Ga verder na de inhoud
Hoe nabij is een insectenarmageddon?
Onderzoek

Hoe nabij is een insectenarmageddon?

Door een achteruitgang van leefgebied, extreme weerfenomenen en het gebruik van pesticiden is de insectendiversiteit desastreus afgenomen.

5 minuten
03 augustus 2020

De insectenwereld is in crisis. Door een steeds voortschrijdende achteruitgang van leefgebied, extreme weerfenomenen en het gebruik van pesticiden is de insectendiversiteit desastreus afgenomen. Nochtans vervullen deze niet zo aaibare diersoorten onontbeerlijke ecosysteemfuncties. Professor Hans Jacquemyn van Faculteit Wetenschappen schetst hoe we het tij nog kunnen keren.

In 2017 kwamen Duitse en Nederlandse onderzoekers tot een alarmerende conclusie: de voorbije drie decennia zou de abundantie van insecten met maar liefst 75 % zijn afgenomen. Die vaststelling stootte echter op heel wat kritiek: de insectentellingen gebeurden op een beperkt aantal niet-gerandomiseerde plekken.

Meer recent verscheen in het wetenschappelijk vakblad Science een meta-analyse waarin 166 studies – en zo ook 1 700 onderzochte plekken in 41 landen – worden vergeleken. Die analyse levert volgens professor Hans Jacquemyn (Afdeling Ecologie, Evolutie en Biodiversiteitsbehoud) eveneens een weinig rooskleurig beeld op: “Er is sprake van een wereldwijde achteruitgang van bijna 10 % per decennium. Vooral terrestrische insecten worden getroffen, terwijl het aantal aquatische insecten de voorbije jaren net toeneemt.”

Fataal habitatverlies

De afname is bovendien sterk regiogebonden. Uit het onderzoek blijkt dat de teloorgang van insecten zich vooral in Europa en Noord-Amerika manifesteert. “Verlies en versnippering van geschikt habitat door intensivering van landbouw, drainage, ontbossing en verstedelijking zijn waarschijnlijk de grootste boosdoeners”, vertelt professor Jacquemyn. “Graslanden met bloeiende planten worden ingewisseld voor intensief bemeste weilanden of sterk verstedelijkte omgevingen. Dat leidt tot een enorm habitatverlies voor insecten.” Ook insecten die zich in bossen nestelen, kampen met een fikse terugschroeving van hun leefgebied.

Tractor

Door toedoen van intensieve landbouw, takelt bovendien de kwaliteit van overblijvende habitatfragmenten af. “Zo kan lozing van meststoffen leiden tot eutrofiëring of een overmaat aan voedingsstoffen”, zegt professor Jacquemyn. “Daardoor gaan bepaalde plantensoorten sterk groeien en minder competitieve soorten domineren.” Voor insecten betekent dat opnieuw een beperkter voedingsaanbod.

Maar vervuiling kan ook andere vormen aannemen. Recent werd bijvoorbeeld aangetoond dat licht- en geluidsvervuiling als gevolg van een toegenomen verstedelijking een negatief effect kunnen hebben op insectenpopulaties. “Een andere factor is het veelvuldig gebruik van monoculturen of grote oppervlaktes waarop steeds eenzelfde gewas wordt verbouwd. Zulke intensieve landbouwarealen zetten de diversiteit aan voedselbronnen voor insecten sterk onder druk.”

Tot overmaat van ramp is sinds de jaren zestig het gebruik van pesticiden enorm toegenomen. Zo zijn er een heleboel nieuwe bestrijdingsmiddelen op de markt gekomen die insectenpopulaties aantasten. “Recent is bijvoorbeeld vastgesteld dat pesticiden tegen plaagsoorten onbedoeld enorme schade aanrichten bij bijen en hommels”, vertelt professor Jacquemyn. “Bestuivers gaan niet meteen dood, maar krijgen door bepaalde pesticiden bijvoorbeeld geheugenverlies en vinden daardoor hun voedsel niet meer terug.”

Insect

Vooralsnog vormt klimaatverandering bovenal een bedreiging voor specialistische insecten die afhankelijk zijn van een welbepaalde plantensoort. “Stijgende temperaturen creëren een temporele mismatch tussen de bloei van een plant en het uitkomen van insecteneitjes, waardoor een insect de voedselbron onmogelijk kan terugvinden.” Professor Jacquemyn waarschuwt bovendien dat extreme weersomstandigheden insecten steeds vaker zullen teisteren: “Zware regenval kan insectennesten bijvoorbeeld volledig wegspoelen en vernietigen.”

Geen bestuiving, geen oogst

Moet de snelheid waarmee insecten verdwijnen ons grote zorgen baren? Volgens professor Jacquemyn kunnen we insecten niet missen, omdat ze een heleboel nuttige functies uitoefenen. “Eerst en vooral zijn er ongeveer 300 000 plantensoorten afhankelijk van insecten voor bestuiving. Dat is bijna 90 % van alle planten die op aarde voorkomen.”

Wanneer er aan de basis van de voedselpiramide een bepaalde insectensoort verdwijnt, dan heeft dat nefaste gevolgen voor planten en dieren die daarvan afhankelijk zijn voor voeding of voortplanting. Dat geldt ook voor landbouwgewassen: zo’n 84 % van alle gewassen in Europa is kritisch afhankelijk van bestuivers. “Kers, appel, pruim, framboos, braambes: dat zijn allemaal fruitsoorten die insecten nodig hebben om een vrucht te vormen”, duidt professor Jacquemyn. “Maar ook chocolade, kiwi, mango, avocado, tomaat en artisjok zijn afhankelijk van insecten voor bestuiving. Als bestuivers wegvallen, zou dat een immense impact hebben op de productie van die gewassen.”

Boomgaard

Sommige insecten voeden zich specifiek met plaagsoorten en vormen zo een efficiënt en duurzaam alternatief voor chemische bestrijdingsmiddelen. “Sluipwespen eten pestinsecten, zoals bladluizen en witte vlieg, en verwijderen plaagsoorten dus op biologische wijze uit het ecosysteem.” Mieren, nog zo een insect met een slecht imago, helpen eveneens bij de bestrijding van schadelijke insecten en vormen een belangrijke voedingsbron voor andere organismen. “De groene specht voedt zich voornamelijk met mieren. Dus als zij wegvallen, betekent dat ook het einde voor de spechtenpopulatie”, licht professor Jacquemyn toe. Mieren verspreiden bovendien de zaden van een aantal plantensoorten en spelen een belangrijke rol in de voedingsstoffenkringloop.

Bloemrijke tuinen voor herstel

Kunnen we de voortschrijdende afname van insecten stoppen of zelfs terugdraaien? Japanse onderzoekers hebben een drone ontwikkeld die bloeiende planten kan bevruchten door ze te besprenkelen met zeepbellen vol stuifmeelkorrels. Zo’n kunstmatige bestuivingsmethode kan de landbouwoogst op peil houden en bestuivers vervangen, maar pakt het probleem niet bij de wortel aan.

De onderzoekers reiken een hoogtechnologisch alternatief aan, terwijl er volgens professor Jacquemyn een natuurlijke oplossing voorhanden ligt. “Leefgebieden, zoals bloemrijke en onbemeste graslanden, terugbrengen en bijvoorbeeld de randen van akkerlanden reserveren voor insecten en inzaaien met bloemen.” Ook wegbermen kunnen een rol spelen bij de restauratie van habitat: “De enorme hoeveelheid bermen langs onze wegen en autostrades kunnen, indien op een gepaste manier beheerd, als voedingsbron dienen voor insecten.”

De enorme hoeveelheid bermen langs onze wegen en autostrades kunnen, indien op een gepaste manier beheerd, als voedingsbron dienen voor insecten.

Wat onze tuinen betreft wisselen we netjes verzorgde gazons dus beter in voor een meer verwilderde variant. Minder frequent het gras maaien en wilde bloemen laten floreren: dat resulteert volgens professor Jacquemyn in meer voedselbronnen en dus ook grotere insectenpopulaties. “Als ik in mijn eigen tuin nog maar een beperkt aantal bloeiende planten laat staan, dan merk ik dat die meteen bezocht worden door een heleboel insecten.”

Voorzien in nestgelegenheden draagt evenzeer bij aan het herstel. “Dat kan door kleine landschapselementen, zoals hagen en bomenrijen, opnieuw aan te planten. Of door dode bomen in bossen te laten staan: dood hout is een zeer geschikte habitat voor heel wat insecten.” Ondertussen helpen bezuiniging op pesticiden, inzetten op een grotere landschapsheterogeniteit en specifieke beschermingsplannen voor soorten die het op dit moment slecht doen.

Professor Jacquemyn hoopt dat die ommekeer er snel komt: “Ik denk niet dat we dadelijk insecten massaal inwisselen voor drones, maar als we zo doorgaan dan kan dat tot een dramatische afloop leiden. Het wordt tijd dat mensen zich bewust worden van het nut van insecten en beseffen dat ze zelf iets kunnen doen om de achteruitgang tegen te gaan. Insecten zijn misschien niet de meest aaibare diersoorten, maar ze vervullen wel essentiële functies.”