Ga verder na de inhoud
De grillen van de Nijl
© Marc Ryckaert
Onderzoek

De grillen van de Nijl

Een Leuvens onderzoeksteam bestudeert sedimentstalen die leren hoe de Nijl in het oude Egypte precies liep.

9 minuten
09 september 2020

Een Leuvens onderzoeksteam haalt in en rond het Egyptische Dayr al-Barsha niet alleen archeologische vondsten uit de bodem, maar ook sedimentstalen die leren hoe de Nijl in het oude Egypte precies liep. De rivier was eigenzinniger dan we tot nu toe dachten, zo blijkt. En dat inzicht is van groot belang voor het werk van egyptologen.

Al twintig jaar doet een interdisciplinair team onder leiding van egyptoloog Harco Willems archeologisch onderzoek naar oud-Egyptische rotsgraven in de omgeving van Dayr al-Barsha. De site is het meest bekend van het prachtig gedecoreerde graf van Djehoetihotep, een provinciegouverneur die 4000 jaar geleden leefde in Midden Egypte. De Leuvense opgravingen leveren ieder jaar nieuwe vondsten op en de onderzoekers zetten ook digitale archeologie in om de site te reconstrueren.

De coronacrisis betekende een streep door de rekening voor het team. Begin maart reisden ze nog wel naar Caïro af, in de hoop aan de jaarlijkse opgravingscampagne te kunnen beginnen, maar ze konden niet doorreizen naar de archeologische site. Ze keerden nog net op tijd terug naar Leuven alvorens de luchthaven gesloten werd.

Aardwetenschapper Willem Toonen had de voorbije jaren gelukkig al veel gegevens verzameld voor zijn onderzoek. Aan de hand van grondboringen tracht hij in kaart te brengen hoe het landschap – en met name de ligging van de Nijl – in de loop der eeuwen geëvolueerd is. Met die kennis kunnen ook de egyptologen hun voordeel doen …

Het Leuvense team aan de slag in Dayr al-Barsha
Het Leuvense team aan de slag in Dayr al-Barsha

Buitenbeentje

De eerste reeks verkennende boringen – verricht door professor Gert Verstraeten – waren voornamelijk bedoeld om het antieke rivierlandschap aan de oostoever van de Nijl in kaart te brengen. Hij boorde onder meer in het huidige dorp Dayr al-Barsha om te achterhalen waar de oever van de rivier destijds precies lag.

Toen Willem Toonen in 2015 bij het team kwam, deed ook hij boringen in het dorp, in de hoop daar archeologische sporen te vinden. De heilige graal in die zoektocht is een kolossaal beeld van Djehoetihotep, dat op een wand van zijn graftombe afgebeeld staat. Gezien de gedetailleerde beschrijving die erbij staat, heeft het beeld waarschijnlijk echt aan de toenmalige oever van de Nijl gestaan, maar tot op heden is er nog niets van teruggevonden.

Voortbouwend op het werk van professor Verstraeten wou Willem Toonen ook de historische ligging van de Nijl ruimer in kaart brengen, met uitgebreid booronderzoek op de westeroever. Tijdens de opgravingscampagnes is Willem dan ook een buitenbeentje. Als de egyptologen ’s ochtends van het basiskamp naar de archeologische site lopen, kiest hij in een pick-uptruck volgeladen met boormateriaal zijn eigen pad en gaat de groene vallei in.

Ook aan boord van de truck: een crew van enkele enthousiaste locals die inmiddels volleerde boordeskundigen zijn. Met hun hulp maakt Willem op vooraf uitgetekende lijnen van 10 à 15 kilometer dwars over het Nijldal om de 200 meter een grondboring. “We gebruiken een mechanische hamer die gemaakt is om asfalt te bikken, maar in ons geval zit er een holle boorpijp van een meter aan vastgemaakt”, vertelt Willem. “Die pijp heien we de grond in en halen we vervolgens met een grote krik weer naar boven. Dat herhalen we een aantal keer, en zo gaan we tot 10 meter diep.”

Naast de mechanische percussieboor wordt soms ook deze ‘Edelman-handboor’ gebruikt.
Naast de mechanische percussieboor wordt soms ook deze ‘Edelman-handboor’ gebruikt.

“Op die manier krijg ik dus grondstalen van telkens een meter lang, die ik vervolgens sedimentologisch ga beschrijven: waar zit er zand, waar zit er klei, en wat zijn de kenmerken van het sediment … Ik bestudeer onder meer korrelgrootte, sortering en kleur, met tal van handige veldmethoden. Voor de kleur gebruik ik bijvoorbeeld een color chart zoals je die ook in verfwinkels hebt: een waaier met kleurtjes die ik naast het staal leg. Als ik de corresponderende kleur gevonden heb, noteer ik de code. Dat doe ik gewoon op de plek zelf, want ik heb geen laboratorium tot mijn beschikking en de autoriteiten staan niet toe dat we de sedimentmonsters meenemen uit Egypte.”

Veelzeggend zand

Aan de hand van wat hij vindt, kan Willem een reconstructie van het landschap maken: “Pakketten van zand zijn in veel gevallen gevormd door snel stromend water in een geul”, legt hij uit. “Klei is dan weer bezinksel in stilstaand water en wijst dus op een meer of een overstromingsvlakte – de Nijl kende elk jaar een overstromingsperiode. Als de boringen het beeld opleveren van een zandstrook met aan weerszijden op elkaar gestapelde lagen klei, weet ik dus: hier heeft de Nijl ooit gestroomd.”

Als vuistregel wordt aangenomen dat iedere duizend jaar één meter aan klei vormt in het Nijldal. De diepteligging van de sedimenten geeft Willem dus een ruw idee van hun ouderdom: “Als ik bijvoorbeeld zand vind op twee meter onder het oppervlak, dan weet ik: het is ongeveer 2.000 jaar oud en dateert dus uit de Romeinse tijd. Ligt het op veel grotere diepte, dan is het een stuk ouder, bijvoorbeeld uit het Oude Rijk – de tijd waarin de piramiden van Gizeh werden gebouwd.”

Potscherven die hij occasioneel vindt tijdens de boringen kunnen helpen om de sedimenten preciezer te situeren in de tijd: “Meestal zijn het kleine fragmenten, maar soms vinden we ook grotere stukken met een karakteristieke sliplaag, een coating die het mogelijk maakt om vrij nauwkeurig te dateren. Dat kan overigens ook op basis van andere karakteristieken, zoals het materiaal waarvan de pot gemaakt is of sporen van bepaalde productietechnieken. De ceramologen in ons team kunnen vertellen hoe oud een scherf ongeveer is en wat voor type pot het oorspronkelijk was.”

“Zo hebben we in de ondergrond van Ashmunayn – midden in het Nijldal, ongeveer 10 kilometer ten westen van Dayr al-Barsha – honderden potscherven gevonden in een aantal van onze boringen. Uit oude teksten en eerdere archeologische vondsten was al bekend dat daar ongeveer 4.500 jaar geleden de provinciehoofdstad uit het Oude Rijk moet hebben gelegen, maar nu hebben we ook feitelijk aangetoond dat er in die tijd bewoning was. Het is ook de plek waar de gouverneurs vandaan kwamen die in Dayr al-Barsha begraven liggen.”

Detail van een boorkern uit de overstromingsvlakte van de Nijl. Op sommige plekken is een snelle opeenvolging van zandlaagjes te vinden in plaats van de gebruikelijke kleiafzettingen. Die zandlaagjes zijn karakteristiek voor wisselende stroomsnelheden van water, en wijzen er dus op dat de Nijl daar ooit gestroomd heeft.
Detail van een boorkern uit de overstromingsvlakte van de Nijl. Op sommige plekken is een snelle opeenvolging van zandlaagjes te vinden in plaats van de gebruikelijke kleiafzettingen. Die zandlaagjes zijn karakteristiek voor wisselende stroomsnelheden van water, en wijzen er dus op dat de Nijl daar ooit gestroomd heeft.

Bokkensprong

De bevindingen van Toonen werpen een nieuw licht op de evolutie van de ligging van de Nijl. Tot recent baseerden de meeste egyptologen zich op een landschapsmodel dat in de jaren zeventig door de Duits-Amerikaanse geograaf en archeoloog Karl Butzer ontwikkeld werd: de Eastern Migration Premise. Butzer stelde dat de Nijl al meanderend – door zijn buitenbochten uit te slijten – in de loop der tijd naar het oosten van het dal is opgeschoven.

“Op zich heeft hij niets fout gedaan,” zegt Willem Toonen, “maar zijn model was gebaseerd op een aantal historische kaarten, tekstuele bronnen, luchtfoto's en welgeteld zes boringen. Al bij al een vrij beperkte dataset, en toch zijn velen zijn visie als een zekerheid gaan zien, wellicht bij gebrek aan een alternatief. De bevindingen van onze huidige studie, en die van een aantal andere onderzoeken, passen echter totaal niet in dat traditionele model.”

Ceramologen Stan Hendrickx en Kylie Cortebeeck onderzoeken potscherven die Willem Toonen bovenhaalde tijdens een boring nabij Ashmunayn. Hun analyse bevestigde dat daar de provinciehoofdstad uit het Oude Rijk heeft gelegen.
Ceramologen Stan Hendrickx en Kylie Cortebeeck onderzoeken potscherven die Willem Toonen bovenhaalde tijdens een boring nabij Ashmunayn. Hun analyse bevestigde dat daar de provinciehoofdstad uit het Oude Rijk heeft gelegen.

Met zijn boringen krijgt Willem Toonen een accurater beeld van de bokkesprongen van de Nijl. Want dat woord blijkt van toepassing. “In een groot gedeelte van het gebied waar de Nijl volgens het model van Butzer ooit gestroomd en zich verplaatst moest hebben, vonden we nergens zand. Daar kan de rivier dus nooit hebben gelopen. Wel vonden we circa 1 kilometer brede banen van zand onder Ashmumayn en nabij Dayr al-Barsha. Dus weten we: op deze twee plekken liep ooit de Nijl, en in de tussenliggende gebieden heeft hij niét gestroomd.”

Dat betekent dat de Nijl niet geleidelijk aan naar het oosten is opgeschoven, maar plots een zijweg is ingeslagen. Of beter: zelf een nieuwe stroomroute heeft gemaakt. “De rivier heeft op zeker moment tijdens een overstroming een nieuwe, gunstigere weg gevonden na een doorbraak van een oever; dat noemen we avulsie. Zo is op een tijdspanne van 100 à 200 jaar – in geologische termen is dat ‘plotseling’ – een nieuwe geul gevormd. Ashmunayn lag toen ineens niet meer aan de rivier, terwijl Dayr al-Barsha aan de oevers van de nieuwe rivier kwam te liggen. ”

Op deze historische kaart van de Nijldal uit de tijd van Napoleon zijn de oude lopen van de Nijl aangeduid die het Leuvense team vond. De oranje baan toont de hoofdgeul van de Nijl gedurende het Oude Rijk, toen de rivier langs Ashmunayn (het rondje) liep. Die loop is plotseling verplaatst naar de paarse baan, die langs Dayr al-Barsha (het vierkantje) loopt. De zwarte pijl geeft de riviermigratie aan volgens het model van Butzer, maar de reconstructie van Willem Toonen en zijn collega’s laat dus zien dat de Nijl grote gebieden heeft ‘overgeslagen’ en het bodemarchief daar dus ook niet verstoord heeft. De groene baan is een Nijlloop uit de Grieks-Romeinse tijd.
Op deze historische kaart van de Nijldal uit de tijd van Napoleon zijn de oude lopen van de Nijl aangeduid die het Leuvense team vond. De oranje baan toont de hoofdgeul van de Nijl gedurende het Oude Rijk, toen de rivier langs Ashmunayn (het rondje) liep. Die loop is plotseling verplaatst naar de paarse baan, die langs Dayr al-Barsha (het vierkantje) loopt. De zwarte pijl geeft de riviermigratie aan volgens het model van Butzer, maar de reconstructie van Willem Toonen en zijn collega’s laat dus zien dat de Nijl grote gebieden heeft ‘overgeslagen’ en het bodemarchief daar dus ook niet verstoord heeft. De groene baan is een Nijlloop uit de Grieks-Romeinse tijd.

Necropool aan de Nijl

Boringen die Willem Toonen voor een ander project deed in de omgeving van Luxor bevestigen dit model van stroombedverlegging door avulsie. Binnen de egyptologie is het een compleet nieuwe kijk op de manier waarop het rivierlandschap door de tijd verandert, een inzicht dat ook belangrijke gevolgen heeft.

Voor egyptologen is het van groot belang om te weten hoe de Nijl door de eeuwen heen gelopen heeft. Op plaatsen waar de rivier gestroomd heeft, valt er voor hen doorgaans weinig te onderzoeken: door erosie is het bodemarchief er verstoord of compleet weggespoeld. Maar een heel gebied waarvoor dat volgens Butzer het geval was, heeft dus wel degelijk nog historisch materiaal in de bodem zitten en is dus potentieel van hoge archeologische waarde.

Voor de Leuvense egyptologen in Dayr al-Barsha past de nieuwe kijk op de loop van de Nijl beter in de puzzel die ze leggen. “De tak van de Nijl die Willem op het spoor kwam, gaat linea recta naar een ander grafveld dat tot onze concessie behoort, op 5 kilometer van Dayr al-Barsha”, zegt professor Harco Willems. “Toen de Nijl daar nog stroomde, was dát de begraafplaats voor de provinciale gouverneurs en was er dus een directe waterweg tussen de provinciehoofdstad en de begraafplaats. De boringen bevestigen dat die riviergeul later is gaan verzanden. Toen hebben ze Dayr al-Barsha gekozen als nieuwe locatie voor een grafveld.”

Waarom wilden de Egyptenaren eigenlijk een plek in de buurt van de Nijl om hun belangrijke doden te begraven? “Het wiel was nog niet uitgevonden, dus hadden ze voor elitebegravingen de rivier nodig om onder meer de lijkkisten – die soms een ton wogen – per schip te vervoeren. Maar wat in het geval van Dayr al-Barsha zeker ook heeft meegespeeld, is dat elitegraven bij voorkeur op imposante locaties hoog in de rotsen uitgehouwen werden. De plek had met andere woorden meerdere troeven.”

Uit het onderzoek kunnen we ook lessen trekken over de impact van klimaatverandering op het ‘gedrag’ van rivieren, en over de relatie tussen de natuur en de mens in het verleden.

Klimaatlessen uit de bodem

De Leuvense onderzoekers willen de boringen de komende jaren verderzetten om het beeld van het historische landschap te verbreden en te verfijnen. Ze werken ook aan een proposal voor een Europees trainingsnetwerk, zodat ook collega’s die in andere delen van Egypte werken kennis en onderzoekstechnieken kunnen uitwisselen en kunnen bijdragen aan de landschapsreconstructie.

Uit het onderzoek kunnen we ook lessen trekken over de impact van klimaatverandering op het ‘gedrag’ van rivieren, zegt Willem Toonen: “Zo zijn er herhaaldelijk periodes van grote droogte geweest in het Oude Egypte; de meest bekende aan het eind van het Oude Rijk. De voor landbouw belangrijke rivieroverstromingen van de Nijl bleven gedurende enkele eeuwen uit – mogelijk met hongersnood en politieke onrust tot gevolg – en neventakken van de rivier werden onbevaarbaar en verzandden.”

“Daar valt veel uit te leren over de relatie tussen de natuur en de mens in het verleden. Ons onderzoek kan helpen om dat didactische verhaal te vertellen. Veel mensen zien de archeologie nog altijd als een soort hobby, maar haar inzichten zijn erg relevant voor onze tijd. En dat geldt zeker als je wil weten hoe mens en natuur op elkaar reageren, ook vandaag.”

Steun het onderzoek

Archeologen graven naar het rijke verleden van Dayr al-Barsha. Ook u kunt uw steentje bijdragen.