Ga verder na de inhoud
De islam in Europa: een eeuwenlange knipperlichtrelatie
Onderzoek

De islam in Europa: een eeuwenlange knipperlichtrelatie

KU Leuven-onderzoekers nemen de turbulente relatie van de islam en het Westen onder de loep.

8 minuten
17 juni 2021

Bedreigen moskeeën, hoofddoeken en de ramadan het seculiere Westen of zijn het louter bouwstenen van een cultureel diverse samenleving? Onderzoekers van het Leuvens Centrum voor Islamstudies nemen de turbulente relatie van de islam en het Westen onder de loep.

De islam is een van de snelst groeiende religies ter wereld. Tegen 2050 zal ongeveer tien procent van de Europese bevolking moslim zijn. Toch stoten zichtbare geloofsuitingen nog vaak op argwaan en krijgen vooral misvattingen over de islam gehoor. Hoe zijn het Westen en de islam na eeuwenlange interactie verstrikt geraakt in vooroordelen? Dat wordt onderzocht in het vorig jaar opgerichte Leuvens Centrum voor de Studie van de Cultuur en Samenleving van de Islam.

Institutionalisering versus secularisering

De aanwezigheid van de islam in Europa gaat terug tot de middeleeuwen, maar neemt pas na de Tweede Wereldoorlog een andere wending. Door de toenemende industrialisatie kampt naoorlogs West-Europa met een groot tekort aan laaggeschoolde arbeidskrachten. West-Europese landen werven daarom vanaf de jaren zestig gastarbeiders aan uit Turkije en Marokko. “De islamitische identiteit van buitenlandse arbeiders bleef toen grotendeels onder de radar”, zegt professor arabistiek en islamkunde Amr Ryad, hoofd van het Centrum voor Islamstudies. “Turkse en Marokkaanse moslims gingen uit van een tijdelijk verblijf in het gastland waar ze arbeid verrichtten en hadden daarom minder behoefte aan een institutionalisering van hun geloof.”

Maar West-Europa blijft tot ver in de jaren zeventig afhankelijk van gastarbeid. “Steeds meer Turkse en Marokkaanse mannen laten daarom ook hun vrouw en kinderen overkomen. Met die gezinshereniging groeit bij de islamitische gemeenschap de nood aan religieuze instituties zoals gebedshuizen, scholen en slagerijen.”

Tegelijkertijd voltrekt zich in westerse landen een secularisatieproces waarbij religie steeds meer naar het privédomein wordt geduwd. “Vooral het christendom – de overheersende godsdienst in West-Europa – is gedurende de laatste decennia verschoven naar de rand van het maatschappelijke leven”, vertelt professor Jan De Volder, titularis van de Cusanus Leerstoel Religie, Conflict en Vrede. “Die ontwikkeling zet zich voort en staat haaks op die van de islam: jongere generaties moslims zijn vaak net minder geseculariseerd dan de eerste generatie gastarbeiders.”

Die samenloop in West-Europa van institutionalisering van de islam enerzijds en ontkerkelijking anderzijds veroorzaakt een spanningsveld. “Een voorbeeld daarvan vind je in het debat rond de erkenning en de financiering van moskeeën”, zegt professor antropologie Nadia Fadil. “Nu de kerken leeglopen, rijst – vooral vanuit vrijzinnige milieus – de vraag of de overheid religies überhaupt nog moet ondersteunen.”

Erediensten vallen al sinds de oprichting van België onder het gezag van de staat. “De nieuwe Belgische staat was bang voor de macht van de Kerk en zag in de financiering van erediensten een manier om controle te houden. Tegelijk oordeelde de staat dat het christendom als waardevol onderdeel van de samenleving ondersteuning verdiende.”

Diezelfde controlelogica keert verscherpt terug in discussies rond de financiering van de islam. Minder dan bij het christendom speelt de redenering dat de islam vanuit een intrinsieke waarde moet worden ondersteund. “Het hoofdargument om de islamitische eredienst te financieren is controle”, zegt professor Fadil. “De redenering is dat de staat zo meer greep krijgt op wat er in moslimgemeenschappen gebeurt.”

Het hoofdargument om de islamitische eredienst te financieren is dat de staat zo meer greep krijgt op wat er in moslimgemeenschappen gebeurt.

Homegrown terrorisme

Tegelijk met het tanen van de invloed van de Kerk verdwijnt ook de fascinatie voor het islamitische geloof. “Aan het begin van de twintigste eeuw werden Oosterse culturen vereenzelvigd met de islam”, zegt professor Fadil. “Vandaag maken we in het Westen een onderscheid tussen cultuur en religie.” De interesse voor Midden-Oosterse en Maghrebijnse culturen blijft overeind, terwijl de islam negatiever benaderd wordt. “Dat stamt uit een algemene afwijzing van religie. In het geseculariseerde Westen wordt geloof doorgaans als iets controlerends en beperkends gezien. Dat weerspiegelt zich in die afkerige houding tegenover de islam.”

Tijdens de Iraanse Revolutie aan het einde van de jaren zeventig ontstaat in Europa voor het eerst een angst voor fundamentalisme en wordt, bovenop de westerse afkeer van religie, specifiek de islam in een kwaad daglicht geplaatst. “Zo keren westerse landen zich aan het einde van de jaren tachtig tegen de islamitische hoofddoek, omdat die gezien wordt als een symbool van fundamentalisme en onderdrukking.”

Vanaf de jaren 2000 komt de dreiging dichterbij: moslimextremisten plegen dan de eerste terroristische aanslagen tegen het Westen. Vooral sinds 9/11 groeit de angst voor homegrown terrorisme, waarbij de dader zijn eigen land als doelwit neemt. Met de moord op Theo van Gogh in 2004 en de terroristische aanslagen in Londen in 2005 neemt dat gevoel alleen maar toe. “In westerse landen wordt de analyse gemaakt dat een gebrek aan integratie kan leiden tot radicalisering”, zegt professor Fadil. “Plots worden alle moslims potentiële geradicaliseerden.”

Dat religie niet zomaar zal uitdoven, staat als een paal boven water. Door de geschiedenis heen en ook vandaag blijft atheïsme de uitzondering.

Radicalisering of stigmatisering?

Dat gevoel van dreiging wordt nog dominanter als in 2013 het verhaal van enkele Syriëstrijders publieke aandacht krijgt, en bereikt in ons land een hoogtepunt in 2016, met de aanslagen in Brussel en Zaventem. Als antwoord daarop ontspringen er heel wat lokale deradicaliseringsacties. “In de moslimgemeenschap heerst bezorgdheid om jongeren te verliezen aan een extremistisch gedachtegoed. Daarom zijn er in ons land veel bottom-up initiatieven die inzetten op preventie en zo ook een antwoord willen bieden op repressieve maatregelen vanuit de overheid.”

In haar onderzoek staat professor Fadil stil bij het begrip radicalisering. Al te vaak scheert die term diverse groepen over één kam: “Mensen die hun afkeer voor het systeem op een vocale manier uitdrukken, worden onder dezelfde noemer geplaatst als individuen die zich aangetrokken voelen tot extremisme. Het is ook belangrijk om een onderscheid te maken tussen een wezenlijke bedreiging en wat ‘religieus anders’ is: een hoofddoek of een baard is geen teken van radicalisering.”

Als orthodox-religieuze praktijken geïnterpreteerd worden als symptomen van extremisme, draait een deradicaliseringsbeleid al snel uit op stigmatisering. “Bovendien zijn het niet alleen getrainde professionals die radicalisering opsporen. Ook leerkrachten, verpleegsters en jeugdverenigingen houden een oogje in het zeil. Maar door surveillance over te laten aan leken, hoe kritisch die zich ook proberen op te stellen, vergroot je de kans dat moslimjongeren zich geviseerd gaan voelen", zegt professor Fadil.

Dat heeft een averechts effect: een deradicaliseringsbeleid kan daardoor net groepen uit elkaar drijven. Een focus op tekenen van radicalisering laat ook geen ruimte voor analyse van de context. “Hoe komt het dat bepaalde jongeren zich aangetrokken voelen tot een extremistisch gedachtegoed? Die inzichten kunnen uitdraaien op verbinding, terwijl een focus op symptomen ons verder van elkaar afduwt.”

Uit onderzoek komt naar voren dat jongeren die naar Syrië trekken zich niet in eerste instantie laten leiden door geloof. Religie blijkt ondergeschikt aan andere beweegredenen, zoals de aantrekkingskracht van een oorlogscontext, maar ook persoonlijke redenen en ervaringen met discriminatie en uitsluiting in eigen land. “Religie fungeert daarbij als een taal die de keuze om te vertrekken kan legitimeren”, zegt professor Fadil.

Desecularisatie speelt niet alleen in de islamitische wereld, maar doet zich ook voor binnen andere religies, zoals het orthodoxe christendom, het katholicisme en het neo-protestantisme.

God als toetssteen

Zichtbare uitdrukkingen van geloof worden niet alleen gekoppeld aan radicalisering, maar ook aan onderdrukking, stelt professor Fadil. “In het sterk geseculariseerde Westen staan waarden zoals vrijheid en emancipatie gelijk aan loskomen van politieke of religieuze autoriteit. Onderwerping aan geloof wordt binnen een individualistische cultuur geïnterpreteerd als een begrenzing van de autonomie. Moslims die zich laten leiden door islamitische voorschriften worden daarom vaak neergezet als ‘ongeëmancipeerd’ of ‘onderontwikkeld’.”

In haar onderzoek toont professor Fadil aan dat ook zich onderwerpen aan geloof tot vrijheid en emancipatie kan leiden. “Vrome moslims geven aan dat ze zich pas vrij zijn beginnen voelen op het moment waarop ze hun leven op een islamitische manier zijn gaan inrichten. Door God als toetssteen te gebruiken, zijn ze niet langer bezig met wat anderen van hen denken, maar vooral met wat God van hen verwacht.”

Omdat moslims, net zoals vrijzinnigen trouwens, leven volgens sociale regels en voorschriften, veronderstelt afstand nemen van religie een hersocialisatie. Moslims die hun geloof hebben verlaten, beschrijven hoe ze zich moesten conformeren aan nieuwe waarden en normen om seculier te worden. “Secularisatie is geen natuurlijk proces”, zegt professor Fadil. “Religie maakt deel uit van onze samenleving en zal niet zomaar verdwijnen als we eenmaal allemaal ‘ontwikkeld’ zijn.”

Revival van religies

Volgens professor De Volder is godsdienst verketteren geen heilzame weg voor de toekomst. “Natuurlijk is de geloofsafval in West-Europa een ongezien fenomeen. Nog nooit werd een religieuze traditie zo collectief de rug toegekeerd”, zegt hij. “Maar dat religie niet zomaar zal uitdoven, staat als een paal boven water. Door de geschiedenis heen, en ook vandaag, blijft atheïsme de uitzondering. In deze geglobaliseerde wereld ervaren zowel migranten als autochtonen een gevoel van ontworteling. Bij de zoektocht naar een eigen identiteit blijft spiritualiteit een essentiële rol spelen.”

Religie zal niet uitsterven, volgens de onderzoekers, maar zal steeds herontdekt worden. Zo beleven West-Europese grootsteden een religieuze revival die niet uitsluitend het resultaat is van moslimmigratie, zegt professor De Volder. “Desecularisatie speelt niet alleen in de islamitische wereld. Het doet zich ook voor binnen christelijke stromingen, zoals het orthodoxe christendom, het katholicisme en het neo-protestantisme.”

Na eeuwen vol interactie en conflicten, hebben de islam en Europa nog heel wat van elkaar te ontdekken, volgens professor Ryad: “De moslimgemeenschap is divers en beantwoordt niet aan de stereotypen waarmee we voortdurend geconfronteerd worden. Met genuanceerd wetenschappelijk onderzoek kunnen we binnen het Leuvens Centrum voor Islamstudies die dominante beeldvorming trachten te counteren en te ontkrachten.”

“We willen naast het zwart-witverhaal ook de grijze zones belichten”, aldus professor Ahaddour. “En dat vanuit verschillende onderzoeksdisciplines. Bedoeling is om versnipperde onderzoeksprojecten te bundelen en zo voort te bouwen op de bestaande expertise aan KU Leuven.” Zo wil het onderzoekscentrum uiteindelijk een rol spelen in een zoektocht naar verbinding.