Ga verder na de inhoud
Heldere kijk op troebele brexit
Onderzoek

Heldere kijk op troebele brexit

Na jaren van gebakkelei heeft het Verenigd Koninkrijk officieel de Europese Unie verlaten. Hoe komt dat eigenlijk en hoe moet het nu verder?

13 minuten
14 oktober 2020

Eind januari van dit jaar stapte het Verenigd Koninkrijk formeel uit de Europese Unie. Er geldt nu een overgangsperiode tot 31 december 2020, waarna een al dan niet harde brexit – dat hangt af van de lopende onderhandelingen – concreet ingang zal vinden. Experten van KU Leuven onderzoeken hoe het tot die drastische scheiding is kunnen komen en voorspellen de grote veranderingen die de brexit met zich mee zal brengen.

First things first: hoe is het eigenlijk zover kunnen komen? Professor Engelse taalkunde Lieven Buysse buigt zich al jaren over de Britse cultuur en over de verhouding met Europa, die altijd moeizaam is geweest. Al bij het begin van het Europese verhaal, in 1952, sloeg het VK de uitnodiging af om deel uit te maken van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Churchill was wel een groot voorstander van samenwerking binnen Europa, met het oog op duurzame vrede, maar vond het desondanks niet nodig om er deel van uit te maken. Het Britse Rijk beschikte dankzij zijn kolonies over voldoende grondstoffen en een dito grote afzetmarkt.

Dat sloeg om toen de dekolonisatie het Britse Rijk eind jaren 50, begin jaren 60 deed verschrompelen, legt Buysse uit. Plots werd het economisch wél interessant om tot de toenmalige EEG toe te treden. De Franse president De Gaulle stelde echter zijn veto tegen een Britse toetreding omdat hij vond dat de Britten te veel onder Amerikaanse invloed stonden en te zeer gedreven werden door eigenbelang in plaats van door het ideaal van politieke en culturele eenheid.

In ’73 trad het VK dan toch toe. Amper twee jaar later werd er al een eerste referendum gehouden. Met een tweederdemeerderheid werd er toen vóór Europa gestemd, onder andere vanwege de economische malaise in het VK en de verwachting dat Europees lidmaatschap economische voorspoed zou brengen. Er was nog een tweede reden waarom de Britten toch waren toegetreden, en er ook voor stemden om in Europa te blijven: het verlangen om ook na de dekolonisatie een belangrijke speler te blijven op het wereldtoneel via Europa.

Vasttapijt en stofzuigers

Vandaag voelt het VK zich beknot in die rol die het op wereldvlak wil spelen, zegt Buysse. Door de uitbreiding van de EU is de invloed van de individuele lidstaten drastisch afgenomen, en met hun grootse verleden in het achterhoofd vinden de Britten het niet evident om zich te voegen naar de regelgeving vanuit Brussel. “Het voelt voor sommigen alsof het VK van een trotse soevereine staat verworden is tot een vazalstaat. Britten houden sowieso al niet van regels, net omdat het niet in hun aard ligt ze na te volgen. Ze zien de standaardisering die de EU nastreeft als een aanslag op hun eigenheid. Zo was er recent nog verontwaardiging omdat de EU vanuit duurzaamheidsoverwegingen al te krachtige stofzuigers wil verbieden – Britten houden van vast tapijt én van sterke stofzuigers.” (lacht)

“De stemming begon begin jaren 90 te keren”, zegt Buysse. “Toen ging Europa restricties op de begroting opleggen om een eenheidsmunt mogelijk te maken en groeide de weerstand in het VK. Vooral de conservatieve politici zagen dat er politiek garen te spinnen viel bij een negatieve attitude tegenover de EU. Vervolgens begonnen de kranten op dat anti-Europese sentiment bij de bevolking in te spelen door onzinverhalen te verspreiden: over hoe Europa een populaire chipssmaak of typisch Britse worst zou gaan verbieden, bijvoorbeeld, of iedereen dezelfde brievenbus zou opleggen. Voor hij de politiek in ging, heeft Boris Johnson daar als Europees correspondent voor Britse kranten jarenlang een kwalijke rol in gespeeld, niet om ideologische redenen, maar omdat het gemakkelijke verhalen waren die goed verkochten.
Veel kranten voedden het idee dat het VK tekort gedaan werd. Niemand leek te willen inzien of uitleggen dat de regulering vanuit de EU net bedoeld is om de gewone man, jobs en bedrijven te beschermen. Het vrij verkeer binnen Europa voor onderdanen van de EU werd verantwoordelijk gesteld voor de stroom niet-Europese migranten naar het VK. Men wees naar Poolse en Roemeense arbeidskrachten die Britse jobs kwamen ‘inpikken’, terwijl het meestal gaat om jobs die niet ingevuld raken, bijvoorbeeld in de zorg.”

“Niet verwonderlijk dat veel Britten het gevoel hadden dat ze beter af zouden zijn buiten de EU”, zegt Buysse. “Wat de macro-economische gevolgen van de uitstap zullen zijn en de impact daarvan op hun eigen dagelijkse leven, kunnen ze zich moeilijk voorstellen. Maar na het gevoel van euforie dat de brexit met zich meebrengt, zal onvermijdelijk het moment komen waarop men zich realiseert dat de oorzaak van het Britse gevoel van ongenoegen en onvrede eigenlijk niet de EU was.”

Europa MG 8889s 3000

Opportunisten

Naast die perceptie en eigenzinnigheid speelt het opportunisme van individuele politici, vindt Steven Van Hecke, professor Europese en vergelijkende politiek. “Eind jaren 90 durfde Tony Blair, uit angst voor zijn binnenlandse populariteit, het momentum niet aan te grijpen om het VK de eurozone binnen te loodsen. Maar daarover zal de geschiedenis minder zwaar oordelen dan over David Cameron, die een persoonlijke afrekening boven het belang van zijn partij en zelfs zijn land stelde. In aanloop naar de verkiezingen van 2015 kocht hij de steun van eurosceptische backbenchers af in ruil voor een referendum over lidmaatschap van de EU. Zo wilde hij de Lib Dems buitenspel zetten en een parlementaire meerderheid veroveren. Maar hij schatte niet in dat hij zijn belofte zou moeten nakomen, laat staan dat hij het referendum kon verliezen. Die verantwoordelijkheid is verpletterend.”

Ook Boris Johnson, die na een onsuccesvolle doortocht van Theresa May aan de macht kwam, is meer gefocust op de handhaving van zijn eigen macht dan op de zware prijs die de Britten voor de brexit zullen betalen, stelt Van Hecke. “Johnson is een opportunist. Tekenend is het legendarische verhaal dat hij twee opiniestukken voor The Daily Telegraph klaar had, één waarin hij pro remain

en één waarin hij pro leave pleitte. Pas op de valreep koos hij voor het laatste omdat hij zo beter de vruchten zou kunnen plukken van de op handen zijnde nederlaag van Cameron.”

Hakken in het zand

Vandaag verandert Johnson nog altijd van koers als hem dat beter uitkomt. Zo loodste hij begin dit jaar het uittredingsakkoord door het Britse Lager- en Hogerhuis. Dat lukte hem vooral door de dreigende Ierse douanegrens, jarenlang hét struikelblok van de brexit, te verplaatsen van het vasteland naar de Ierse Zee. Maar begin september kwam hij daar eenzijdig op terug. “Zijn woord betekent dus maar weinig”, oordeelt Van Hecke. “Stel dat de internationale onderhandelaars toch nog komen tot een zachte brexit (waarbij het VK wel deel blijft uitmaken van de Europese interne markt, red.), wat is dat waard als Johnson begin 2021 gewoon een wet stemt die dat onderuit haalt? In het Lagerhuis heeft hij een meerderheid brexiteers aan zijn kant.”

“Dit alles zorgt ervoor dat Brussel London niet meer vertrouwt. Omgekeerd was het wantrouwen er al langer. In die zin verwacht ik geen spectaculaire politieke veranderingen in de nacht van 31 december op 1 januari. De ontrafeling zal zich gewoon voortzetten. Je zit hier met twee partners die bij de echtscheiding hun hakken alsmaar dieper in het zand zetten, waardoor ik de kans op een no deal, een harde brexit, alleen maar zie stijgen. Johnson zal er geen boterham minder om eten.”

De kosten van een scheiding zullen altijd groter zijn dan die van een samenwerking.

Directe én indirecte handel

Dat geldt niet voor de Europese vissers die maar beperkt toegang tot de Britse wateren dreigen te krijgen, of voor de truckchauffeurs die door grenscontroles kostbare tijd dreigen te verliezen. Zij en vele anderen vragen het zich angstvallig af: wat zullen de precieze, economische gevolgen van een (harde) brexit zijn?

In de context van de handelsrelatie tussen de EU en het VK blijkt dat 45 procent van de Britse export naar Europa gaat, terwijl alle EU-landen samen slechts 8 procent uitvoeren naar het VK. Lang werd dan ook gedacht dat de Britten de grote verliezers zouden zijn van de brexit.

Professor internationale economie Hylke Vandenbussche heeft die misvatting de wereld uit geholpen. Na een passage als economisch expert bij de Europese Commissie stelde ze aan de KU Leuven een dreamteam samen dat de impact van een brexit berekende aan de hand van een eigen economisch model. De onderzoeksresultaten goot ze in het boek De Brexit Saga, dat een nieuw licht werpt op de gevolgen van het Britse vertrek.

“De meeste economische handelsmodellen zijn gravitymodellen”, zegt Vandenbussche. “Die verklaren de handel tussen twee landen aan de hand van de grootte van de economie en de afstand tussen twee landen. Ze houden enkel rekening met de directe handel, de concrete goederen die worden geëxporteerd, terwijl wij al snel tot de vaststelling kwamen dat dat niet volstaat om de impact van de brexit écht nauwkeurig te meten.”

Het globale netwerkmodel van Vandenbussche en haar collega’s bekijkt de directe én indirecte handel. “Je zou kunnen denken dat bijvoorbeeld de Belgische staalsector enkel hinder zal ondervinden van een Britse invoertaks op staal, maar dat klopt niet, want ons land levert ook staal voor de productie van Duitse wagens. Als die uitgevoerd worden naar het VK heeft dat ook een impact op onze staalindustrie vanwege een mogelijk invoertarief op Europese wagens. In het geval van een harde brexit zal dat leiden tot een afname van de handel tussen de EU en het VK, met alle gevolgen van dien voor de tewerkstelling.”

Jobs, jobs, jobs

Volgens berekeningen van Vandenbussche is het jobverlies bij een no deal ongeveer vier keer zo groot als bij een zachte brexit. “In dat geval zullen de Britten meer dan 500 000 jobs zien verdwijnen. In een groot EU-land als Duitsland zullen dat er bijna 300 000 zijn en in België zouden zo’n 40 000 banen sneuvelen. Dat is héél veel als je kijkt naar ons beperkte aantal inwoners. Relatief gezien staan we in de top drie van landen met het grootste jobverlies. Dat komt voor een groot deel door die indirecte handel – wij exporteren nu eenmaal veel goederen die gebruikt worden bij productieprocessen van bijvoorbeeld voeding of chemicaliën in andere landen. Dat geldt overigens ook voor Tsjechië, dat ver van het VK ligt en er ook niet veel rechtstreeks naar exporteert, maar dat wel veel inputproducten voor de Duitse auto-industrie levert.”

Ook voor de Britse economie is de economische impact van een harde brexit gigantisch, en toch blijven veel Britten voorstander van een no deal. Hoe valt dat te verklaren? Populisme lijkt Vandenbussche een te simplistische verklaring. “De Britten vinden op dit moment dat het huwelijk met Europa niet meer werkte. Ze waren altijd al koele minnaars van de EU, maar nu hebben ze écht een andere toekomstvisie, gebaseerd op de geopolitieke verhoudingen. Veel Britten vinden dat Europa op economisch vlak niet behoort tot the coalition of the winning en zouden veel liever handelsakkoorden sluiten met sterke spelers als de VS of China. Zeker met de Amerikanen hebben ze een lange handelsgeschiedenis. Het is dan ook geen toeval dat Buckingham Palace vorig jaar de rode loper uitrolde voor Donald Trump tijdens diens driedaagse staatsbezoek aan het VK, zelfs al hebben meerdere leden van de koninklijke familie problemen met de persoonlijkheid van de president.”

Ik ben ervan overtuigd dat de Britten en de Europeanen elkaar op de lange termijn terugvinden, maar wellicht moet de kelk eerst tot op de bodem leeggedronken worden.

Catharsis

De Britten hebben dus een alternatief in gedachten. Dat is vooral gebaat bij een no deal, want in dat geval zijn de Britten vrij om op korte termijn handelsakkoorden te sluiten met wie ze willen, terwijl ze bij een zachter scenario nog een tijdje aan allerhande regeltjes gebonden zijn, ook als het gaat om staatssubsidies aan bedrijven of het belastingbeleid. “Volgens het huidige uitstapakkoord moeten de Britten hun staatssubsidiebeleid voorleggen én afstemmen op dat van Europa, om oneerlijke concurrentie te vermijden. Hetzelfde met taksen: de Britten zouden maar al te graag de meest liberale open markt in Europa zijn, maar de EU wil niet dat belastingen voor bedrijven te laag worden, omdat ze bang zijn dat die bedrijven dan massaal naar het VK trekken.”

Vandenbussche hoopt dat er een akkoord uit de bus komt, maar zelfs in het geval van een harde brexit moet de EU geen schrik hebben, vindt ze. “Het wordt voor iedereen een harde noot om te kraken, maar Europa moet vertrouwen op haar eigen kunnen, de eenheidsmarkt en interne cohesie uitbouwen en het Europese beleid verder uittekenen. Het ziet ernaar uit dat we op dit moment naar een periode van deglobalisering gaan, maar die tendens zal op termijn afnemen. We moeten ervoor zorgen dat we sterk genoeg staan als de geesten weer rijp zijn voor een meer open economie. Dat zal ons alleen maar sterker maken als handelspartner.”

Ook Steven Van Hecke is hoopvol gestemd. “Ik ben ervan overtuigd dat de Britten en de Europeanen elkaar op de lange termijn terugvinden, maar wellicht moet de kelk eerst tot op de bodem leeggedronken worden. Nu is er in de feiten nog niets veranderd; er zijn nog geen vissers of bedrijven failliet gegaan. Ik denk dat de catharsis bij de Britten er pas zal komen eens ze met een schok tot het besef komen dat het belang van de handel met de EU en de geografische nabijheid daarvan onomstotelijk zijn. Je zult nooit het VK tussen Nieuw-Zeeland en Australië kunnen leggen. Een Brits bedrijf dat naar de EU uitvoert, zal altijd lagere transportkosten hebben dan een dat exporteert naar de Commonwealth. Ik verwijs opnieuw naar de echtscheidingsmetafoor: pas als je na verloop van tijd merkt dat je platzak bent, zie je wellicht in dat het toch heilzaam is om samen voor een aantal zaken te zorgen.”

Europa MG 8992s 3000

Bloemen voor Pelosi

Los van het economische zet de brexit ook de internationale verhoudingen op scherp. Hoe zal een no deal de geopolitieke kaarten schudden? Van Hecke voorziet vooral problemen in Noord-Ierland. “Ook dit neemt Johnson niet ernstig. Als minister van Buitenlandse Zaken (tussen 2016 en 2018, red.) is hij nooit naar Ierland of de grens geweest. He couldn’t care less. Nu interesseert het hem evenmin dat de Noord-Ieren de kost van een harde brexit zullen betalen.”

“Maar ook daar zal de weerbarstigheid van de feiten zegevieren, want op termijn zal een meerderheid van katholieke Noord-Ieren een eventueel herenigingsreferendum winnen. In de tussentijd kan het in de regio wel echt ontsporen. De sfeer is er zo gespannen dat één heethoofd volstaat om de vlam in de pan te krijgen en oude demonen te doen terugkeren. In die zin spelen Johnson en de zijnen met vuur.”

Gelukkig zijn er nog de Amerikanen. Nancy Pelosi, voorzitster van het Huis van Afgevaardigden, zei onlangs dat Johnson het Goedevrijdagakkoord - dat in 1998 een einde maakte aan de Ierse burgeroorlog - beter niet kan schenden, of dat het Congres anders een nieuw Brits-Amerikaans handelsakkoord niet zal goedkeuren. “De Ierse kwestie is voor veel Amerikanen cruciaal, en terecht, want zonder hen was er geen vrede gekomen”, zegt Van Hecke.

“Dat argument zal voor Johnson overtuigender zijn dan de druk vanuit de EU. Het VK had altijd al een rationeel-politieke relatie met de EU terwijl hun verbondenheid met de VS veel emotioneler is. Het blijft hun referentiepunt. En dus moet de EU eigenlijk elke dag bloemen naar Nancy Pelosi sturen, want het zal misschien eerder via Washington dan via Brussel zijn dat de ratio bij de Britten terugkeert. Dat die uiteindelijk terugkeert, daar twijfel ik bijna niet aan. De kosten van de scheiding zullen altijd groter zijn dan die van een samenwerking.”

Samengevat: de brexit is het gevolg van een diepgeworteld anti-Europees sentiment bij de Britten en een gebrek aan durf en verantwoordelijkheid bij enkele van hun politieke sleutelfiguren. De huidige vertrouwensbreuk tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie doen de kansen op een zachte landing met de dag slinken. Een no deal komt met een zware economische en geopolitieke prijs aan beide zijden van het Kanaal, maar de finale catharsis die daaruit kan voortkomen, opent op termijn nieuwe perspectieven.

Steun het onderzoek

Hoe kunnen we burgers betrekken bij de Europese politiek? Steun de onderzoekers die dat debat willen versterken.