Ga verder na de inhoud
Eredoctor Bruno Latour: “Wetenschappers zijn onze partners in een overlevingsstrijd”
© Dorothea Tuch
Diepte-interview

Eredoctor Bruno Latour: “Wetenschappers zijn onze partners in een overlevingsstrijd”

Eind jaren zeventig ontkrachtte filosoof Bruno Latour de mythes rond wetenschap. Vandaag staat hij op de barricades voor het klimaat.

16 minuten
24 januari 2021

Eind jaren zeventig ontkrachtte filosoof Bruno Latour de mythes rond wetenschap en ontdeed ze van haar goddelijke status. Vandaag staat hij op de barricades voor het klimaat en tracht hij het brede publiek ervan te overtuigen dat ecologische veranderingen en de wetenschap erachter géén mythes zijn. De toestand van de planeet is kritiek, aldus Latour, en dat vergt een nieuw soort samenleving en politiek. “De vraag is niet of we het klimaatprobleem kunnen oplossen. Het is een existentiële crisis.”

Het werk van professor Bruno Latour (1947) valt niet makkelijk in één tijdschriftartikel te vangen. De Franse filosoof, socioloog en antropoloog boog zich over de meest uiteenlopende onderwerpen, gaande van het tot stand komen van wetenschap tot het begrip moderniteit, de geschiedenis van microben en een mislukte poging om het Parijse metrosysteem te moderniseren.

Latour schreef over economie, religie, politiek en wetenschapsfilosofie – we vergeten ongetwijfeld nog enkele onderwerpen –, en werkt geregeld samen met andere wetenschappers en kunstenaars. De laatste jaren richt hij zich vrijwel volledig op geopolitiek en ecologie, maar ook dat doet hij vanuit de meest verschillende én verrassende invalshoeken. “Geen wonder dat sommige mensen mijn werk niet begrijpen”, vertelt hij ons. “Het is mijn schuld. Ik ben niet zo makkelijk vast te pinnen (lacht).”

Rationeel?

Latour komt uit een familie van welgestelde wijnboeren uit de Bourgogne, maar besefte al snel dat hij ‘iets te onhandig’ was voor het werk in de wijngaarden. Hij studeerde filosofie aan de universiteit van Dijon, waar hij geboeid raakte door epistemologie – een tak van de filosofie die uitzoekt hoe kennis tot stand komt. Zijn zigzaggende carrièrepad begint wanneer hij zich begint te interesseren voor antropologie, en die discipline vermengt met sociologie en filosofie.

De kiem daarvoor werd gelegd tijdens een verblijf in Ivoorkust. Hij werkte er als vrijwilliger mee aan een studie van de Franse overheid, die wilde uitzoeken waarom Franse bedrijven zo’n moeite hadden met het rekruteren van ‘competente’ zwarte leidinggevenden in hun voormalige kolonie. Latour zag dat binnen het antropologisch onderzoek vooral de kaart van culturele verschillen werd getrokken en dat er te weinig rekening werd gehouden met sociale factoren. Het – toen nog Franse – onderwijssysteem leerde zwarte ingenieursstudenten bijvoorbeeld enkel abstracte theorieën over machines aan, terwijl ze die machines in werkelijkheid nog nooit hadden gezien.

Als de zwarte studenten moeite hadden met het begrijpen van technische tekeningen, lag dat zogezegd aan hun ‘primitieve’, ‘Afrikaanse’ brein. “Het onderzoek was een vals opzet. Men wilde helemaal geen zwarte executives”, vertelde Latour in 2018 aan de The New York Times Magazine. “Het was racisme. Verborgen achter cognitieve, pseudohistorische en culturele verklaringen.”

Het zette Latour aan het denken. Aan de hand van etnografisch onderzoek bestuderen Westerse antropologen de gedragingen van exotische volkeren, terwijl ze zelf ontsnappen aan die antropologische blik. Maar wat als je dezelfde onderzoeksmethodes om pakweg een primitieve Afrikaanse stam te bestuderen zou toepassen op topwetenschappers – zowat het toonbeeld van ‘Westerse rationaliteit’? Latour nam de proef op de som en observeerde onderzoekers in hun voornaamste habitat: het laboratorium.

“Dat was nooit eerder gebeurd, dus ik was wel fier op die innovatie”, vertelt hij. “Via dit soort ‘symmetrische antropologie’ wilde ik komaf maken met het hele debat tussen wat ‘rationeel’ en ‘irrationeel’ is, wat ‘primitief’ en ‘modern’. Bovendien was er het heel oude idee dat wetenschap absoluut rationeel en onomstotelijk waar is, wat verschillende topics in het maatschappelijk debat verziekte, gaande van religie tot psychologie of de kunsten.”

Door de coronacrisis weet iederéén dat je de maatschappij niet kan beperken tot menselijke interactie. Virussen maken deel uit van de samenleving, en we passen er zelfs onze sociale interactie voor aan.

Laboleven

Twee jaar lang was Latour een vlieg op de muur in het gerenommeerde Salk Institute for Biological Sciences in de VS. Terwijl endocrinoloog en toekomstig Nobelprijswinnaar Roger Guillemin onderzoek deed naar neurohormonen, observeerde Latour het wetenschappelijke proces in het lab. Zijn onderzoek resulteerde in het invloedrijke boek ‘Laboratory Life’ (1979), dat hij samen met de Britse socioloog Steve Woolgar schreef.

De voornaamste stelling is dat wetenschappers een feit niet ontdekken maar ‘construeren’. Bij het tot stand brengen van wetenschappelijke kennis komt een heel techno-sociaal proces kijken: ideeën worden omgezet in experimenten, ruwe data worden geïnterpreteerd, gemanipuleerd of genegeerd en vertaald naar papers, die op hun beurt moeten worden goedgekeurd door de wetenschappelijke gemeenschap. Pas als feiten breed genoeg zijn gedragen, worden ze ‘waar’. Daarnaast zijn ook zaken van belang die je niet meteen met wetenschap zou associëren: toevalligheden, moeilijk te checken cijfers, retoriek en overtuigingskracht, bijvoorbeeld.

“Wetenschappers krijgen nooit zomaar naakte feiten onder ogen, ze moeten geproduceerd worden”, duidt Latour. “Beschermd ook, tegen misbruik door bedrijven of zelfs collega’s … Vandaag is het wellicht belangrijker dan ooit om je daarvan bewust te zijn.”

“Ik raakte toentertijd geïnteresseerd in wat het de wetenschappelijke gemeenschap mogelijk maakt om feiten te produceren. Het gaat om een wisselwerking. Naast het brein van de wetenschapper zijn instrumenten of apparaten natuurlijk belangrijk, net zoals theorieën en berekeningen. Maar ook de interactie tussen wetenschappers zélf speelt een grote rol. De zeer interessante entiteiten die elkaar proberen te overtuigen, data interpreteren, transformeren … En die tegelijk rekenschap moeten afleggen over hun handelswijze.”

De sociale dimensie van wetenschap valt dus niet los te koppelen van de feiten. In ‘Science in Action’, dat verschijnt in 1987, werkt Latour zijn gedachtegoed verder uit. Opnieuw laat hij de ‘ready made science’ zoals je aantreft in persberichten, krantenartikelen of beleidsstukken achterwege, en focust hij op ‘wetenschap in actie’.

Hij toont onder meer aan dat men wetenschappers snel met de vinger wijst als een theorie niet blijkt te kloppen of wordt ontkracht: het ligt aan menselijke slordigheden, foute berekeningen, fraude van de onderzoeker … Omgekeerd lijken de al te menselijke processen die nodig zijn om tot wetenschappelijke kennis te komen vergeten zodra een feit onomstotelijk is bewezen. De feiten hebben immers ‘altijd voor zich gesproken.’ De menselijke handelingen achter een feit worden ‘geblackboxt’.

Bruno Latour 2
© Maartje Geels

Controversieel

Latour staat inmiddels bekend als een van de wegbereiders van Science and Technology Studies, het vakgebied dat de sociale aspecten en implicaties van wetenschap bestudeert. Tegelijk leidden zijn theorieën weleens tot kritiek en controverse, niet het minst omdat ze komaf maakten met de ooit zo onaantastbare, bijna ‘goddelijke’ status van de wetenschap. “Ik probeer veeleer onverschillig te staan tegenover kritiek”, zegt hij. “Het belemmert je om verder te gaan. De opwinding over een nieuwe ontdekking vind ik veel belangrijker. Het was ook nooit mijn bedoeling om controverse te wekken. Het eredoctoraat van jullie universiteit – waar ik overigens erg vereerd door ben – wijst erop dat die theorieën al lang niet meer controversieel zijn. Ik had gewoon al vroeg gelijk (lacht).”

“In de jaren zeventig was er een enorme onwetendheid over de manier waarop wetenschap tot stand komt”, zegt hij. “Mijn onderzoek leek toen misschien vreemd, maar nu blijkt het een wapen om wetenschap te verdedigen. Tegen degenen die geloven dat pakweg klimaatverandering compleet fake news is, maar ook tegen wie gelooft dat zonder meer zeggen dat iets ‘waar’ is volstaat om mensen te overtuigen. Ik besefte veertig jaar geleden al dat beide standpunten compleet verkeerd zijn.”

In de jaren tachtig behoort Latour samen met Michel Callon en John Law tot de grondleggers van de actor-netwerktheorie, een nieuwe theorie en methode voor sociologisch onderzoek. Die stelt onder meer dat ook niet-menselijke elementen zoals technologie of natuur een rol spelen bij sociale processen én het tot stand komen van wetenschap.

Tijdens zijn onderzoek in het lab had Latour gemerkt dat niet-menselijke actoren zoals een microscoop, computer of weefselstaal een even grote rol kunnen spelen bij het tot stand komen van een wetenschappelijk feit als de onderzoekers zelf. Hoe meer ‘actoren’ betrokken zijn bij de productie van een feit – dus hoe groter het ‘netwerk’ erachter is – , hoe moeilijker het wordt om zo’n feit te weerleggen.

“Sociologen hadden lang de neiging om enkel rekening te houden met menselijke relaties, als het ging om ‘sociale relaties’”, zegt Latour. “Toen ik Pasteur en zijn onderzoek naar microben bestudeerde, werd het zonneklaar dat je de definitie van ‘samenleving’ moet uitbreiden. Door de coronacrisis weet iederéén onderhand dat je de maatschappij niet kan beperken tot puur menselijke interactie. Microben of virussen maken deel uit van de samenleving, en we passen er zelfs onze sociale interactie voor aan – met social distancing, tracing-apps of mondmaskers. Om nog maar te zwijgen over alle vormen van technologie die deel uitmaken van ons leven. Mocht sociologie enkel rekening houden met puur menselijke relaties, dan zouden we geen snars begrijpen van wat er in de wereld gaande is.”

We moeten leren leven met het feit dat we niet op tijd zullen zijn om het klimaat te redden, zonder te wanhopen. Het is geen kwestie van het probleem kunnen oplossen, het is een existentiële crisis.

Moderne mens

Het meest prangende wat daarin volgens Latour gaande is, is niet de corona- maar de ecologische crisis. De laatste jaren richt hij zich in zijn werk dan ook volop op de klimaatkwestie. Volgens Latour – en met hem vele andere wetenschappers – leven we in het antropoceen, het tijdperk waarin de aarde de gevolgen ondervindt van onze activiteit. De planeet is niet langer de bühne waarop mensen vrolijk hun gang kunnen gaan, maar een actieve speler – een actor die reageert op ons handelen en ‘terugslaat’. Latour heeft het daarbij consequent over ‘Gaia’ – naar de omstreden Gaia-hypothese van James Lovelock, die stelt dat de planeet zelfregulerend handelt om zichzelf in leven te houden.

De aanleiding voor zijn werk rond klimaat was volgens Latour niet meteen een speciale interesse in de natuur – “zoals die mensen die into bijen en insecten zijn” –, maar stroomde opnieuw voort uit zijn studie van de wetenschap. “Meer bepaald uit mijn filosofische werk rond moderniteit en hetgeen waarmee de moderniteit de natuur de laatste driehonderd jaar heeft belast”, vertelt Latour.

Hij heeft het over zijn meest bekende essay ‘Nous n'avons jamais été modernes’ (1991). Daarin maakt hij komaf met de eeuwenoude scheiding tussen cultuur en natuur. In de moderniteit heeft de mens zichzelf centraal geplaatst, boven de natuur, die hij via de wetenschap in wetten heeft weten te vangen. Maar dat betekent niet dat de maatschappij zich écht heeft losgekoppeld van de Aarde. Ook nu nog heeft de natuur onmiskenbaar een invloed op de ‘moderne’ samenleving en vice versa. We zijn, kortom, nooit ‘modern’ geweest. De ecologische crisis – het grootste gevolg van de menselijke onderwerping van de natuur – is daar het beste voorbeeld van.

Volgens Latour is de toestand van de planeet kritiek, maar waarom duurt het dan zo lang voor de mens het probleem van klimaatverandering aanpakt? “Ook dat heeft met onze moderniteitsverbeelding te maken”, zegt hij. “De reden waarom mensen zo traag reageren of helemaal geen actie ondernemen is geen cognitief probleem – het ontbreekt hen niet aan kennis. Het heeft te maken met het hele modernistische streven naar ‘vooruitgang’, doorgedreven productie en materialisme, en dat is volledig tegengesteld aan de richting die we eigenlijk uitmoeten. Ja, de mensen zijn traag, maar als je kijkt hoe ze zijn opgevoed, hoe ze geleerd hebben zich te gedragen, bijna getraind zijn door het modernisme de voorbije driehonderd jaar … Dan kán het niet snel gaan.”

Geen enkele politieke kwestie is ooit aangekaart door een staat, zonder dat er mensen waren die ze pushten.

Parlement der dingen

Latour zegt dat het te laat is om het tij nog te keren. “Ik ben niet bevoegd om te twijfelen aan wat de meeste wetenschappers zeggen. We kunnen dit niet terugdraaien, maar tegelijk moeten we leren leven met het feit dat we niet op tijd zullen zijn, zonder te wanhopen. Het is geen kwestie van het probleem kunnen oplossen, het is eerder een existentiële crisis.”

We moeten een soort nieuwe plek en een nieuwe identiteit uitvinden, meent Latour. “We bevinden ons in een staat van mutatie”, zegt hij. “En die brengt verwarring met zich mee. Zoals in Kafka’s ‘Die Verwandlung’: plots word je wakker en je bent een insect.”

Die desoriëntatie als gevolg van klimaatverandering is ook het thema van Latours meest recente tentoonstelling en boek ‘Critical Zones’ (2020), waarvoor hij zowel met collega-wetenschappers als met schrijvers en kunstenaars samenwerkte. Het uitgangspunt is dat de moderne mens schippert tussen twee werelden: één waarin ze produceren en consumeren, bezittingen hebben en zich een bepaalde levensstijl hebben aangemeten, én één waarin grondstoffen worden uitgeput, bossen worden gekapt en die geen enkele vorm van bescherming via de wet of politieke representatie geniet. ‘De wereld waarin we leven versus de wereld waarvan we leven’.

Volgens Latour begint die laatste nu te reageren op menselijke acties, terug te vechten als het ware, en kunnen we hem niet meer negeren, zoals we al te lang hebben gedaan. De twee werelden moeten worden verenigd, wat een heel nieuwe manier van leven vergt. Eén die haaks staat op de heersende opvatting van economische groei, globalisering of modernisering.

Kort samengevat: we moeten volgens Latour weer ‘landen op Aarde’. En dat vereist ook een nieuw soort politiek, waarover hij uitgebreid schrijft in zijn essay ‘Où atterrir? Comment s'orienter en politique’ (2017). Die nieuwe politieke constellatie kan niet enkel rekening houden met de mens, maar moet ook onder meer technologie en ecologie in aanmerking nemen. Politieke keuzes hebben immers een – soms dramatische – invloed op de planeet waar we ons nog te weinig van bewust zijn.

De onderlinge verwevenheid van mens en ding is niet nieuw voor Latour. Het is de basis van zijn actor-netwerktheorie en in ‘Nous n'avons jamais été modernes’ brak hij al een lans voor een ‘parlement der dingen’. Zijn essay ‘Face à Gaïa: Huit conférences sur le Nouveau Régime Climatique’ (2015) eindigt met de beschrijving van een kunstexperiment dat dit min of meer in de praktijk brengt. In 2015 werd in Parijs het ‘Théâtre des négociations’ opgevoerd. Studenten speelden de Kopenhaagse klimaatconventie na, maar ditmaal niet enkel met vertegenwoordigers van landen, maar ook met delegaties die de belangen verdedigden van niet-menselijke actoren zoals oceanen, de atmosfeer of dieren. Kwestie van met iederéén rekening te houden.

Der Maulwurf Latour 0606 web
© Dorothea Tuch

Generale repetitie

Een parlement der dingen hebben we nog niet, maar het klimaat heeft hoe dan ook de politiek van de voorbije jaren bepaald, zegt Latour, zij het dan niet in positieve zin. “Denk maar aan Trump die zich terugtrekt uit het klimaatakkoord en ‘America First’ uitroept. Dat is hetzelfde als zeggen: ‘Hier is geen klimaatverandering. Wat er met de rest van de wereld gebeurt kan ons niet schelen.’ Het is letterlijk de aarde verlaten en op een andere planeet gaan wonen. Hetzelfde geldt voor de teleurstellende klimaattop van de VN, of het beleid van Rusland, India, Brazilië of China.”

Latour vestigt zijn hoop op de EU. “Europa, terecht bekritiseerd om zijn imperialisme, loopt lichtjes voorop op het vlak van ecologische politiek”, zegt hij. “Maar dan nog: geen enkele politieke kwestie is ooit aangekaart door een staat, zonder dat er mensen waren die ze pushten.”

Latour kijkt dan ook vol bewondering naar de ‘Schoolstaking voor het klimaat’-beweging en het activisme van de Zweedse Greta Thunberg. In eerdere interviews noemde hij haar al een eigentijdse Jeanne d’Arc en zei zelfs tot tranen toe bewogen te zijn door haar speech voor de VN-klimaattop. “Ze heeft een groot verschil gemaakt. Ik zie haar als een zeer belangrijk profetisch figuur. En tegelijk heb ik me altijd zorgen over haar gemaakt. Ze zou opnieuw rustig naar school moeten kunnen gaan. Het is niet eerlijk dat zij het werk moet doen waar wij – de oudere generaties – mee bezig zouden moeten zijn. Dat we het oké vinden dat de volgorde van de generaties wordt omgedraaid, zoals ze het zelf verwoordde.”

De coronacrisis heeft de politieke en media-aandacht voor de klimaatkwestie weer naar de achtergrond gedrongen. Vindt hij het frustrerend dat landen overal ter wereld verreikende maatregelen nemen om het coronavirus te stoppen, terwijl dezelfde acties niet mogelijk zijn om het klimaat te redden? “Ik heb al vaak beargumenteerd dat de coronacrisis een link heeft met klimaatverandering, niet enkel op ecologisch vlak – het coronavirus is deels ontstaan vanwege het kappen van bossen in China door de toenemende bevolkingsgroei – maar ook in termen van administratie en politiek. Het is een generale repetitie voor wat ons nog te wachten staat.”

“De rem zetten op de ‘trein van de vooruitgang’ en op een heel korte tijd heel wat vanzelfsprekende activiteiten stopzetten zal ook belangrijk zijn in de klimaatstrijd”, aldus Latour. “Maar er zijn uiteraard verschillen. De staat heeft de autoriteit om dat soort maatregelen te nemen voor de volksgezondheid, maar voor de ecologische kwestie kan ze niet op dezelfde manier in onze levens ingrijpen. Het zou moeten, maar het kan niet. Het zou niet aanvaard worden. Terwijl de volgende crisis veel groter zal zijn.”

De coronacrisis is een generale repetitie voor wat ons nog te wachten staat met de klimaatverandering.

Niet willen weten

(Klimaat)wetenschappers spelen een enorm belangrijke rol in de strijd voor het klimaat. Tegelijk leven we in een ‘post-truth’-tijdperk waarin fake news de hele dag door wordt verspreid. Je zou kunnen stellen dat de wetenschap daardoor voor grotere uitdagingen dan ooit staat …

“Wetenschappers zijn altijd in de minderheid geweest, en het is nooit makkelijk geweest om radicaal nieuwe ideeën ingang te laten vinden”, zegt Latour. “Het was niet makkelijker voor Descartes in de zeventiende eeuw dan voor wetenschappers vandaag. Wél anders is dat wetenschappers mensen moeten bereiken die op verschillende planeten tegelijk proberen te leven, zoals ik eerder zei. Mensen die geen oren hebben naar klimaatverandering. Je mag nog over zoveel feiten beschikken, zoveel lezingen geven, je zal hen niet overtuigen.”

“Sommige mensen kiezen ervoor om in een andere werkelijkheid te leven. Kijk – opnieuw – naar de VS: eerst zaten we met Trump en nu is er QAnon, dat de meest bizarre complottheorieën verkondigt. En hierna zal er wellicht nog iets veel belachelijkers opduiken.”

“Wetenschappelijke informatie kan maar zoveel doen”, zegt Latour. “Om ervoor te zorgen dat ze begrepen wordt heb je nood aan heel sterke instituties, en coherente mensen. We moeten dus ook niet te hard zijn voor wetenschappers omdat ze hun feiten niet aan de man kunnen brengen. Soms is het hun eigen schuld maar er speelt ook iets anders. ‘De wil om niet te weten.’ Negeren waar je je eigenlijk bewust van bent, om bijvoorbeeld toch maar de economie vooruit te stuwen en te kunnen blijven doen waar je mee bezig bent. Dat is heel pervers, en lijkt me nieuw, eigen aan deze tijd.”

Latour blijft zijn werk geduldig verderzetten. De voormalig professor sociologie aan Sciences Po Paris mag dan wel met emeritaat zijn, hij is er de man niet naar om op zijn lauweren te rusten. Hij zet wereldwijd verscheidene tentoonstellingen op poten en geeft overal in Frankrijk lezingen voor een breed publiek. Hij wil het gesprek tussen wetenschappers en de burger in een nieuwe richting sturen, maar doet naar eigen zeggen niet aan ‘wetenschapscommunicatie’.

“Omdat de nadruk daar te veel op ‘educatie’ ligt”, vertelt hij. “Dat volstaat niet, zeker niet nu wetenschappers zo’n gebrek aan autoriteit hebben. Het laatste wat je nu moet doen, is hen laten overkomen als schoolmeesters. We zijn partners in een overlevingsstrijd, da’s iets anders (lacht).”