Ga verder na de inhoud
Eredoctor Jimmy Volmink: De toekomst van de Zuid-Afrikaanse gezondheidszorg
Diepte-interview

Eredoctor Jimmy Volmink: De toekomst van de Zuid-Afrikaanse gezondheidszorg

Jimmy Volmink zet zich al een leven lang in voor ‘evidence-based medicine’ en een betere gezondheidszorg voor álle Zuid-Afrikanen.

11 minuten
22 januari 2021

Jimmy Volmink streeft al een leven lang naar een betere gezondheidszorg voor álle Zuid-Afrikanen. Zijn inzet werd enkele jaren geleden bekroond met een onverwachte aanstelling tot decaan van de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van Universiteit Stellenbosch.

Jimmy Volmink, professor aan Universiteit Stellenbosch, ontvangt een eredoctoraat van de KU Leuven. ‘Waarom?’, horen we u denken. Wel, om tal van redenen. Zo is Volmink één van de meest belangrijke bepleiters van evidence-based medicine, ‘geneeskunde op basis van bewijs’. Hij heeft altijd beargumenteerd dat mensen uit alle lagen van de samenleving hun medische beslissingen moeten baseren op kwalitatief bewijsmateriaal, en niet op vooringenomen standpunten.

In die zin is het niet meer dan normaal dat we zijn kandidatuur op dezelfde manier onder de loep nemen, en naar concrete bewijzen zoeken in een leven gewijd aan geneeskunde, sociaal welzijnswerk en onderwijs. Alleen zo kunnen we tot een conclusie komen die gebaseerd is op een doordachte lezing van die bewijsstukken. Professor Volmink zou het niet anders willen.

Volmink begon zijn carrière als huisarts in Khayelithsa, een township van Kaapstad. Vandaag is hij decaan van de faculteit Geneeskunde van Universiteit Stellenbosch. Tijdens zijn lange en opmerkelijke weg naar de top leverde hij strijd tegen ziekten en epidemieën die vooral de armen en kwetsbaren raken, zoals tbc en hiv/aids. En dankzij zijn inzet vinden Zuid-Afrikaanse jongeren uit minder bevoorrechte groepen steeds makkelijker de weg naar de studie geneeskunde. Als eerste zwarte decaan van de faculteit voerde hij zowel praktische als symbolische veranderingen door.

“Drie E’s gaven mijn carrière vorm”, zegt hij zelf. “Education, evidence, equity. Onderwijs boven onwetendheid. Bewijs boven dogma’s en mythes. Gelijkheid boven sociaal onrecht.” Die principes brengt Volmink telkens met verve in de praktijk.

Oké, dat alles levert al sterke bewijzen op, en het lijkt erop dat KU Leuven de juiste persoon heeft gevonden voor haar eredoctoraat. Maar om het principe van evidence-based medicine écht eer aan te doen, moeten we elke reden voor zijn nominatie apart onder de loep nemen. Enkel zo kunnen we professor Volminks werk naar waarde schatten en de man beter leren begrijpen. En een goed zicht krijgen op het carrièrepad dat hij aflegde en de stappen die hij zette om de levens van talloze Zuid-Afrikanen te verbeteren.

Drie E’s gaven mijn carrière vorm. Education, evidence, equity. Onderwijs boven onwetendheid. Bewijs boven dogma’s en mythes. Gelijkheid boven sociaal onrecht.

Evidence-based medicine

Evidence-based medicine (EBM) is een interessante specialisatie, al is het maar omdat ze in een ideale wereld niet zou bestaan. In Utopia zouden al onze medicijnen zijn gebaseerd op sterk, helder bewijs dat kan stoelen op objectieve klinische proeven en best practices. Maar onze wereld is niet ideaal. Wij leven in een wereld van bias en blinde vlekken. “EBM klinkt rationeel, maar het is gevaarlijk om aan te nemen dat mensen hun overtuigingen baseren op het beste bewijs”, zegt Volmink. “Soms doen ze dat, soms niet.”

Volmink was nog doctoraatsstudent aan de Oxford University toen hij zijn schouders onder het EBM-project zette. Als stichtend directeur van ‘Cochrane South Africa’, deel van het Cochrane-netwerk dat wereldwijd ijvert voor het nemen van gefundeerde medische beslissingen, bracht hij de strijd voor evidence-based medicine naar Zuid-Afrika.

EBM moet heel wat hordes overwinnen, weet Volmink. Eén daarvan is dat geld invloed uitoefent op politiek, en dat de politiek op haar beurt invloed uitoefent op medische resultaten. “Onze eerste grote uitdaging was ingaan tegen onze eigen regering”, zegt professor Volmink. “Die propageerde niet-bewezen behandelingen tegen hiv/aids. ‘We willen dat jullie aantonen dat de officiële medicijnen giftig zijn en meer kwaad dan goed doen’, zei de minister, waarop wij antwoordden dat we dat niet konden doen. We zouden het bewijs daarentegen zorgvuldig bestuderen en onze conclusies aan de regering overmaken, of die ze nu wilde horen of niet.” Uiteindelijk weerlegde Cochrane South Africa het regeringsstandpunt. Een overwinning voor EBM, maar ook politiek riskant voor het nog jonge Cochrane South Africa. “Wanneer beleidsmakers een bepaalde richting uit willen, aanvaarden ze maar al te gauw bewijs dat dezelfde richting uitwijst”, zegt professor Volmink. “Bij bewijs dat tegen hun overtuigingen ingaat, vinden ze altijd wel redenen om het niet te geloven.”

EBM klinkt rationeel, maar het is gevaarlijk om aan te nemen dat mensen hun overtuigingen baseren op het beste bewijs. Soms doen ze dat, soms niet

Vooroordelen binnen de geneeskunde spruiten niet enkel voort uit politiek, maar ook uit allerlei mythes, volkswijsheden of ideologieën. De aidscrisis heeft bijvoorbeeld uitgewezen hoe moeilijk het soms is om de dictaten van de traditionele Zuid-Afrikaanse geneeskunde te ontkrachten, zelfs al blijken ze ondoeltreffend of schadelijk. Ook kleinschaligere factoren hebben een invloed. Overmoed bijvoorbeeld, wanneer laboratoriumonderzoekers ervan uitgaan dat tests die op proefdieren werken, ook op mensen werken – zonder dat vermoeden te onderwerpen aan doorgedreven klinisch doeltreffendheidsonderzoek.

De coronapandemie bood Volmink de kans om het nut van EBM in de praktijk aan te tonen en de crisisreactie van de Zuid-Afrikaanse regering van naderbij te bekijken. Tijdens de eerste weken van de pandemie was het onzekerheid troef en wemelde het van goedbedoelde maatregelen die het virus niet zouden of konden tegenhouden. In zulke gevallen is EBM cruciaal, vindt professor Volmink. “EBM houdt in dat je de klinische praktijk of het beleid baseert op het beste bewijs dat voorhanden is, maar dan moet dat bewijs er natuurlijk ook zíjn”, zegt hij. “Met het coronavirus lag dat niet voor de hand. EBM vereist een zekere mate van rationaliteit en kalmte om relevant bewijs te vinden en alle bias uit dat bewijs te weren. Daarbij is één onderzoek allesbehalve genoeg. Je moet elk bewijs uit elke studie naast elkaar leggen. Mensen die aan evidence-based medicine doen hebben het nu dan ook enorm moeilijk, vanwege alle hectiek.”

Professor Volmink is al bij al tevreden over de Zuid-Afrikaanse reactie op het coronavirus. Dankzij de jarenlange strijd tegen onder andere tbc en hiv/aids hebben de overheidsinstellingen heel wat ervaring opgedaan, en die komt nu goed van pas. “De regeringsleiders hebben goed gecommuniceerd en uitgelegd welke maatregelen nodig zijn om door de crisis te komen en om de burgers te verenigen ... De meerderheid van de regeringsleden komen uit de zwarte gemeenschap, dus mensen zullen luisteren.”

Toch is EBM nog lang geen gemeengoed. Doortastende pleitbezorgers moeten ervoor blijven ijveren. Dankzij professor Volminks inspanningen krijgt EBM alvast stevig voet aan de grond in Zuid-Afrika, en gaat het er een mooie toekomst tegemoet.

CLINICAL SERVICES AND SOCIAL IMPACT 2s web

Hulp voor de meest kwetsbare groepen

Heel zijn carrière lang heeft professor Volmink geprobeerd om Zuid-Afrikanen te helpen die niet kunnen terugvallen op kwalitatieve gezondheidszorg. Sommige gemeenschappen in Zuid-Afrika worden nog steeds benadeeld, als gevolg van de pijnlijke uitlopers van het apartheidsregime: sociale en economische ongelijkheid zijn er nog steeds niet van de baan. Volgens professor Volmink moet je de volksgezondheid dan ook los van de zorgsector aanpakken. “Iemands gezondheid wordt in hoofdzaak bepaald door sociale en economische factoren”, zegt hij. “Als je die niet eerst oplost, lap je patiënten enkel maar op, voor je ze terugstuurt naar hun moeilijke levensomstandigheden.”

Er zijn heel wat manieren waarop professor Volmink gezondheidszorg verstrekt aan de meest kwetsbare groepen. Zo is hij lid van meerdere internationale organisaties, waaronder de Scientific Advisory Board van Rode Kruis Vlaanderen. Maar Volmink kijkt verder dan groots opgezette internationale verenigingen. In het weekend vergezelt hij regelmatig studenten geneeskunde van de Universiteit Stellenbosch bij een bezoek aan de township Khayelitsha. Volminks actieve engagement om de gezondheid van de meest achtergestelde burgers te bevorderen is een speerpunt van zijn carrière.

Hij blijft hopen dat een betere gezondheidszorg werkelijkheid kan worden in Zuid-Afrika. De overheid heeft de toegang tot eerstelijnszorg overal in het land verbetert, maar de kwaliteit van de zorg is nog altijd niet wat ze zou moeten zijn. “Enkel wie terecht kan in de privésector heeft toegang tot een goede gespecialiseerde gezondheidszorg”, zegt Volmink. “Maar 80% van de Zuid-Afrikanen is voor zijn of haar gezondheidszorg afhankelijk van de overheid.”

Township shutterstock 1703374843 eb

Stellenbosch in een nieuw jasje

Professor Volmink is al tien jaar lang decaan van de faculteit Geneeskunde en Gezondheidszorg van Universiteit Stellenbosch. Vanuit die positie heeft hij de onderwijswereld betrokken bij de strijd voor een betere gezondheidszorg. Stellenbosch is berucht als de plek waar het apartheidsregime tot stand is gekomen, een symbool van de suprematie van de blanke Boer. Dat heeft Volmink ook zelf aan den lijve ondervonden. In de jaren ’80 wilde hij zich inschrijven aan Stellenbosch, maar hij werd geweigerd vanwege zijn huidskleur. “Stellenbosch – zowel de universiteit als de stad – heeft heel wat verantwoording af te leggen voor zijn apartheidsverleden”, aldus Volmink.

Gelukkig is er in de 21e eeuw heel wat veranderd. De universiteit zet haar deuren open voor de wijde wereld, en de bezieler van EBM en de voorvechter van toegankelijke gezondheidszorg speelt ook tijdens deze institutionele hervormingen een gidsende rol.

In Zuid-Afrika is het inmiddels traditie om het vroegere apartheidsregime openlijk onder vuur te nemen, en Stellenbosch is een uitgelezen doelwit. “Stellenbosch behartigde de belangen van blanke Afrikaners”, zegt Volmink. “De universiteit moest een tegenwicht vormen voor de blanke Engelse en joodse gemeenschappen die de lakens uitdeelden, voor de Nasionale Party aan de macht kwam met het voornemen om de blanke Afrikaners uit de armoede te halen.” De eigenaardige slotsom van Stellenbosch’ racistische geschiedenis luidt dat de successen zich bleven opstapelen. “De Boeren zijn er tijdens hun tijd aan het roer in geslaagd om een van de rijkste bevolkingsgroepen ter wereld te worden, zij het ten koste van de meerderheid van de bevolking. Je zou kunnen zeggen dat Stellenbosch iets bereikt heeft dat nu herhaald kan worden voor de hele bevolking, niet voor één welbepaalde groep.”

Hij mag dan wel vlak bij Kaapstad geboren zijn, Volmink vond het lastig om deel uit te maken van een universiteit die zo onlosmakelijk verbonden is met een traumatisch hoofdstuk uit de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. “Hoe heb ik me kunnen aansluiten bij de instelling die apartheid uitgevonden heeft? ‘Dit klopt niet,’ dacht ik, ‘ik moet deze plek mijden als de pest’. Veel mensen met een donkere huidskleur blijven nog steeds uit de buurt van Stellenbosch omdat ze dezelfde perceptie hebben als ik toen.” Desondanks voelt Volmink zich er nu thuis. Hij kreeg de kans om verandering in gang te zetten. “De tijden zijn veranderd, maar iemands denkbeelden verander je niet één-twee-drie. Ik hoop dat we een katalysator voor meer eenheid in dit land zullen worden, dat we mensen verenigen in de strijd tegen sociale onrechtvaardigheid en ongelijkheid. Ik voel een zekere veerkracht, ernst en oprechtheid. Ik ontken niet dat er conservatieve enclaves zijn die terug willen naar vroeger, maar het gaat om een minderheid. Een veel grotere groep mensen richt zich op de toekomst en wil verandering.”

Zijn tweede termijn als decaan zou eind 2020 aflopen, maar professor Volmink blijft nog een jaar langer om zijn faculteit door de coronapandemie te loodsen. Hij gebruikt zijn tijd om een curriculum uit te tekenen dat vaardigheden en kritisch denken onderwijst, maar studenten ook perspectief biedt. “Onze studenten komen hiernaartoe en blijven jarenlang. Voor ons is dat een kans om hen te helpen betere burgers te worden. Het is de bedoeling dat ze leren welke sociale, politieke en economische uitdagingen impact hebben op de Zuid-Afrikaanse gezondheidszorg, onze sociale cohesie en ons vermogen tot samenwerking. Daarnaast is het een kans om te leren hoe je samenleeft met mensen die anders zijn.”

Om die doelstelling te bereiken, heeft professor Volmink een Departement Globale Gezondheid opgericht binnen de faculteit Geneeskunde. Zo wil hij het begrip globale gezondheidszorg verruimen en ook gezondheidskwesties buiten ontwikkelingslanden aanpakken. “’Global health’ is een tak binnen de gezondheidszorg die focust op problemen zoals ongelijkheid of onrechtvaardigheid, en hoe die een invloed uitoefenen op onze gezondheid”, zegt hij. “Er zijn heel wat drukkingsgroepen die wereldwijd een slechte invloed uitoefenen op de volksgezondheid. Denk aan de voedingsindustrie, de machtige tabakslobby, de farmaceutische industrie, alcoholfabrikanten… Geen enkel land kan die groepen in z’n eentje aan. Daarom is de focus op globale gezondheidszorg zo cruciaal.”

Ik merk dat de universiteit oprecht haar schouders zet onder het project om van Zuid-Afrika een beter land te maken. Dat is verfrissend.

Stellenbosch is nu een internationale universiteit met een tweetalig aanbod. Studenten mogen aangeven in welke taal ze onderwijs willen volgen: Engels of Afrikaans. Tegenwoordig is Engels het meest in trek, omdat studenten in het buitenland willen gaan studeren of werken, maar ook omdat steeds meer eerstejaarsstudenten een andere moedertaal hebben dan Engels of Afrikaans. Het taalbeleid van de universiteit is dus gestoeld op de behoeften van de studenten, niet op een politiek dictaat.

Op lange termijn zullen de diversiteit en flexibiliteit die Stellenbosch uitdraagt Zuid-Afrika ten goede komen. “Nooit had ik gedacht bij Stellenbosch te belanden, maar nu denk ik dat het een van de beste beslissingen van mijn loopbaan was. Ik beweer niet dat de strijd gestreden is, maar de doorgevoerde veranderingen zijn diepgaand. Ik merk dat de universiteit oprecht haar schouders zet onder het project om van Zuid-Afrika een beter land te maken, en dat is verfrissend. Laten we het beste dat Stellenbosch te bieden heeft naar een ruimer speelveld brengen. Als dat kan, liggen er veel positieve veranderingen in het verschiet.” Hoewel hem nog maar een jaartje rest als decaan, heeft Volmink die schaalvergroting al mogelijk gemaakt.

Levert deze opsomming voldoende bewijs voor de lange en boeiende loopbaan die professor Jimmy Volmink heeft afgelegd? Verdient hij een eredoctoraat van de KU Leuven?

Uiteraard. Soms is het bewijs glashelder.