Ga verder na de inhoud
Hoopvolle resultaten in zoektocht naar virusremmer
Onderzoek

Hoopvolle resultaten in zoektocht naar virusremmer

Virologen aan het Rega Instituut ontdekten dat een middel tegen griep een virusremmende werking heeft bij hamsters besmet met SARS-CoV-2.

3 minuten
09 oktober 2020

Omdat een vaccin geen oplossing biedt voor wie al besmet is met SARS-CoV-2 zijn de virologen aan het Leuvense Rega Instituut tegelijk op zoek naar middelen om het virus af te remmen in COVID-19-patiënten. Ze analyseren daarom duizenden bestanddelen van bestaande medicijnen op hun werking tegen SARS-CoV-2.

Heel recent stelden ze beloftevolle resultaten vast voor favipiravir, een medicijn dat in Japan tegen het griepvirus wordt gebruikt. Een hoge dosis favipiravir blijkt een virusremmende werking te hebben bij hamsters die besmet zijn met het SARS-CoV-2-virus.

Tijdens de studie kregen de proefdieren gedurende vier tot vijf dagen een dosis favipiravir toegediend. De hamsters werden kort na de toediening van het middel besmet met het SARS-CoV-2-virus. Dat gebeurde ofwel door het virus via de neus toe te dienen, ofwel door een gezonde hamster samen te zetten met een besmette hamster.

Vier dagen na de besmetting keken de onderzoekers hoeveel virus er was achtergebleven in het lichaam van de hamsters.

Bij de hamsters die een hoge dosis favipiravir kregen en via de neus waren besmet, werd enkele dagen na de besmetting bijna geen actief virus meer teruggevonden. In hamsters die in een kooi zaten met een besmette hamster en het middel hadden gekregen, kon ook geen infectieus virus worden teruggevonden in de longen. Dat was wel het geval voor de hamsters die het medicijn niet hadden gekregen.

“Een lage dosis favipiravir had niet datzelfde effect,”, zegt professor Leen Delang. “Het is de hoge dosis die het verschil maakt. Dat is belangrijk om te weten, want er worden internationaal klinische studies opgezet om favipiravir op mensen te testen.”

De onderzoekers zijn voorzichtig optimistisch. “Omdat we het middel aan de hamsters gaven kort voordat ze besmet werden, kunnen we concluderen dat het gebruikt kan worden om een beginnende infectie de kop in te drukken. Als verder onderzoek uitwijst dat dit ook bij mensen het geval is, zou het middel bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden vlak nadat iemand uit een risicogroep in contact is geweest met een besmet persoon”, zegt onderzoekster Suzanne Kaptein. “Het zou dan ook in de beginfase van COVID-19 gebruikt kunnen worden. Veralgemeend preventief gebruik is wellicht geen optie, want we weten nog niet of langdurig gebruik, zeker met een hoge dosis, voor bijwerkingen zorgt.”

Bij de hamsters werden alvast zo goed als geen bijwerkingen gezien. Bovendien werd favipiravir al eerder in hoge dosissen voorgeschreven bij ebolapatiënten. Er werd toen geen toxiciteit vastgesteld. Toch moet nog verder worden onderzocht of het medicijn goed wordt verdragen.

De onderzoekers waarschuwen dat het niet om een wondermiddel gaat. Favipiravir is niet specifiek ontwikkeld tegen coronavirussen. In het beste geval heeft het een matige werking.

De studie benadrukt ook het belang van in vivo onderzoek met kleine dieren. “Ons hamstermodel is bijzonder geschikt om te kijken welke nieuwe of bestaande medicijnen klinisch onderzocht moeten worden”, legt professor Johan Neyts uit. “In de begindagen van de pandemie was zo’n model niet beschikbaar. Op dat moment was de enige optie om meteen bij patiënten na te gaan of een medicijn hen kon helpen. Medicijnen op hamsters testen, levert cruciale informatie op. Zo kunnen we voorkomen dat we kostbare tijd en energie verliezen met het testen van middelen die niet werken.”

Steun mee de strijd tegen het coronavirus

Onderzoekers bundelen de krachten. Strijden tegen het Coronavirus kunnen ze niet alleen. We hebben uw steun nodig!