Ga verder na de inhoud
Het onvoorspelbare voorspellen
Onderzoek

Het onvoorspelbare voorspellen

Leuvense economen slaagden erin om het verloop van de pandemie te voorspellen, op een moment dat geen epidemioloog daartoe in staat was.

2 minuten
18 september 2020

Soms komen doorbraken uit onverwachte hoek. Op 3 april 2020 beleeft Italië een triest dieptepunt, met duizend COVID-19-overlijdens op één dag. Laat op de avond echter kunnen professor Bart Van Looy en zijn doctoraatsstudent Kristof Decock hun Italiaanse vrienden en collega’s geruststellen: na het weekend zal het ergste achter de rug zijn.

Hoe konden twee economen dat met zoveel stelligheid beweren, op een moment dat geen epidemioloog ter wereld het verloop van de pandemie kon voorspellen? Het antwoord ligt in de scenariotheorie die Van Looy en Decock, verbonden aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen en Flanders Business School, bestuderen.

Ze ontwikkelden, ver van de wereld van de virussen, modellen om te voorspellen hoe snel nieuwe technologieën zich op korte en middellange termijn in de markt zullen verspreiden. Zo voorspelden ze in 2016 hoeveel elektrische wagens er in 2018 verkocht zouden worden in Europa, met een nauwkeurigheidsgraad van maar liefst 98,23 %.

Half maart beseften Van Looy en Decock dat hun modellen ook in de coronacrisis hun nut konden bewijzen. Ze sloegen de handen in elkaar met de epidemiologen van het Institute for the Future en het Rega Instituut. En zo slaagden ze er in om zowel de piek in overlijdens als in opnames op intensieve zorgen te voorspellen, voor ons land en voor verschillende andere landen.

Dat deden ze door eerst alle mogelijke scenario’s te berekenen, zegt Van Looy. “Dat kunnen er letterlijk honderdduizenden zijn. Vervolgens keken we welke scenario’s het nauwst aansloten bij de zich inmiddels verder ontvouwende realiteit. En zo hielden we uiteindelijk een beperkt aantal mogelijke scenario’s over. Die resulteerden in erg betrouwbare kortetermijnvoorspellingen, inclusief de timing van de pieken.”

Van Looy en Decock kijken met grote voldoening terug op die hectische twee maanden waarin ze dag en nacht aan de slag waren. “Het gevoel als econoom je steentje te kunnen bijdragen, hoop te hebben kunnen brengen, is goud waard.”

Bovendien hebben ze reuzenstappen vooruit gezet in hun onderzoek: “Twee maanden COVID-19 betekende zestig keer nieuwe data. Om dezelfde conclusies te kunnen trekken uit de verkoopcijfers van wagens heb je jaren nodig. En als dan ook nog eens blijkt dat je een nieuwe manier van modelleren introduceert, dat je een probleem oplost waar men zich al decennialang het hoofd over brak, ja, dan ben je heel content, hè?”

Dit academiejaar wordt anders dan ooit tevoren

Toch willen we, nu meer dan ooit, iedereen onbezorgd laten studeren. Onze onderzoekers doen er alles aan om het virus te bestrijden en te bestuderen, op heel veel domeinen.