Ga verder na de inhoud
Hans Kluge: Toekomstige pandemieën het hoofd bieden door lessen te trekken uit de vorige
© WHO/Europe
Diepte-interview

Hans Kluge: Toekomstige pandemieën het hoofd bieden door lessen te trekken uit de vorige

Pandemieën zijn onvermijdelijk, rampen niet. Om goed voorbereid te zijn op de volgende gezondheidscrisis is een holistische aanpak nodig.

19 minuten
07 januari 2021

De directeur van het Regionaal Kantoor van de WHO voor Europa heeft 900 miljoen redenen om lessen te trekken uit de coronacrisis. Aan het roer staan tijdens de ergste gezondheidscrisis van de afgelopen honderd jaar heeft hem alvast één ding geleerd: hoe hard we ook proberen, we kunnen onze aanpak van pandemieën niet verbeteren zonder het gezondheidsbeleid in zijn geheel te herzien.

De coronacrisis zal niet blijven duren. Hoewel deze crisis al een verschrikkelijke tol heeft geëist, leert elke pandemie ons dat er misschien maar twee zekerheden zijn wanneer het op pandemieën aankomt, van de Pest van Justinianus in de jaren 540 tot de Spaanse griep van 1918: ze blijven niet duren, en de meest recente zal niet de laatste zijn.

Het probleem vandaag is echter dat de toenemende globalisering en verstedelijking het aantal nieuwe en andere pandemieën waarschijnlijk zal doen toenemen. Zonder een ingrijpende ommekeer zullen we op veel vlakken een herhaling zien van 2020. Maar waar moeten we op inzetten? Mondmaskers? Vaccins? Als we onze aanpak willen verbeteren, zullen we dat moeten doen door lessen te trekken uit deze specifieke epidemie. En dan doen we er goed aan om te luisteren naar Hans Kluge.

Dr. Kluge is regionaal directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor Europa. Hij trad aan ongeveer een maand voor de coronacrisis toesloeg in de 53 Europese en Aziatische landen – goed voor meer dan 900 miljoen mensen – die onder zijn verantwoordelijkheid vallen. De plannen voor zijn ambtsperiode moest hij meteen bijsturen, waarbij voorrang werd gegeven aan een snelle en duidelijke respons op de huidige crisis. Het hele jaar door hebben Dr. Kluge en zijn team bij de WHO/Europa onvermoeibaar gewerkt om het tij van de infectie te keren, de nodige maatregelen te communiceren naar mensen in tal van verschillende talen en culturen en de misinformatie te bestrijden die welig tiert in dit internettijdperk.

De pandemie is nog niet voorbij, maar dr. Kluge kan in deze fase wel al zijn licht laten schijnen op de rol van de burgers, van de WHO/Europa en van onderwijsinstellingen zoals de KU Leuven, in tijden van nood. Het gaat daarbij niet enkel om een overweging van tactische zaken zoals het al dan niet sluiten van speeltuinen of het tijdstip van een eventuele avondklok. Om onze aanpak tijdens de volgende pandemie te verbeteren en een veerkrachtige samenleving op te bouwen die de onvermijdelijke schok van toekomstige pandemieën kan weerstaan, moeten we kijken of we in staat zijn om daadkrachtig te reageren op eender welke plaag waarmee we geconfronteerd worden, of het nu gaat om een variant die nieuw is of gekend, bacterieel of viraal, door de lucht verspreid of via aerosolen.

Uit de uitleg van dr. Kluge blijkt duidelijk dat gezondheid veel meer is dan toegang tot een ziekenhuis, een dokter of een vaccin; gezondheid is de totaliteit van de manier waarop we ons leven leiden. Gezondheid is de som van de keuzes die we maken en de omstandigheden die ons omringen, en die we misschien niet kunnen kiezen. Het is dynamisch en ongrijpbaar en moet ons hele leven worden nagestreefd, niet enkel als we ziek zijn. Voor dr. Kluge spreken we over het coronavirus in de verleden tijd, maar als het gaat om echte, veerkrachtige gezondheid, dan praten we hoopvol en toekomstgericht.

Het enige dat de pandemie ons heeft geleerd, is dat arme en kwetsbare mensen buitenproportioneel getroffen worden.

Universitaire pijlers

Een universitaire opleiding heeft voor dr. Kluge altijd meer betekend dan het behalen van een diploma in een bepaald domein. Hij werd geboren in Roeselare en behaalde zijn bachelordiploma aan Kulak Kortrijk, waarna hij overstapte naar de KU Leuven voor zijn doctoraatsopleiding. Wat hem van meet af aan zo aantrok in de KU Leuven was de nadruk die de universiteit legt op waarden. Hij koos bewust voor KU Leuven vanwege haar katholieke waarden en dan meer bepaald die van solidariteit en rechtvaardigheid. Dat mooie uitgangspunt nam niet weg dat hij ten volle genoot van sociale contacten: hij zat in verschillende studentenclubs, waaronder het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond) en hechtte veel belang aan kameraadschap, zeker gezien de stressvolle omstandigheden waar een aspirant-arts mee te maken krijgt.

Vandaag de dag ziet Kluge onderzoeksuniversiteiten als instellingen die drie pijlers uitdragen als het op toekomstige pandemieën aankomt: onderwijs, onderzoek en sociale verantwoordelijkheid. Onderwijs lijkt misschien een voor de hand liggende pijler voor een universiteit, maar wat we studeren is dat mogelijks niet. Virologie is plots enorm populair geworden, maar is dat de beste manier om meer bewustzijn te creëren op vlak van volksgezondheid?

Voor dr. Kluge is het antwoord op die vraag simpel: “Volg je hart. Anders hou je het niet vol. Virologie is een uiterst belangrijk beroep, maar ik merk soms op dat de wetenschappelijke adviseurs van de ministers enkel en alleen virologen zijn. Voor volksgezondheid hebben we mensen nodig met een brede blik."

Dat idee dat je je werk niet kunt volhouden als je je hart niet volgt, sluit aan bij een van de belangrijkste dingen die Kluge leerde tijdens zijn eigen studie, iets wat hem heeft geholpen om de problemen en zorgen van 2020 te doorstaan: uithoudingsvermogen. Het was een les die hij leerde van zijn eigen vader, voormalig hoofd chirurgie in Roeselare, en die werd versterkt tijdens zijn studie aan KU Leuven: "Als student geneeskunde moet je urenlang op een stoel kunnen zitten, om te blokken, te structureren, te analyseren,... Je hebt dus echt uithoudingsvermogen nodig."

Dr. Kluge dringt er ook bij iedereen op aan om een opleiding niet als vanzelfsprekend te beschouwen. Een opleiding aan een wereldvermaarde universiteit als KU Leuven is helemaal niet duur als je bekijkt wat je ervoor terugkrijgt. Het is een luxe die mensen in ontwikkelingslanden niet meteen hebben. “Dat realiseerde ik me later. En daarom probeer ik altijd – in de mate van het mogelijke – achteraf iets terug te geven. Elke keer als ik in een bepaald land ben, bezoek ik een universiteit en zie ik hoe belangrijk het is voor de studenten om hen verhalen te vertellen, hen te enthousiasmeren, om te laten zien dat de mogelijkheden eindeloos zijn. Ik had nooit gedacht dat ik zoiets zou kunnen doen maar nu heb ik de kans om iets terug te geven aan de maatschappij. Dat is heel belangrijk.”

De onderzoekspijler lijkt misschien ook voor de hand liggend als je bekijkt hoeveel nadruk er tijdens de coronacrisis gelegd is op het ontwikkelen van nieuwe vaccins. Dat aspect zal zeker belangrijk blijven in de toekomst, maar Kluge merkt op dat er andere medische voordelen zijn aan universitair onderzoek, zoals de ontwikkeling en verbetering van diagnostische tests. Naast een uitbreiding van de medische toolkit ziet Kluge mogelijkheden in structurele modellen die enorme voordelen beloven, met name het gebruik van consortia voor toekomstig onderzoek. "Dat zien we steeds meer gebeuren, onderzoek niet alleen aan één universiteit, maar in conglomeraten. Als we op globaal en Europees niveau willen blijven concurreren, moet die samenwerking tussen universiteiten in de toekomst voortgezet worden.”

Als er één onverwachte pijler is die van belang is om toekomstige pandemieën te stoppen, dan is het de derde: sociale verantwoordelijkheid. Voorbeelden daarvan zijn de reeds bestaande initiatieven van KU Leuven die mensen in achterstandssituaties helpen om toegang te krijgen tot het hoger onderwijs. Het kan gaan om opleidingen in andere landen, of opleidingen die studenten de nodige hulp bieden bij het reizen naar en wonen in België voor hun studie. Een voorbeeld van dat laatste is de studiebeurs voor studenten uit ontwikkelingslanden om de Master of Science in Water Resource Engineering aan de KU Leuven te volgen. Die beurs wordt gefinancierd door de Vlaamse Interuniversitaire Raad en het Belgische Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Ongeacht de manier waarop ze georganiseerd zijn, het staat vast dat meer van dit soort programma's de knapste koppen in landen over de hele wereld in staat zal stellen om toekomstige crises te beheersen, waar die zich ook mogen voordoen.

Toch kan sociale verantwoordelijkheid meer betekenen dan enkel en alleen het aanbieden van onderwijs. Dr. Kluge herinnert zich dat studenten die afstudeerden aan de KU Leuven en een internationale job vonden altijd op de universiteit konden rekenen voor ondersteuning. Zo ook hijzelf toen hij coördinator was van een tuberculoseprogramma in Somalië met Artsen zonder Grenzen (AZG) op het moment waarop de VN zich in 1994 terugtrok. “Ik was volledig geïsoleerd. Enkel AZG bleef ter plekke. Het was uitermate gevaarlijk, chaos, geen regels of wetten. Dat is traditioneel gezien wanneer AZG in actie komt. En toen heeft de universiteit koste wat het kost een manier gevonden om mij bladen, een medisch tijdschrift en een nieuwsmagazine te sturen. Dat was erg leuk, een beetje normaliteit. Ik kreeg ook hulp van professoren. Professor Decramer hielp me om eerstelijns anti-tuberculosemedicijnen te vinden. Die kon ik immers niet krijgen omdat ze te duur waren.”

Dat is dan ook de kern van Kluges boodschap: een universiteit is maar zo sterk als haar mensen. In dat opzicht heeft hij zijn eigen advies voor studenten, wat ze ook studeren: lezen, lezen, lezen. Zoals hij zegt: “Als je stopt met lezen en schrijven, stop je met denken. Blijf steeds bijleren, het houdt je scherp."

WHO/Lasse Badsberg-Hansen
WHO/Lasse Badsberg-Hansen

Gezondheidsrampen voorkomen

Flashback naar eind 2019. Dr. Kluge zit middenin zijn campagne voor regionaal directeur van de WHO. Hij reist naar alle 53 lidstaten en vraagt de ministers van Volksgezondheid en Buitenlandse Zaken wat volgens hen goed werkte in hun samenwerking met het regionale kantoor van de WHO en wat er fout zat of minder goed liep. Het geeft hem een schat aan informatie voor de toekomst, waaronder de openbaring dat de WHO/Europa een landgerichte focus moet hebben die echte resultaten oplevert. Het mag geen organisatie zijn die alleen maar theoretische verklaringen of advies verkondigt vanuit een ivoren toren in het hoofdkwartier in Kopenhagen. Dr. Kluge wint de verkiezing.

In februari wordt hij benoemd tot Regionaal Directeur. Hij is helemaal klaar om met de WHO/Europa in alle 53 landen de algemene gezondheid te bevorderen door per land echte verbeteringen te introduceren, een resultaat dat afhankelijk is van een fundamentele politieke kwestie: wat kunnen burgers terecht verwachten van hun gezondheidsautoriteiten? De WHO/Europa is een verzameling van sterk uiteenlopende naties met dito culturen en overheidsstructuren. De uitdagingen lijken overweldigend, maar Kluge raakt niet ontmoedigd. Tijdens zijn carrière is hij in Liberia door Charles Taylor bedreigd geweest met onthoofding, heeft hij in Russische gevangenissen in Siberië gewerkt, en heeft hij onder een militaire dictatuur geleefd in Myanmar. Hij heeft al veel gezien. Hij is er klaar voor.

Dr. Kluge introduceert het kernprogramma voor zijn ambtsperiode: het European Programme of Work 2020-2025: United Action for Better Health. Met dat programma wil hij een betere gezondheid bereiken door te focussen op twee doelen. Het eerste is dat niemand vergeten wordt. Dat houdt in dat er voor iedereen, overal, ongeacht het ontwikkelingsniveau van het land, positieve gezondheidswinst gecreëerd wordt. Het tweede doel is het versterken van nationaal leiderschap op vlak van gezondheid. Daarmee wil Dr. Kluge het alomtegenwoordige wantrouwen van het publiek ten opzichte van de volksgezondheidsautoriteiten tegengaan, iets wat hij ondervonden heeft tijdens zijn bezoeken aan landen in de hele regio: “We merken dat de stem van de minister van Volksgezondheid in veel regeringen nog steeds niet gehoord wordt.”

Om die doelstellingen te bereiken, is actie vereist op drie fronten. Eerst en vooral moeten we opschalen naar een algemene dekking van de gezondheidszorg. “Dat betekent dat iedereen toegang heeft tot kwalitatief goede gezondheidszorg, zonder dat hij of zij het risico loopt om door gezondheidsproblemen in armoede geduwd te worden. Er moeten ook twee kernprogramma’s zijn: digitale gezondheid en geestelijke gezondheid." Digitale gezondheid zal de tools van de moderne geneeskunde beschikbaar maken voor zorgverleners in de hele regio. De focus op geestelijke gezondheid zal op zijn beurt helpen om een eind te maken aan de stigmatisering van lichamelijke gezondheid.

Ten tweede moeten we mensen en regionale autoriteiten klaarstomen om efficiënter te reageren op noodsituaties. Dr. Kluge beseft op dat moment nog niet dat dit front binnenkort op een bijna onvoorstelbare manier op de proef zalworden gesteld. In september 2020 werd onderzocht wat de impact van COVID-19 was op het European Programme of Work 2020-2025. Daaruit bleek dat de corona-stresstest zwakke punten in het zorgstelsel aan het licht gebracht heeft die we een jaar eerder niet hadden zien aankomen; tragedies die nu ook kansen vormen om de aanpak van de WHO/Europa te versterken.

Het derde front is het verbeteren van de algehele gezondheid en het algemeen welzijn. "Dat houdt in dat er een paradigmaverschuiving moet plaatsvinden van een curatief systeem naar een preventief systeem. Als we langer willen leven, moeten we rekening houden met de vier grote risicofactoren: alcohol, tabak, inactiviteit en obesitas.” Die risicofactoren worden niet-overdraagbare ziekten (NCD's) genoemd en zijn misschien wel het gezondheidsaspect waar we de meeste controle over hebben. “Daarom is preventie dus belangrijk. ik zeg altijd over onze ministers dat de meeste van hen ministers zijn van ziekte, niet van gezondheid. Ze richten zich op het ziekenhuissysteem, op de situatie als het al te laat is. We moeten de focus op vlak van gezondheid dus verleggen naar de bevolking."

Het is de bedoeling dat de drie fronten deel uitmaken van een netwerk van wederzijds versterkende praktijken, die ervoor zorgen dat individuen – en de systemen die ontworpen zijn om voor die individuen te zorgen – gezond zijn en bestand zijn tegen klappen. Ze zijn bedoeld om het risico op epidemieën tegen te gaan, maar ook om de meer alledaagse dreiging van NCD’s te bestrijden, want die eisen een stille maar verwoestende tol van de Europese gezondheid. Kortom, ze moeten een antwoord bieden op een breed scala aan zaken op meerdere overheidsniveaus.

Toen sloeg het coronavirus toe en werden de plannen van dr. Kluge bijna volledig overschaduwd in het publieke debat. Ze zijn echter nooit definitief verdwenen en de wens om het programma te implementeren is er nog steeds. Nu er vaccins op de markt beginnen te komen, neemt Kluge de lessen van het afgelopen jaar mee in zijn visie op een bredere gezondheid voor Europa. "Ik heb een nieuw gezondheidsinitiatief opgezet: Behaviour and Insights. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft een beetje te veel artsen en verpleegkundigen in haar rangen. We hebben gedragswetenschappers en antropologen nodig. Wat is momenteel het grootste probleem met COVID? Het is wat ik ‘pandemiemoeheid’ noem: mensen zijn de beperkende maatregelen zat. Je moet dus begrijpen wat er in de hoofden van mensen omgaat en wat hen kan motiveren om zichzelf, hun ouders en hun grootouders te beschermen. Dat is het belangrijkste.”

Als het al moeilijk is om mensen te motiveren om een pandemie te bestrijden, zal het zeker niet makkelijker zijn om hen te motiveren om hun gezondheid en welzijn op lange termijn te overwegen. Maar het is een strijd die we moeten winnen als we beter voorbereid willen zijn wanneer de volgende crisis toeslaat.

Je moet begrijpen wat er in de hoofden van mensen omgaat en wat hen kan motiveren om zichzelf, hun ouders en hun grootouders te beschermen. Dat is het belangrijkste.

Een evenwichtigere aanpak

Zelfs met een sterkere algemene gezondheid is het onvermijdelijk dat er ooit een nieuwe pandemie zal uitbreken. De afgelopen twintig jaar zagen we de opkomst van SARS, MERS, Vogelgriep, Varkensgriep, enzovoort. Hoe moet onze aanpak voor de volgende crisis er dan uitzien, zowel op medisch als op sociaal vlak?

Eerst en vooral moet die aanpak evenwichtiger zijn. "Op de vergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie, een bijeenkomst van alle 193 ministers van Volksgezondheid, sprak ik over een tweesporenaanpak voor het gezondheidssysteem. De ziekenhuizen worden overspoeld door COVID-19-patiënten en we vergeten de indirecte schade die dat met zich meebrengt. In sommige landen zal de borstkankersterfte met 10% toenemen en darmkanker met 15%, maar de screenings voor deze ziektes zijn gestopt. Het gaat om mensen die normaal gesproken nooit zouden zijn gestorven, onze zussen, onze moeders, onze grootmoeders, gewoon omdat alle inspanningen naar COVID en de ziekenhuizen zijn gegaan. De primaire gezondheidszorg is gestopt met die screenings en dat is waar wij bij de Wereldgezondheidsorganisatie tegen pleiten. Hetzelfde voor routineuze inentingen. Iedereen is in de wolken met dit COVID-19-vaccin, maar in 40% van onze landen zijn de routineuze basisvaccinaties voor polio, tetanus, de vergeten ziektes, gestopt.”

We kunnen ook meer doen om de verspreiding van de volgende pandemie te voorkomen. “We werken samen met het Institute of Health Evaluation and Metrics in Seattle (Washington) en onze studies tonen aan dat we tegen 1 februari 2021 tot 261 000 levens kunnen redden als we systematisch een masker dragen en sociale bijeenkomsten sterk controleren. Vergelijk Singapore, waar maskers in 95% van de gevallen gedragen worden, met Europa, waar dat 65% is. Door een voorbeeld te nemen aan Singapore kunnen we zoveel levens redden." Op dat vlak zouden de ontwikkelde landen ook meer kunnen samenwerken met de ontwikkelingslanden, waar veel van onze textielproducten, waaronder gezichtsmaskers, worden geproduceerd.

Lichamelijke gezondheid is niet dr. Kluges enige aandachtspunt. Een bijzonder punt van zorg is de noodzaak om op te komen voor de Europese sociale waarden van solidariteit en rechtvaardigheid; waarden die in moeilijke tijden al eens vergeten kunnen worden. Hoezeer we ons ook voorbereiden op de volgende pandemie, we moeten beseffen dat elke grote gezondheidscrisis verschillende segmenten van de bevolking op een andere manier zal treffen en dat we onze inspanningen daarop moeten afstemmen. "Het enige dat de pandemie ons heeft geleerd is dat arme en kwetsbare mensen buitenproportioneel getroffen worden. Dit keer was het de oudere bevolking. Dat was tijdens de eerste golf een menselijke ramp in België en ook elders. We hebben voor die mensen te weinig gedaan tijdens die eerste golf.”

Een andere kwetsbare groep zijn jongeren, die zwaarder dan je misschien zou verwachten gebukt gaan onder de lockdowns. "We pleiten er binnen de WHO/Europa sterk voor om de scholen zoveel mogelijk open te houden tijdens lockdowns. Leerlingen die speciale ondersteuning nodig hebben, hadden niets om hen te helpen bij het digitaal leren. We willen geen COVID-19 Verloren Generatie." Hoewel de sterftecijfers voor jongeren die COVID-19 oplopen over het algemeen zeer laag zijn, beseffen we misschien niet in welke mate jongeren tijdens een lockdown last hebben van geestelijke gezondheidsproblemen. "We zien dat meer dan 50% van de jongeren te kampen heeft met geestelijke gezondheidsproblemen zoals angsten, depressie, vragen over de toekomst."

Een derde groep die volgens Kluge te lijden heeft onder de lockdowns zijn degenen die te maken krijgen met gendergerelateerd geweld. "Een op de vier vrouwen en een op de drie kinderen krijgt te maken met een of andere vorm van huiselijk geweld, een cijfer dat enkel toeneemt tijdens een lockdown. Stel je eens voor dat je opgesloten zit met je agressor omdat je geen beroep kan doen op de socialebijstandsvoorzieningen."

Hoe erg de coronaviruspandemie ook is (geweest), had het nog erger kunnen zijn. Het virus had bijvoorbeeld virulenter kunnen zijn, makkelijker overdraagbaar dus. Toch liep er veel verkeerd. We weten nu dat een betere aanpak inhoudt dat we beter voor elkaar moeten zorgen. Maar er zou geen pandemie voor nodig moeten zijn om tot dat inzicht te komen.

WHO/Lasse Badsberg-Hansen
WHO/Lasse Badsberg-Hansen

Het personeel en het persoonlijke

Eind 2020 was dr. Kluge aanwezig bij een lunch voor ambassadeurs in Kopenhagen. Hij werd er gebombardeerd met de gebruikelijke vragen (Wanneer zal deze pandemie stoppen?) toen de Israëlische ambassadeur hem vroeg: "Je hebt het over de gezondheidswerkers, maar hoe motiveer je je eigen mensen in de Wereldgezondheidsorganisatie? Ze moeten bekaf zijn, ze werken nu al de hele tijd non-stop."

De ambassadeur had het bij het rechte eind. Hij had gelijk over het personeel van de WHO/Europa en hij had gelijk over de gezondheidswerkers in heel Europa. Zoals Kluge zelf zegt: "In de eerste golf applaudisseerden de mensen nog voor de gezondheidswerkers, maar dat is zo goed als gestopt, terwijl het virus er nog steeds is. De impact op de samenleving is niet gelijk verdeeld; de gezondheidswerkers staan onder enorme druk en ze hebben nooit de tijd gehad om tussen de golven door te rusten.” De ongelijke impact wordt niet enkel in de WHO/Europa en de ziekenhuizen gevoeld, maar ook in de zorgcentra: "De werknemers daar kunnen niet altijd terugvallen op de meest doordachte training over de maatregelen ter bestrijding van een pandemie, noch hebben zij altijd het juiste beschermingsmateriaal gekregen. Zij waren gewoon geen prioriteit en werden aan hun lot overgelaten. Door voorbereid te zijn, kan je die nalatigheid ten opzichte van gezondheidswerkers deels verhelpen, maar het kan de onverschilligheid van een samenleving die wegkijkt niet tegenhouden.”

Dr. Kluges holistische thema’s, zijnde gezondheid en welzijn, zijn misschien wel de enige manier om een antwoord te bieden op de extreme vermoeidheid die gezondheidswerkers ervaren tijdens een pandemie; een medicijn voor de vermoeide ziel waarvan hij persoonlijk kan getuigen. De WHO/Europa is een multicultureel agentschap met heel wat medewerkers in Kopenhagen die ver van huis zijn, gescheiden van hun families. Velen van hen realiseerden zich dat 2020 de eerste keer zou zijn dat ze hun familie niet zouden zien met Kerstmis. Daarom heeft dr. Kluge – ondanks de lange uren en zijn hectische agenda – zichzelf er vaak aan herinnerd dat hij veel geluk heeft: hij heeft zijn gezin bij zich in Denemarken, ook al hebben ze hem niet zo vaak gezien als ze gewild hadden. "Het is erg belangrijk om die familiale basis te hebben, want je moet gezond van geest blijven. De mensen die in de gezondheidssector werken, willen niet thuiskomen en ook daar nog eens over COVID praten. De steun die je krijgt van je gezin is heel belangrijk en mogen we niet als vanzelfsprekend beschouwen."

Dr. Kluge houdt zijn blik op de toekomst gericht om de volgende pandemie te proberen voorkomen, maar hij kijkt ook naar de toekomst voor vernieuwing en in de hoopvolle verwachting dat we ons leven opnieuw kunnen hervatten. Zijn eigen dochters zijn immers al tieners, die hun opties afwegen en nadenken over aan welke universiteit ze willen gaan studeren. Vragen over de toekomst zijn dan ook schering en inslag in zijn gezin. Gaan zijn dochters ook aan KU Leuven studeren? Kiezen ze voor virologie? Of wijden ze zich misschien aan de volksgezondheid in bredere zin?

Of het KU Leuven wordt zal nog moeten blijken, maar in dit geval lijkt dr. Kluges advies om je hart te volgen ervoor te zorgen dat een carrière in de geneeskunde weinig waarschijnlijk is. Na zo'n moeilijk jaar is het fijn om hem te horen lachen wanneer hij zegt: "De oudste zou graag advocaat worden."