Ga verder na de inhoud
Eredoctor Kate Raworth: Studenten kunnen haar donuteconomie wel smaken
© Thijs Calu
Universiteit

Eredoctor Kate Raworth: Studenten kunnen haar donuteconomie wel smaken

De studenten van KU Leuven nomineerden Kate Raworth voor een eredoctoraat: “Zij herinnert ons eraan waarom we aan de universiteit zitten.”

12 minuten
20 januari 2021

Aanvankelijk dacht ik: is het wel wijs om zo’n suikerbom als de donut te kiezen als metafoor voor een nieuw economisch model? Maar je moet toegeven, het is een beeld dat blijft hangen.”

Professor Ingrid Molderez, hoofd van de Onderzoeksgroep Centrum voor Economie en Duurzaam Ondernemen (CEDON) op Campus Brussel, ontmoette Kate Raworth in 2017 toen ze in ons land was naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van haar boek Doughnut Economics: Seven Ways to Think Like a 21st Century Economist. In dat boek – een wereldwijde bestseller – pleit Raworth voor een economisch model dat een evenwicht vindt tussen het vervullen van de essentiële menselijke noden en het respecteren van de grenzen van onze planeet.

Klaas Collin, voorzitter Studentenraad KU Leuven, licht toe: “Voor iedereen voldoende voedsel, onderwijs, gezondheid …: dat is de binnenste rand van de donut. Tegelijk moeten we rekening houden met de eindigheid van grondstoffen, met het behoud van biodiversiteit, met klimaatverandering … Dat is de buitenste rand van de donut. De uitdaging voor deze eeuw is om binnen de sweet spot van de donut te blijven, wat Raworth de safe and just space noemt.”

Een inspirerend model, en een inspirerende dame, vindt ook professor Molderez: “Wat me erg aanspreekt is hoe Raworth economie bekijkt in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Economie dus die teruggaat tot het Griekse begrip oikos, als een goede huisvader omgaan met de dingen – en dus ook met de natuur. Terwijl onze invulling van economie te veel chrematistike is geworden, winstmaximalisatie. Raworth heeft een veel bredere kijk.”

Die ruimere blik dankt Raworth aan haar studie politieke wetenschappen, filosofie en economie in Oxford en aan haar werk met micro-ondernemingen in Zanzibar, en later voor de VN, waar ze meewerkte aan het Human Development Report, en als onderzoeker voor Oxfam. Vandaag is ze verbonden aan het Environmental Change Institute van de Universiteit van Oxford en aan het Cambridge Institute for Sustainability Leadership.

Raworth stelt theorieën, concepten en benaderingen in vraag die we al tientallen jaren volgen.

Klimaattaks

“Wij richten ons op precies de thema’s die Raworth aansnijdt”, zegt Kris Bachus van het HIVA (Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving). “Met onze onderzoeksgroep Duurzame Ontwikkeling bestuderen we bijvoorbeeld de klimaattaksshift: een verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op grondstoffen en vervuiling, met als doel de klimaatverandering aan te pakken – denk aan de grenzen van de donut. Tegelijk is een belangrijk element van de klimaattaksshift dat je ervoor waakt dat de meest kwetsbare groepen in de samenleving er niet de dupe van worden. En dat gaat dan weer over de binnenste rand van de donut.”

De grootste verdienste van Raworth is volgens Bachus dat ze een complex en moeilijk begrip als duurzame ontwikkeling uitlegt op een manier die voor iedereen toegankelijk is, zelfs voor kinderen: “Als wetenschappers moeten we durven toegeven dat maar enkelen van ons er echt in slagen om het brede publiek te bereiken.” Kate Raworth heeft daar weinig moeite mee. The Guardian noemde haar ‘one of the top ten tweeters on economic transformation’. Doughnut Economics werd intussen in achttien talen vertaald.

Raworth TED2018 20180411 2 BH9397 web
© Bret Hartman

Knex-bal

Raworth speelt op een heel eigen manier in op het verzet, onder meer bij studenten, tegen het neoklassieke economisch denken dat nog dominant is binnen de universiteiten, aldus Molderez. Dat systeem is er niet in geslaagd de kredietcrisis van 2008 te voorkomen, zorgt voor enorme ecologische schade en heeft heel wat sociale nadelen. Kate Raworth heeft gehoor gegeven aan de roep om op een andere manier invulling te geven aan economie.

“Ik vind het interessant dat het een vrouw is die het voortouw neemt in dit domein”, zegt Molderez. “Raworth past daarmee in een rijtje vrouwelijke onderzoekers, van Rachel Carson, die in de jaren 60 de eerste was om de negatieve effecten van DDT aan te klagen, tot Elinor Ostrom, die in 2009 als eerste vrouw, samen met Oliver Williamson, de Nobelprijs voor economie kreeg.”

Uniek aan Raworth is de manier waarop ze haar ideeën aan de man brengt: “In 2018 heb ik opnieuw een lezing van haar bijgewoond. Op een gegeven moment haalt ze zo’n bol gemaakt van Knex uit haar zak en gooit die omhoog, om haar punt te illustreren. En het werkt.”

Picasso

“Na de publicatie van Raworths boek hebben verschillende onderzoekers zo'n donut opgemaakt voor diverse landen”, zegt professor Karel Van Acker. “Dan zie je dat heel veel westerse landen die donut goed invullen – niet perfect maar goed – maar wel de buitenste limieten ervan overschrijden. Terwijl landen uit de Global South meestal binnen die grenzen blijven, maar er niet in slagen te voldoen aan de basisnoden van de bevolking. Landen die de noden invullen zonder de limieten te overtreden zijn er nog niet. Je ziet wel dat verschillende steden – Amsterdam en Brussel bijvoorbeeld – het donutmodel als leidraad nemen om hun ambities aan te toetsen.”

Professor Van Acker is eveneens – onder meer – aan CEDON verbonden en geeft geregeld lezingen over het werk van Kate Raworth: “Haar grote verdienste is dat ze veel verschillende elementen weet samen te brengen in een samenhangend geheel. Van het rapport van de VN-Commissie Brundtlandt uit ’87, dat ook al die idee van noden en limieten bevat, tot de ideeën van Johan Rockström van het Stockholm Resilience Center, die haar inspireren om de buitenste cirkel van de donut te beschrijven. Vanuit haar achtergrond bij Oxfam legt ze ook veel nadruk op de sociale kant. Ze slaagt erin de complexiteit van de economie te overzien. En ze weet dat ook heel bevattelijk over te brengen. Wetenschap gaat niet enkel over in de diepte bestuderen, maar ook over een holistisch concept uitwerken, zaken met elkaar in verband brengen. Dat is precies wat Kate Raworth doet.”

Molderez: “Ken je dat beeld van Picasso, een stierenkop die hij maakte met het stuur en het zadel van een fiets? Dat had je inderdaad zelf ook kunnen ineenknutselen en misschien heb je die onderdelen zelfs in huis … maar het verschil is dat je het niet gedaan hebt. Zo is het bij Raworth ook: zij heeft een eigen geheel gemaakt van het werk van verschillende bestaande theorieën.”

Kate Raworth richt haar pijlen op de klassieke economie-opleidingen.

Hulpmiddel

Professor Sandra Rousseau bewaart goede herinneringen aan het bezoek van Kate Raworth aan Campus Brussel in oktober 2017: “Een heel enthousiaste persoonlijkheid, we hebben toen in een klein gezelschap van gedachten kunnen wisselen. Ik gebruik Raworths model in elk vak dat ik doceer, onder meer milieu-economie en sustainable management. Voor sommige studenten is het de eerste keer dat ze buiten de traditionele kaders gaan kijken. Het donutmodel is dan heel handig om te laten zien hoe je op een alternatieve manier kan nadenken over economie.”

Rousseaus collega professor Marc Craps bespreekt het werk van Kate Raworth al enkele jaren in zijn lessen Corporate Social Responsibility. “Het is soms een beetje een uitdaging om studenten in te wijden in zo’n vak op een moment dat ze al een paar jaar economie-opleiding achter de rug hebben. Raworths werk is daarbij een hulpmiddel omdat ze aanhaakt bij de klassieke economische theorieën. Het biedt studenten ideeën die voldoende nieuw en uitdagend zijn, maar ook weer niet té ver afstaan van hun referentiekader.”

Raworth heeft echter heel wat kritiek op de klassieke economische modellen en concepten. Dat spreekt veel studenten aan, zegt Klaas Collin: “Vandaag gebruiken we nog steeds dezelfde parameters als in het verleden om te meten of we goed bezig zijn: economische groei, bruto binnenlands product ... Daar moeten we mee stoppen, volgens Raworth.

Onze economie kan niet oneindig blijven groeien, want dan overbelasten we onze planeet. Er is nood aan nieuwe indicatoren om ons te vertellen of we op de goede weg zijn.”

Protest pexels photo 2990644 mag
© Markus Spiske

Onrecht

Raworth zet professoren aan om meer te reflecteren over de economie die wij doceren, zegt Ingrid Molderez. “Ze richt haar pijlen op de klassieke economie-opleidingen”, vult Van Acker aan. “Ze meent dat die te veel vertrekken vanuit sterk vereenvoudigde modellen die slechts deelaspecten van de economie bekijken, terwijl volgens haar net de complexiteit heel belangrijk is. Zij wil van theorieën rond duurzaamheid de basis van de economie maken.”

“Heel veel economen delen Raworths visie dat we naar een samenleving moeten die minder focust op economische groei”, zegt milieu-econoom professor Johan Eyckmans. “Maar soms doet ze de economische wetenschap wel wat onrecht aan. Een van haar zeven aanbevelingen is bijvoorbeeld om meer aandacht te hebben voor behavioral economics. Maar die aandacht is er al een hele tijd, er zijn zelfs al subdisciplines ontstaan zoals behavioral finance. Ook naar distributieve en duurzame economie wordt vandaag veel onderzoek verricht.”

“Raworth heeft echter wel een punt als ze zegt dat veel van die inzichten hun weg nog niet gevonden hebben naar de klassieke handboeken of niet aan bod komen in inleidende cursussen. Daardoor leveren universiteiten nog steeds mensen af die wel de beginselen van economie hebben gezien, maar niets hebben meegekregen over onderwerpen als verdeling, publieke goederen, milieueffecten … Maar het KU Leuven-handboek Economie – een inleiding is een tegenvoorbeeld dat daar net wel heel veel aandacht aan besteedt, en bijvoorbeeld ook kritiek bevat op het klassieke bbp-groeiconcept.”

Ook professor Sandra Rousseau benadrukt dat veel economen vandaag al een veel ruimere blik hebben dan velen misschien denken: “De traditionele benadering die je in een introductie tot de economie krijgt, reflecteert niet echt waar economen anno 2020 mee bezig zijn. Vandaag zijn economen zich heel erg bewust van het feit dat mensen méér doen dan trachten hun winst zo groot mogelijk te maken.

We weten inmiddels wel dat er ook andere overwegingen meespelen in ons gedrag, zoals altruïsme. Veel van Raworths ideeën rond bijvoorbeeld inkomensongelijkheid en consumentengedrag nemen we al langer mee; zeker economen die bezig zijn met milieu-economie en duurzaam ondernemen.”

“Maar misschien laten wij niet voldoende zién dat we hier al mee bezig zijn. Wat Kate Raworth doet heeft alleszins veel mensen de ogen geopend. Ze vervult echt een brugfunctie tussen het academische en de maatschappij, iets wat ik zelf ontzettend belangrijk vind.”

Raworth gelooft erin dat we een wereld kunnen creëren waarin op een duurzame manier aan de basisbehoeften van iedereen voldaan wordt.

Diehards

Niet alle wetenschappers gaan meteen helemaal mee met Raworths visie. Dat hoeft niet te verwonderen, zegt Kris Bachus: “Ze stelt heel veel theorieën, concepten en benaderingen in vraag die we al tientallen jaren volgen. Tegelijk, en dat is eigenlijk uniek, slaagt Raworth er met haar donutmodel in om de kloof te overbruggen tussen diehard vrijemarkteconomisten en klimaat –en milieuactivisten die radicale verandering willen. Geen van beide partijen voelt zich bedreigd door haar model.”

Raworth denkt zowel na over het grote economische systeem als over concrete invullingen daarvan, in vormen van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het onderzoek van professor Molderez situeert zich in dat laatste domein: “Denk bijvoorbeeld aan platformcoöperativisme, waarbij je dingen, zoals auto’s, deelt, maar dan niet vanuit een winstgerichte motivatie. Net zoals Raworth denk ik dat we als professoren oog moeten hebben voor wat er zich afspeelt in de samenleving.”

Met haar studenten bezoekt professor Molderez organisaties die een andere invulling geven aan economie, zoals Open Source, dat ervoor zorgt dat het grondwater dat bij bouwprojecten wordt opgepompt, gebruikt wordt om beplanting water te geven of straten schoon te maken. “Een mooi voorbeeld van wat Raworth create to regenerate noemt. Zulke fenomenen die zich een beetje aan de rand bevinden, daar beweegt iets, daar groeit vernieuwing en creativiteit. Het is waar ik zelf mijn enthousiasme uithaal, mijn passie voor onderzoek ook.”

Het is enkel door fundamentele concepten in vraag te stellen dat we de maatschappij vooruit kunnen laten gaan.

Waarde

“Raworth pleit ook voor een transformatie van ons begrip van waarde”, zegt professor Van Acker. “Volgens haar ligt economische waarde niet zozeer in het zoveel mogelijk verkopen van producten, maar in het telkens opnieuw waarde halen uit de materialen, het menselijk kapitaal, en de kennis waaruit ze zijn gemaakt.”

“Waar de klassieke economie economisch gedrag ziet als een soort optelsom van rationeel rekenende individuen, ziet de ecologische economie een samenleving waarin gemeenschappen met elkaar proberen uit te maken wat voor hen waardevol is”, vult professor Craps aan. “Ik kan me voorstellen dat klassiek geschoolde economisten dat geen

‘economie’ meer noemen. Maar ik vermoed dat Kate Raworth daarop zou zeggen: ‘Maar het is wel het soort economie dat we nodig hebben’.”

“Raworth stelt dat we dan ook nieuwe indicatoren voor ‘waarde’ moeten zoeken”, zegt Van Acker. “Dat is eigenlijk ook wat wij in onze onderzoeksgroep doen voor circulaire economie. Voor het mobiliteitssysteem in Vlaanderen vertrekken we bijvoorbeeld van de vraag: ‘Wat is de behoefte, hoeveel willen we ons verplaatsen?’ En dan kijken we hoeveel materiaal en energie je daarvoor nodig hebt. Met die data maken we indicatoren, zodat beleidsmakers daarop kunnen inspelen. Open data zijn heel belangrijk om tot een donuteconomie te komen, zoals ook Raworth benadrukt.”

20180306 Raworth Felber6 web
© Thijs Calu

Wicked problems

In haar boek breekt Raworth ook een lans voor een overstap naar circulaire economie. “Maar tegelijkertijd durft ze er kritiek op te geven”, zegt Van Acker. “Op dit moment pakken bedrijven en beleidsmakers circulaire economie immers nog te veel gefragmenteerd aan, het zou moeten gaan om een samenspel van alle actoren die in een materialenkring een rol spelen. Ook daar zijn open data belangrijk, want die verschillende partijen moeten natuurlijk informatie delen. Wij bekijken bijvoorbeeld hoe je dat zou kunnen doen via een materialen- of productiepaspoort, iets wat ook de Europese Commissie nu propageert.”

Doughnut Economics bevat inspirerende voorbeelden, maar het is uiteraard niet zo dat Raworth oplossingen heeft voor alle problemen van vandaag, stelt Sandra Rousseau. “Daarvoor zijn wicked problems als de klimaatverandering natuurlijk ook te complex. De donut kan dienen als tool om na te denken en het boek is vooral een call to action.” Maar haar boodschap is wel optimistisch: “Raworth gelooft erin dat we een wereld kunnen creëren waarin op een duurzame manier aan de basisbehoeften van iedereen voldaan wordt, en waarin het welbevinden van de mensen op de eerste plaats komt.”

Kate Raworth is een bron van inspiratie voor studenten, besluit Klaas Collin. “Ze daagt ons uit om theorieën in vraag te stellen en toont ons dat we niet mogen blijven vastzitten in de doctrines die ons worden aangeleerd – in geen enkel wetenschapsdomein. Ze moedigt studenten aan om kritisch te zijn, om out of the box te denken en te zoeken naar oplossingen voor de problemen van vandaag. Ze herinnert ons eraan waarom we aan de universiteit zitten. Het is immers enkel door fundamentele concepten in vraag te stellen dat we de maatschappij vooruit kunnen laten gaan.”