Ga verder na de inhoud
Duurzaamste vis ter wereld
Onderzoek

Duurzaamste vis ter wereld

In wereldprimeur ontwikkelden bio-ingenieurs van KU Leuven de duurzaamste voeding en kweekwijze voor de omegabaars.

6 minuten
02 juni 2020

In wereldprimeur ontwikkelden bio-ingenieurs van KU Leuven de duurzaamste voeding en kweekwijze voor de omegabaars. Die is vegetarisch, bulkt van de gezonde vetten én is vriendelijk voor het milieu.

‘Haring in het land, dokter aan de kant.’ Het is maar een van de gezegdes die aangeven hoe gezond vis eten is. Vis is magerder dan vlees of zuivel, bevat veel eiwitten en essentiële, onverzadigde vetzuren. Dat is dan wel op voorwaarde dat de vis geen antibiotica of microplastics bevat. De enthousiaste consumptie van vis heeft bovendien kwalijke gevolgen zoals overbevissing – wilde vissen worden massaal gevangen – en vervuiling – kweekvissen groeien op in kooien waardoor het zee- of rivierwater vervuild geraakt.

Met het oog op een meer duurzame, gezonde toekomst startte KU Leuven daarom in 2009 een onderzoeksprogramma naar een vissoort die die schadelijke fenomenen countert en te kweken is voor menselijke consumptie. Een zoetwatervis zuiver op de graat: gezond, lekker, lokaal en ecologisch.

Omegabaars social

50 in plaats van 7.000 liter water

De zoektocht brengt bioloog dr. Ivo Roelants, werkzaam bij Leuven Research & Development, en Bruno Goddeeris, professor biologie en dierenarts van het Departement Biosystemen van de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van KU Leuven, naar de Billabong, draslandgebieden in het noorden van Australië. Daar leeft de jadebaars, een robuuste soort die zowel gedijt in een zoete als in een brakke omgeving. Hij groeit snel en heeft weinig plaats, water en voedsel nodig. Het produceren van een kilo ervan vraagt maar 50 liter water. Ter vergelijking: voor andere vissen in gesloten kweekcircuits is 250 liter nodig, voor een kilo rundsvlees zelfs 7000 liter. Bovendien volstaat 700 gram voeding om een jadebaars van 500 gram te kweken.

Na verschillende vissen te hebben ingevoerd en geproefd, besluiten Goddeeris en Roelants dat ze de juiste vis aan de haak hebben geslagen. Maar hoe kunnen ze hem aan KU Leuven kweken? Op dat moment gebruikt niemand voor de kweek van de jadebaars aquacultuur, maar dat is een onmisbare schakel in dit duurzame verhaal. Er wordt gekozen voor een water- en energiezuinig systeem dat recirculerend water zuiver en kiemvrij houdt: Recirculating Aquaculture System.

Dankzij onderzoekskapitaal van de provincie Vlaams-Brabant is het daarna alleen nog zoeken naar de juiste wetenschapper om in de Leuvense context de juiste kweekwijze en voeding te ontwikkelen.

Omegabaars kruishoutem 3

Boordevol omega-3-vetzuren

Stijn Van Hoestenberghe blijkt de geknipte man. Hij raakte als kind gefascineerd door goudvissen, als duiker begeesterd door de kwetsbare schoonheid van de oceaan, als bioloog gepassioneerd door duurzame viskweek. Hij heeft eerder al zeebaarzen gekweekt in Spanje en gamba’s op de Seychellen, en keert nu terug naar zijn alma mater om daar een doctoraat over de jadebaars te beginnen. Zodra hij de vistanks, inclusief vier meter hoge filters, met de hulp van de technische staf van KU Leuven heeft geïnstalleerd in het oude Instituut voor Bacteriologie, gaat hij van start.

Stijn Van Hoestenberghe
Stijn Van Hoestenberghe

Hij doopt de jadebaars om tot omegabaars vanwege zijn hoge gehalte aan omega-3-vetzuren, zelfs hoger dan in zalm of makreel. Ons lichaam heeft die onverzadigde vetzuren nodig, maar kan ze niet zelf aanmaken en moet ze dus uit voedsel halen. In de praktijk lukt dat bij veel mensen nog te weinig omdat ze te eenzijdig eten. De omegabaars kan het voor hen meteen een stuk gemakkelijker maken.

Bovendien blijkt het – misschien wel het belangrijkste – een erg smaakvolle vis, een beetje zoals zeebaars of goudbrasem. Je kan hem traditioneel bereiden, gepaneerd of gebakken, maar dankzij zijn stevige structuur en nootachtige smaak is hij ook geschikt voor sushi, tartaar of carpaccio. Zijn hoge vetgehalte maakt hem dan weer ideaal om te roken, terwijl zijn gebrek aan graten en milde smaak zelfs de meest kieskeurige kinderen kunnen verleiden. Ook Jeroen Meus gaat meteen overstag en spreekt over een “verrassende vis met karakter en tal van culinaire mogelijkheden”.

100% vegetarisch

Meus kan met een gerust hart koken, want de Leuvense omegabaars groeit op in een gesloten systeem van zuiver regenwater, vrij van antibiotica en microplastics. Bovendien ontwikkelt het lab waar Van Hoestenberghe werkt een volledig plantaardig dieet, en dat is een wereldprimeur: alleen in België is er vegetarische kweekvis. Gekweekte zalm, kabeljauw, tong of zeebaars wordt doorgaans gevoed met korrels van vismeel en visolie, waarvoor er dus nog altijd kleinere, wilde soortgenoten moeten worden gevangen. Voor een kilo kweekzalm is bijvoorbeeld drie kilo wilde vis nodig – nefast voor het visbestand, de biodiversiteit en andere eters zoals de pinguïns.

Na jaren van studie komt Van Hoestenberghe tot een unieke mix van lokaal geteelde zaden en granen die genoeg proteïnen, vetten en suikers biedt. Omdat de omegabaars zich niet territoriaal gedraagt, kan er meer dan 100 kilo geproduceerd worden in één kubieke meter water. Hij blijkt ook weinig vatbaar voor ziektes.

Het nieuws van deze “duurzaamste vis ter wereld” verspreidt zich als een lopend vuurtje en Van Hoestenberghe wil zoveel mogelijk consumenten laten meegenieten. Aqua4C, een spin-off van KU Leuven, ziet in 2013 het licht. De toenmalige minister van Landbouw en Omgeving Joke Schauvliege legde in Kruishoutem de eerste steen. Vandaag wordt er 100 ton omegabaars per jaar gekweekt, zo’n 200.000 stuks. Afnemers zijn niet alleen Carrefour, Spar en Albert Heijn, maar ook sterrenzaken in Vlaanderen en Wallonië.

Omegabaars kweken

De vis van de toekomst

Aqua4C, dat nog altijd steun krijgt van KU Leuven, zet nog een stap verder in zijn innovatieve kweekproces door als eerste aquacultuurbedrijf de handen in elkaar te slaan met een tuinbouwcollega, het naburige Tomato Masters. Er ontstaat een echte synergie, een model van landbouwintegratie.

De tomatenserres vangen regenwater op waarvan tot 30.000 liter per jaar gebruikt wordt om de 27 grote betonnen visbassins mee te vullen. Dat water wordt op de ideale kweektemperatuur van 27 graden gehouden dankzij de groene energie, geproduceerd uit de warmte van de serres. Omgekeerd blijkt het afvalwater van de bassins – na filtering en zuivering – een natuurlijke bron rijk aan essentiële plantvoedingsstoffen zoals stikstof, fosfor, kalium, calcium, ijzer en magnesium. Ze doen de tomaten beter groeien, waardoor Tomato Masters minder nutriënten moet toevoegen. Het is een volledig circulair deelsysteem.

Omegabaars 20160613 omegabaars14

Bio-ingenieur Charles-Aimé Fransman, ook een doctorandus van Goddeeris, legt op dit moment de laatste hand aan een onderzoek naar de lokale reproductie van de omegabaars. Dat zorgt ervoor dat Aqua4C het hele proces onder controle kan houden en dus de gezondheid, zuiverheid en duurzaamheid van zijn vissen kan garanderen. Het is immers niet meer afhankelijk van de import van vis, en weert zo het daarmee samenhangende gevaar op ziektes.

De Leuvense onderzoekers geloven rotsvast dat de omegabaars de vis van de toekomst is. Hij heeft een minimale ecologische voetafdruk omdat hij een plantaardig dieet heeft en dus niet rooft op het visbestand in zee, hij kan eenvoudig lokaal worden gekweekt en vervuilt dus minder door transport, hij gaat overbevissing tegen en verlaagt de nood aan intensieve, en soms voor de natuur schadelijke massaveeteelt. Hij is ook vrij van metalen, antibiotica en microplastics én maakt een verlaagd watergebruik voor voedselproductie mogelijk.

“Verwacht wordt dat we de huidige hoeveelheid gekweekte vis tegen 2040 wereldwijd moeten verdubbelen om aan de stijgende vraag te voldoen. We hebben dus een fundamenteel herdachte visserij nodig”, zegt Van Hoestenberghe. “We geloven dat wij de sleutel in handen hebben tot échte verandering, en dat is ook onze uitgesproken ambitie.”

Binnenkort klinkt de tegelwijsheid dus wellicht anders: ‘Omegabaars in het land, dokter én pollutie aan de kant.’