Ga verder na de inhoud
IKEA: de 'andere' architecturale speler
© Inter IKEA Systems B.V. 2021
Onderzoek

IKEA: de 'andere' architecturale speler

KU Leuven-onderzoekers bestuderen de Zweedse meubelgigant IKEA vanuit een nieuw, architecturaal perspectief.

6 minuten
08 maart 2021

De papieren catalogus, het IKEA-potloodje, de BILLY-boekenkast en de blauwe tas: heel wat IKEA-producten zijn door de jaren heen iconisch geworden. Het Zweedse bedrijf heeft in geen tijd een monopolie verworven op ons interieur én op onze collectieve verbeelding. Maar binnen het architectuuronderzoek blijft de meubelgigant meestal aan de zijlijn staan. Professor Martino Tattara, professor Fredie Floré en doctoraatsstudente Rebecca Carrai van KU Leuven Campus Sint-Lucas Brussel bestuderen IKEA daarom vanuit een nieuw, architecturaal perspectief.

Hoewel IKEA alomtegenwoordig is, wordt de Zweedse multinational bijna volledig over het hoofd gezien in architectuuronderzoek- en opleidingen. Volgens onderzoeker Rebecca Carrai van Faculteit Architectuur Campus Sint-Lucas Brussel komt IKEA in andere onderzoeksdomeinen wel aan bod. “Binnen economie, antropologie, bedrijfswetenschappen en marketing wordt IKEA als een volwaardig studieobject beschouwd. Maar vanuit een puur architecturaal perspectief is het bedrijf nooit uitvoerig bestudeerd”, vertelt Rebecca Carrai. “Waarom is de impact van een invloedrijke meubelketen als IKEA zo lang buiten beschouwing gelaten?”

Terwijl niet-wetenschappelijke tijdschriften als Blueprint en House Beautiful de meubelketen veelvuldig belichten - ICON magazine heeft IKEA zelfs bekroond tot meest invloedrijke speler op de interieurmarkt -, wordt IKEA nauwelijks aangehaald in wetenschappelijke tijdschriften, zoals The Architects' Journal of Domus. “Tegelijkertijd groeit het aantal architecten en wetenschappers dat IKEA kritisch onder de loep neemt. Voor het Museum of Modern Art (MoMA) in New York creëerde Andrés Jaque in 2011 bijvoorbeeld de tentoonstelling IKEA Disobedients, over hoe het bedrijf niet alleen ons huis, maar ook de rest van ons leven mee vorm wil geven. En in 2018 heeft de University of Technology van Sydney een ontwerpstudio opgericht in samenwerking met IKEA.”

9 1972
© Inter IKEA Systems B.V. 2021

Junkspace nader bekeken

De afwezigheid van IKEA in het architectuuronderzoek, is volgens Rebecca Carrai te wijten aan het uitgesproken commerciële karakter van de keten. “Binnen de architectuur leeft sterk het ideaalbeeld van wat historicus Adrian Forty omschrijft als ‘de ingenieuze ontwerper’, die meestal mannelijk, hooggeschoold, westers en bovenal artistiek en origineel is. Door dit ideaal – dat verder verspreid en ondersteund is door toonaangevende auteurs als Pevsner en Giedion – bestaat er een zekere schroom om een meubelgigant als IKEA tot studieonderwerp te nemen.”

Rebecca Carrai stelt met haar onderzoek de klassieke, westerse architectuurgeschiedenis in vraag. “Commerciële bedrijven en massaproducten hebben een enorme impact op ons interieur én ons dagelijkse leven. Meubelbedrijven als IKEA verdienen dus ook een plek in architectuuronderzoek- en opleidingen.”

Daarom put Rebecca Carrai voor haar onderzoek inspiratie uit het essay Junkspace van Rem Koolhaas en het boek Learning from Las Vegas van architect Robert Venturi. “Al sinds de jaren zeventig omarmt Venturi een veelheid aan stemmen en perspectieven om zo tot een meer genuanceerde architectuurgeschiedenis te komen. En daartoe behoren dus ook commerciële actoren.” Door in te zoomen op IKEA-showrooms, -catalogi en -shopervaringen, bestudeert Rebecca Carrai hoe het meubelbedrijf ons interieurbegrip en -ontwerp beïnvloedt.

2
© Inter IKEA Systems B.V. 2021

Fictieve huiskamers

Showrooms kennen een lange traditie. Al tijdens de eerste wereldtentoonstelling in 1851 in het Crystal Palace in Londen werden decors gecreëerd om producten tentoon te stellen. Met de komst van nieuwe technologieën en productietechnieken kwam die uitstalcultuur aan het begin van de twintigste eeuw nog meer op de voorgrond. Doordat showrooms vlot opgebouwd en afgebroken kunnen worden, doen ze ook hun intrede in commerciële plekken, zoals warenhuizen en winkelcentra.

Daar kunnen ook architecten hun voordeel mee doen. De kracht van zo’n showroom zit ‘m in de driedimensionaliteit: “Showrooms of fictieve huiskamers kunnen moeiteloos een breed publiek bereiken. Met maquettes op ware grootte kunnen architecten ideeën toetsen en overbrengen aan een publiek. Dit in tegenstelling tot meer abstracte plannen en schetsen.”

Vanaf de fifties krijgen foto’s van fictieve woonruimtes ook een plaats in IKEA-catalogi. “Vandaag gebeurt dat met behulp van de nieuwste technologieën. Zo gebruikt IKEA in zijn catalogi - tegenwoordig alleen nog digitaal verkrijgbaar - en op zijn website en sociale media bijvoorbeeld een mix van echte ruimtes en zogenaamde renders (digitale afbeeldingen die met de computer ontwikkeld worden op basis van ruwe data, red.). Sinds 2005 verspreidt IKEA steeds meer computergegenereerde beelden, ontworpen door de communicatie- en marketingafdeling van het bedrijf”, vertelt Rebecca Carrai.

Met levensgrote maquettes kunnen architecten ideeën toetsen en overbrengen aan een breed publiek.

Do It Yourself

De fictieve interieurs die we vandaag in elke IKEA-winkel doorkruisen, kenmerken het bedrijf al sinds zijn oprichting in de fifties. “Toen in 1953 de eerste toonzaal werd geopend in de oude timmerfabriek Lagerblads in Älmhult, wilde IKEA zijn bezoekers een driedimensionale, zintuiglijke ervaring bieden. Ingvar Kamprad, de oprichter van IKEA, moedigde bezoekers aan om de uitgestalde producten te bekijken, aan te raken en eraan te ruiken.”

Met de introductie van de eerste uitklapbare IKEA-tafels besliste het bedrijf om klanten ook zelf hun meubels in elkaar te laten knutselen. Zo worden ze letterlijk geactiveerd. “Die doe-het-zelfmentaliteit typeert het meubelbedrijf nog steeds. Bij IKEA nemen klanten het ontwerpproces bijna volledig zelf in handen: van het opdoen van ideeën uit de catalogus en het verbeelden van hun ideale huis, tot het monteren van meubels, waarbij ze de instructies fysiek in handen hebben. IKEA’s houding tegenover de consument heeft zo geleid tot een toenemende popularisering van architectuur.”

Opvallend genoeg zijn ook IKEA-medewerkers, die klanten interieuradvies geven, vaak niet opgeleid als architect. Volgens Rebecca Carrai verwatert daardoor de rol van de architect: “Die empowerment van ondeskundige klanten en medewerkers ondermijnt in zekere zin de expertise van een architect. IKEA maakt die expertise eigenlijk haast overbodig. Dit gaat terug tot de jaren vijftig toen, bijvoorbeeld, het ontwerp van de iconische BILLY-boekenkast werd toegewezen aan reclameconsultant Gillis Lundgren, in plaats van aan een architect.”

Het empowerment van ondeskundige klanten en medewerkers ondermijnt in zekere zin de expertise van een architect.

In de catalogus verborgen

Door IKEA onder de loep te nemen, bestudeert Rebecca Carrai ook de gevolgen van een kapitalistische consumptiemaatschappij. Haar onderzoek snijdt impliciet enkele hedendaagse, maatschappelijke thema’s aan en onthult zo belangrijke sociale veranderingen, die tot uiting komen in ons interieur. Rebecca Carrai doorspitte IKEA’s geschiedenis en archieven en stootte op onderliggende opvattingen over het gezin, het ideale huis, huishoudelijke taakverdeling en genderrollen.

“De rol van de vrouw is veranderd, ook in de IKEA-catalogi. Tijdens de jaren vijftig werd de vrouw daarin afgebeeld als de ‘manager’ van het huishouden - in overeenstemming met het beleid van de Folkhemmet, het toenmalige Zweedse verzorgingsstaatsysteem -, terwijl ze in de seventies transformeert naar een sexy, decoratief element dat modieuze outfits draagt en de catalogus opsmukt. Vanaf de jaren negentig profileert IKEA zich echter als een vooruitstrevend en progressief bedrijf. IKEA was bijvoorbeeld een van de eerste merken die homokoppels portretteren in reclamespots.”

Door IKEA’s showrooms, producten, catalogi en DIY-mentaliteit te analyseren, onderzoekt Rebecca Carrai dus hoe IKEA’s historische evolutie gepaard gaat met de transformaties van onze interieurs door de jaren heen. “Daarnaast bekijk ik hoe IKEA de rol van de architect heeft beïnvloed. Ik ga na hoe het bedrijf de expertise van architecten – al dan niet opzettelijk – heeft afgezwakt en hun autoriteit heeft gedecentraliseerd. Dat is een tendens die – zo blijkt uit de essaybundel Architecture after Architects – enorm actueel is.”

Heeft dit onderzoek je nieuwsgierig gemaakt naar meer?

Ontdek ons onderzoek en opleidingen.