Ga verder na de inhoud
Langer werken hoeft geen straf te zijn
© KU Leuven - RS
Onderzoek

Langer werken hoeft geen straf te zijn

Om de pensioenen betaalbaar te houden, moeten we langer werken. Maar hoe doen we dat zonder aan levenskwaliteit of gezondheid in te boeten?

7 minuten
08 april 2021

Mick Jagger dartelt op z’n 77ste nog als een jong veulen over het podium, de 85-jarige Woody Allen blikt nog jaarlijks een film in en van Winston Churchill is geweten dat hij tot z’n 89ste in het Britse parlement zetelde. Troostrijke voorbeelden, als je weet dat we allemaal wat langer moeten werken om de pensioenen betaalbaar te houden. Onze onderzoekers bekeken hoe we langer aan de slag kunnen blijven, zonder aan levenskwaliteit of gezondheid in te boeten.

Onze levensverwachting neemt gestaag toe en dat is uiteraard goed nieuws. Maar nu de nogal sterk vertegenwoordigde babyboomgeneratie de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, duiken ook enkele vragen op. Kunnen we de sociale zekerheid betaalbaar houden? Zal de pensioensleeftijd blijven stijgen? En mogen de jongere generaties nog rekenen op een pensioen? We vragen het aan professor arbeidsgeneeskunde Lode Godderis. Samen met zijn collega’s bij de denktank Metaforum nam hij de pensioenkwestie onder de loep.

“In België werken we met een repartitiesysteem”, legt professor Godderis uit. “Dat wil zeggen dat de huidige generatie werkkrachten betaalt voor wie met pensioen is. Door het stijgende aantal gepensioneerden en de toenemende vergrijzing staat dat systeem nu onder druk. Wellicht gaan we nog tot 2040 problemen zien rond de betaalbaarheid van ons pensioenstelsel. Er zijn al aanvullende maatregelen, zoals pensioensparen, maar om een basisbedrag te kunnen blijven voorzien moeten we dat stelsel herbekijken. Een optie zou kunnen zijn om de pensioenen te verlagen, maar die liggen sowieso al laag in België. Het enige alternatief is dus dat we met z’n allen langer werken.”

Langer gezond werken MG 4014s
© KU Leuven - RS

Zwaar werk

De onderzoekers pleiten voor een pensioenstelsel met een puntensysteem, dat niet kijkt naar de leeftijd, maar wel naar het aantal gewerkte jaren en de zwaarte van een beroep. Wie een aantal jaren een zwaar beroep uitoefent, verzamelt bijvoorbeeld meer punten, en die spelen dan weer mee bij het bepalen van je pensioenbedrag of bij de leeftijd waarop je kan uittreden.

“Er zijn verschillende manieren om een ‘zwaar beroep’ te definiëren”, zegt Godderis. “Maar er is geen eenduidig antwoord. Je zou bijvoorbeeld kunnen kijken naar de levensverwachting. Die ligt een pak lager bij mensen uit lage socio-economische klassen, en dat zijn vaak ook de mensen die fysiek zware beroepen als bouwvakker of dokwerker uitoefenen. Maar ook het aantal jaren dat iemand zijn of haar job op een gezonde manier kan blijven uitoefenen, kan een maatstaf zijn. En daar scoren mentaal zware beroepen dan weer slecht. Leerkrachten of zorgverleners, bijvoorbeeld, die wél vaak een hoge levensverwachting hebben.”

“Voor beide benaderingen valt iets te zeggen, maar in de praktijk zal je het case per case moeten bekijken. Je moet zoiets bepalen in overleg, met werkgevers en vakbonden, maar ook met experts die duiding geven en de situatie overzien. Je kan niet alles overlaten aan sociale partners, want dan loop je de kans dat elk beroep wordt erkend als zwaar beroep, omdat het financieel interessant is of tal van andere voordelen oplevert. Er moet dus een bepaalde onderhandelingsmarge zijn, waarbinnen je tot een beslissing komt.”

Gemaakte afspraken moeten na verloop van tijd opnieuw worden bekeken, zegt Godderis. “Of een beroep zwaar is of niet, kan veranderen. Bouwvakker is een fysiek zware job maar je kan de situatie vandaag totaal niet meer vergelijken met die van twintig jaar geleden. Er wordt op een totaal andere manier gebouwd en technologische vernieuwingen maken het werk minder zwaar. Misschien is het over tien jaar zelfs géén zwaar beroep meer. Omgekeerd heb je jobs die nu mentaal zwaarder zijn dan vroeger. Bijvoorbeeld door de komst van digitalisering en de smartphone, waardoor je continu bereikbaar bent en moeilijker tot rust komt.”

Langer gezond werken MG 4759s mag web
© KU Leuven RS

Flexibel

Het komt er uiteraard ook op aan om mensen langer aan de slag te houden. Anders dan in het buitenland zitten we in België met heel wat onbenut arbeidspotentieel. “Een aanzienlijk deel van de vijftigplussers gaat met brugpensioen. Soms vanwege gezondheidsredenen, maar vaker omdat het financieel gunstiger is om vroegtijdig uit te treden dan om te blijven werken. We zitten dus met een grote groep die fysiek en mentaal nog perfect aan de slag zou kunnen zijn, maar bij wie dat wordt ontmoedigd. En dat terwijl uit onderzoek blijkt dat werken in goede omstandigheden bijdraagt tot de gezondheid, én we die arbeidskrachten nodig hebben voor de betaalbaarheid van de pensioenen. Wij willen dat systeem dan ook omdraaien en langer werken financieel aanmoedigen.”

Volgens Godderis moet dat zo flexibel mogelijk gebeuren. “Voor iemand met een fysiek zwaar beroep – denk aan metselaars, timmerlieden of betonwerkers – is het natuurlijk niet evident om tot 67 te werken, maar dat wil niet zeggen dat vervroegde pensionering de enige oplossing is. Misschien kan je mensen naar het eind van hun carrière toe omscholen en begeleiden naar een lichtere job, waardoor ze aan het eind van de rit een mooier pensioen overhouden.”

“Zo’n switch zou overigens niet enkel voor zware beroepen zinvol kunnen zijn. Je mag niet statisch denken over carrières. Ook interesses kunnen veranderen, en als iedereen langer werkt, moeten we op een andere manier naar arbeid gaan kijken. Je kan niet keihard werken vanaf de start en dat ritme volhouden tot je zeventigste. Er zijn ook periodes in het leven waarin je het op persoonlijk vlak druk hebt, als je moet zorgen voor jonge kinderen of zieke ouders, bijvoorbeeld. Misschien is het een optie om af en toe ‘rustpauzes’ in te bouwen: momenten waarop iemand wat minder werkt, en even wat minder ‘werkpunten’ spaart, zonder al te veel opbouw van rechten te verliezen.”

Telewerk kan bijdragen aan gezonder langer werken, maar ook daar moet je zoeken naar een evenwicht.

Stigma

Volgens Godderis moeten we ook af van het stigma dat rust op oudere werknemers. “Nog te vaak wordt gedacht dat werknemers op een bepaalde leeftijd zijn uitgeteld, dat ze niet meer mee kunnen of willen. Dat klopt niet, maar werknemers die met zo’n stigma geconfronteerd worden of in die rol worden geduwd, kunnen zich daar op termijn wel naar gaan gedragen.”

“De huidige generatie vijftigers en zestigers heeft het ook niet zo simpel gehad”, zegt Godderis. “Op korte tijd is heel wat gedigitaliseerd, en vaak hebben ze de inhoud van hun job drastisch zien veranderen. Werkgevers doen er dan ook goed aan om sterk in te zetten op opleidingen en begeleiding. Tegelijk hoeft niet iedereen exact hetzelfde takenpakket uit te voeren. Jongere werknemers zullen beter hun weg vinden in digitale omgevingen, maar oudere werknemers hebben al meer jaren ervaring op de teller of zien sneller verbanden. Hen kan je beter inzetten bij coaching of begeleiding. Je moet evolueren naar jobs op maat.”

We horen voortdurend dat we langer moeten werken, maar her en der gaan ook stemmen op voor de invoering van een 30-urenweek. In Zweden wordt er zelfs al volop mee geëxperimenteerd. “Dat zijn interessante denkoefeningen, maar je kan je afvragen of de werklast ook proportioneel vermindert. We zien nu al dat wie plots vier vijfde gaat werken, vaak dezelfde hoeveelheid werk blijft verzetten als een voltijdse werkkracht. En iemand met een halftime ervaart niet noodzakelijk minder mentale druk. De partner verwacht bijvoorbeeld dat je een groter deel van het huishouden voor je rekening neemt, of vaker voor de kinderen zorgt. Een argument pro zo’n 30-urenweek is dat wie minder uren werkt, frisser en geconcentreerder aan de slag gaat én productiever is. Wie acht uur per dag werkt, verzet niet noodzakelijk meer werk dan iemand die zes uur aan de slag is.”

Voor iemand met een fysiek zwaar beroep hoeft vervroegde pensionering niet de enige oplossing te zijn.

Gezond evenwicht

Sinds de coronacrisis heeft een groot deel van de bevolking kennisgemaakt met telewerk, en dat biedt wél toekomstperspectieven, denkt Godderis. Het kan bijvoorbeeld bijdragen aan gezonder langer werken. “Mensen met milde gezondheidsproblemen vallen dikwijls uit omdat de verplaatsing naar de werkplek moeilijker wordt. Via telewerk zouden ze aan de slag kunnen blijven. Dat zie je ook nu heel wat mensen verplicht thuiswerken. Wie verkouden is of zich wat grieperig voelt, blijft vaak telewerken, terwijl je in andere omstandigheden wellicht een ziektebriefje zou halen.”

“Daarnaast heb je ook de tijdswinst”, zegt Godderis. “De uren die je uitspaart met woon-werkverkeer kan je aan andere zaken besteden. Al bestaat daar wel het gevaar dat je het werk minder makkelijk loslaat en de tijd die je anders op de trein of in de auto doorbrengt, voor je werklaptop spendeert. We moeten dus zoeken naar een gezond evenwicht tussen telewerk en werken op kantoor. Geconcentreerd schrijven aan een onderzoekpaper of dossier lukt wellicht beter thuis, terwijl vergaderen iets is wat je liever en beter op kantoor doet, al is het maar voor het sociaal contact met je collega’s.”

“‘Gezond evenwicht’ is het sleutelbegrip in de hele discussie”, besluit Godderis. “Gun mensen doorheen hun carrière voldoende ademruimte, geef hen de mogelijkheid om hun job zelf in te vullen waar het kan, en zorg voor een goede balans tussen werk en privé. Op die manier hoeft langer werken geen straf te zijn.”

Ook gepubliceerd in...

Sonar

Lente 2021