naar het ISS.”

De kost van ruimtevaart

Commerciële overwegingen zijn ruimtereizen inderdaad in sneltempo aan het veranderen. Privébedrijven als SpaceX van Elon Musk zullen een steeds grotere rol gaan spelen bij operaties voor ruimtestations, van de lancering, over de ontwikkeling van experimenten aan boord, tot het terughalen. Dat zal ongetwijfeld ook zijn invloed hebben op de manier van werken bij ESA en op het ruimtestation. Al nuanceert This: “Op dit ogenblik doen we de operaties nog altijd zoals vroeger. Je moet nog altijd aan dezelfde veiligheidsstandaarden voldoen – al wil men bij sommige commerciële experimenten niet vrijgeven wát die precies inhouden, omdat ze ze later nog commercieel te gelde willen maken. Daar moet je dan wel op zoek naar een evenwicht: je moet uitmaken wat de absolute minimumvereisten zijn voor de veiligheid.”

“Dat is niet altijd even vanzelfsprekend. We hebben het bijvoorbeeld al meegemaakt dat de bemanning van het ruimtestation ons opbelde en vroeg: ‘Zeg, dat toestel hier maakt een raar geluid, is dat normaal?’ Vroeger wisten we daar altijd zelf het antwoord op, of we wisten toch minstens bij wie we het konden navragen. Maar bij commerciële vrachten ligt het anders: we hebben niet altijd een aanspreekpunt, of ze zijn niet onmiddellijk bereikbaar. En dan weet je dus niet of dat geluid perfect normaal is, of dat het betekent dat het experiment op ontploffen staat. Dus als de bemanning je meldt: ‘Dit ding maakt zoveel lawaai dat we er niet van kunnen slapen, wat doen we?’ – ja, wat doe je dan? Als je het dumpt, dan heb je misschien een commercieel experiment naar de maan geholpen, en krijgt ESA daar de schuld van. Als je het niet doet, krijgt de bemanning het op haar heupen, en daar krijgt ESA zéker de schuld van. Dat soort dilemma’s dus. Ze klinken misschien triviaal, maar je zult ze toch moeten zien op te lossen voor ze écht een probleem worden.”

Had ze het nu net over experimenten die ontploffen in de ruimte? “Ik overdrijf nu. De experimenten zijn zo ontworpen dat ze veilig zijn, ze zouden in geen enkele omstandigheid moeten kunnen ontploffen. Maar stél dat er iets vreemd ruikt, betekent dat dan – ook al hebben de rookmelders het nog niet gemerkt – dat er écht iets een beetje aan het smeulen is, of dat er misschien wat schimmel is gevormd die de lucht aan het verzieken is?”

Venus en Mars

Het internationaal ruimtestation gaat normaal gesproken met pensioen in 2030, en na die datum ligt er nog niets vast wat ruimtereizen betreft – al zijn er al plannen om het verder te gaan zoeken dan rondjes draaien in een baan om de aarde. Eén concreet plan is de Lunar Gateway, waarbij een ruimtestation in een baan rond de maan draait, dat dan fungeert als een startpunt voor missies naar de maan en zelfs verder. This is alvast enthousiast. “De focus verschuift stilaan naar de Lunar Gateway, en men plant dus om weer naar de maan reizen. Ze willen ook een rover, een verkenningswagentje, naar Mars sturen: dat karretje moet op Mars rondrijden, stalen uit de bodem boren, in kleine buisjes steken, en die gewoon achterlaten. Een ander voertuig moet die buisjes dan later komen ophalen en naar een ruimtetuig brengen dat alles naar de aarde stuurt.”

Een onderschat aspect van verre ruimtereizen is de mate van samenwerking en vernuft die nodig zijn om astronauten helemaal naar Mars te sturen, op reizen die jaren kunnen duren. De voordelen die vrouwen kunnen opleveren bij ruimtemissies, als astronaut én in het controlecentrum, zijn talrijk, maar misschien het belangrijkste: ze verschillen van die van mannen. Een gezond genderevenwicht zou een netto winst betekenen voor alle betrokkenen. Voor Nadia This zou het de normaalste zaak van de wereld zijn. “Bij sterrenkunde waren er ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke studenten, en het departement telde een aantal sterke vrouwelijke docenten. En bij Space Studies was de man-vrouwverhouding ongeveer 60/40.”

“Wat ik wel merk, is dat vrouwen er over het algemeen minder snel van uitgaan dat ze alles weten – dat ze het beter weten dan andere mensen. Je ziet ook een verschil tussen wat je de harde en de zachtere functies zou kunnen noemen. In München bijvoorbeeld hadden we systeemspecialisten en planners, en tussen die teams was er niet alleen een verschil in gender, maar ook in attitude. De planners waren een beetje softer, en in de teams van de systeemspecialisten waren er meer mannen, en was het competitieaspect veel groter. Hier bij ESTEC zijn in mijn huidige functie van PIM de vrouwen in de meerderheid, en onder de ESA-ingenieurs met wie we samenwerken, zijn er dan weer nauwelijks vrouwen.”

Wat ik wel merk, is dat vrouwen er over het algemeen minder snel van uitgaan dat ze alles weten.

Menselijke drijfkracht

En dat brengt ons weer bij het onderwerp waar This zich het meest thuis in voelt: praten over mensen, over mensen die samenwerken, en over hoe eenvoudig het kan zijn om anderen te inspireren om het beste uit zichzelf te halen. Bij This kwam die inspiratie er aan KU Leuven, in de figuur van professor Christoffel Waelkens. “Hij was in mijn tijd het hoofd van de Afdeling Sterrenkunde, en hij is een levende legende. De manier waarop hij lesgeeft: Hij is zo’n idealist die je doet dromen van alle mysteries die er nog te ontrafelen zijn in ons domein.”

Nu is het This’ beurt om anderen te inspireren, en ze te stimuleren om toch maar die carrière in de ruimtevaart te wagen. “Toen ik nog in München werkte, ontving ik een brief van een vrouw over haar zoontje. De jongen had op school moeten vertellen welke job hij later wou doen, en hij had gezegd dat hij vluchtleider wilde worden. Zijn leraar had hem opgedragen om iets anders te kiezen, omdat dat hem nooit zou lukken. Ik denk dat dat heel erg fout is, want het kan wél lukken. Ik ben ook maar een gewoon iemand, en je moet wat geluk hebben, maar er zijn wél kansen. En niet alleen in Europa – als je echt wilt, kun je ook naar de VS verhuizen en daar je weg zoeken, zolang je er maar van op de hoogte bent dat die mogelijkheid bestaat. En als ze de deur dan zo in je gezicht dichtslaan, weet je zelfs niet dat die mogelijkheid er is. Dat is fout, dat is gewoon niet juist.”

Dat is hoe Nadia This haar stempel drukt: door de samenwerking tussen mensen te ondersteunen, en zo ruimtereizen mogelijk te maken. En dat soort werk is meer dan gewoon interessant. Het is belangrijk.

Ook gepubliceerd in...

Sonar

Editie september 2020