Ga verder na de inhoud
Het ABC van een Aboriginaltaal: Een woordenboek voor het nageslacht
Onderzoek

Het ABC van een Aboriginaltaal: Een woordenboek voor het nageslacht

Een Leuvense taalkundige bestudeerde de Aboriginaltaal Umpithamu bijna twintig jaar: tijd om die kennis in een woordenboek te gieten!

3 minuten
25 maart 2021

In de apps Google Translate of Duolingo zal je niet zo direct Umpithamu terugvinden: een Aboriginaltaal uit Noordoost-Australië. Taalkundige Jean-Christophe Verstraete bestudeert het Umpithamu al bijna twintig jaar en geeft nu een woordenboek uit dat veel meer omvat dan enkel woorden.

In het onmetelijke Australië spraken de Aboriginals ooit minstens 250 verschillende talen. Vandaag verkeert het gros daarvan in een lastig parket. Sommige talen zijn stilletjes uitgedoofd; andere worden nog wel begrepen, maar niet meer gesproken. In een aantal gevallen is het een race tegen de klok om de taal nog vast te leggen voor het nageslacht, omdat de laatste sprekers een gezegende leeftijd bereikt hebben.

Dat ging ook op voor het Umpithamu, één van de vijf talen van de Lamalama, een Aboriginalvolk dat woont op het schiereiland Kaap York in het Noordoosten van Australië. Zeventien jaar geleden kwam professor Jean-Christophe Verstraete daar bij twee zussen terecht: Florrie Bassani en Joan Liddy, de laatste actieve sprekers van de taal. Hun kinderen begrepen het Umpithamu wel, maar antwoordden hun moeders in het Engels.

Zoals een antropoloog

Verstraete bracht in totaal zowat anderhalf jaar door bij de Lamalama, om de verschillende talen én de cultuur te leren: “Je kan geen taal beschrijven zonder de cultuur te begrijpen. Net zoals een antropoloog moet je aan participerende observatie doen: samenleven met de mensen om gegevens te verzamelen. In mijn geval kreeg ik ook een plaats in hun verwantschapssysteem: ik noemde Florrie amitha – moeder –, een woord dat ook voor de jongere zus van de moeder gebruikt wordt.”

De amitha’s die Verstraete de talen leerden, hebben het helaas niet meer mogen meemaken, maar nu is er een woordenboek voor het Umpithamu. Al doet de term ‘woordenboek’ het naslagwerk te weinig eer aan. Verstraete geeft uitleg over de geschiedenis van de Lamalama, de uitspraak van de taal, de grammatica. Hij geeft bij elk woord de oorsprong en geschiedenis, naast etnografische nota’s; bij namen van planten en dieren voegt hij zelfs de Latijnse namen toe, met uitleg over het traditioneel gebruik en de jacht.

Er zijn talen met een klein aantal sprekers, maar er zijn geen ‘kleine’ talen.

Nationaal erfgoed

Anders gezegd, het woordenboek legt een stuk erfgoed vast. “Het is uiteraard een naslagwerk voor de Lamalama. Maar het boek kreeg in Australië ook aandacht uit andere hoeken. Momenteel groeit daar het bewustzijn over de pijnlijke kolonisatieperiode en werkt men aan verzoening. Dat betekent dat Australië de Aboriginaltalen als nationaal erfgoed begint te beschouwen. En een woordenboek als dit is uiteraard ook interessant voor antropologen, historici en biologen.”

En last but not least, het woordenboek levert taalkundige inzichten op. “Het Umpithamu geeft ons nieuwe kennis, bijvoorbeeld over naamvalsystemen en woordstructuur. De taal kent naamvallen met een dubbele functie: de naamval vertelt wie wat doet, maar ook wie belangrijk is in de zin. En hun woorden slijten af doorheen de tijd: doorgaans gebeurt dat achteraan het woord, maar in het Umpithamu gebeurt dat systematisch vooraan. Dat heeft te maken met veranderingen in het klemtoonsysteem.”

Verstraete krijgt vaak de vraag waarom hij zo’n ‘kleine taal’ bestudeert: “Er bestaan zowat 7.000 talen en elk daarvan kan ons iets bijleren over hoe een menselijke taal kan worden opgebouwd. In die zin is het Umpithamu gelijkwaardig aan pakweg het Engels. Er zijn talen met een klein aantal sprekers, maar er zijn geen ‘kleine’ of onbelangrijke talen.”

Ook gepubliceerd in...

Sonar

Lente 2021