Ga verder na de inhoud
Architectuur ontwerpen zonder drempels
Onderzoek

Architectuur ontwerpen zonder drempels

Universal design is architectuurontwerp dat met iederéén rekening houdt, en gebouwen of omgevingen zo inclusief mogelijk maakt.

10 minuten
23 november 2020

Universal design is architectuurontwerp dat met iederéén rekening houdt, en gebouwen of omgevingen zo inclusief mogelijk maakt. Of je op de heenweg nu gebruikmaakt van een blindengeleidehond of rolstoel, je in gebarentaal de weg moet vragen, of een buggy of plooifiets meezeult, je eindbestemming moet bereikbaar én toegankelijk zijn. KU Leuven-architect Marc Dujardin is één van de grondleggers van universal design in België.

Zelf zullen we hoogstens eens zuchten wanneer een gebouw van vier verdiepingen geen lift blijkt te hebben. Wanneer de toegangsdeur een log geval is dat meer spierkracht vereist dan ons fitnessabonnement oplevert, de gebrekkige akoestiek gesprekken omvormt tot kakofonieën of we onze ogen dienen dicht te knijpen om de lettertjes van de wegbewijzering te lezen.

Voor mensen met een fysieke, visuele, auditieve of andere functiebeperking ligt het anders. Voor hen kunnen die weliswaar ergerlijke, maar ogenschijnlijk kleine obstakels onoverkomelijke hindernissen vormen. Universal design wil die hindernissen wegwerken. Professor architectuur Marc Dujardin noemt het eerst en vooral een ‘ontwerpattitude’. “Bij universal design komt het erop neer om gebouwen, producten of omgevingen voor iedereen toegankelijk en makkelijk bruikbaar te maken, zonder dat je er te veel de nadruk op legt”, zegt hij. “Het moet ‘opvallend onopvallend’ zijn.”

Dropped curb

Universal design is in de jaren zestig ontstaan in de VS, om tegemoet te komen aan de noden van gehandicapte oorlogsveteranen, vertelt Dujardin. Rond die tijd zag je daar in het straatbeeld ook de ‘dropped curb’ of verlaagde stoeprand verschijnen. Een goed voorbeeld van universal design, omdat het de noden van één specifieke groep overstijgt en voor iedereen bijdraagt aan toegankelijkheid. “Zo’n ‘dropped curve’ is niet enkel handig voor mensen in een rolstoel, die anders moeilijk de stoep op zouden geraken, maar evengoed voor iemand met een kinderbuggy of voor skaters”, zegt Dujardin. “Bovendien is het geheel normaal geworden. Niemand kijkt er nog van op.”

Vanaf het moment dat je de eerste lijn van een ontwerp op papier zet, ben je als architect bezig met het wegwerken óf creëren van obstakels, vertelt Dujardin. “En die obstakels zijn er niet enkel voor mensen met een functiebeperking. Iemand kan bijvoorbeeld ook ‘situationeel gehandicapt’ zijn. Denk aan een vader of moeder met een dubbele kinderwagen, die een lift niet binnen kan omdat ze niet breed genoeg is, of hinder ondervindt omdat er overal kleine trapjes zijn.”

Vaak lijkt het om kleine, makkelijk te integreren dingen te gaan. “Rolstoelgebruikers zijn bijvoorbeeld gebaat bij een inkom met een hellend vlak in plaats van een trap, een verlaagde baliedesk of liftknoppen die niet verticaal maar horizontaal staan. Mensen met een visuele beperking help je dan weer met bewegwijzering in braille, of met toiletten in contrasterende kleuren, omdat wie slecht ziet moeilijk een deur vindt in een volledig uniform gekleurde ruimte ...”

Naast fysieke drempels heb je uiteraard ook mentale drempels. “Veel theaterzalen hebben bijvoorbeeld een inkom met trappen, waardoor rolstoelgebruikers binnen moeten langs een aparte ingang, vaak zelfs een dienstingang. Iemand in een rolstoel wordt dus gescheiden van zijn gezelschap en voelt zich meteen geviseerd. In sommige zalen moet een rolstoelgebruiker dan ook nog eens helemaal alleen voor de eerste rij in de zaal gaan zitten, omdat er geen plaats is voorzien naast de gewone zitjes. Erg stigmatiserend, natuurlijk. En het kan nog erger: op de trein hoorde ik een conducteur ooit verkondigen dat er vertraging was opgelopen omdat er iemand in een rolstoel aan boord moest worden gehaald …”

UD APP MATRIX HOME PAGE

Toevallig toegankelijk

In België vind je her en der goede voorbeelden van universal design – denk aan het Havenhuis in Antwerpen, de Gentse bibliotheek ‘De Krook’ en de Ghelamco Arena, waarvoor werd samengewerkt met toegankelijkheidsambtenaren – maar in het buitenland staat men toch verder, zegt Dujardin.

“Vooral in de Scandinavische landen is het een topprioriteit. Kijk maar naar het metrostelsel in Kopenhagen. Aan de perrons heb je waarschuwingsnoppen voor mensen met een visuele beperking en glazen wanden, zodat niemand op de sporen kan belanden. Wanneer de metro arriveert schuiven brede uitsparingen in die wanden open op de drempelloze plekken waar zich de deuren van het metrostel bevinden. Voor rolstoelgebruikers of fietsers zijn aparte ruimere wagons voorzien, die je ook nog eens makkelijk herkent omdat ze een eigen kleur hebben meegekregen.”

Soms wordt een gebouw ook per toeval inclusiever, zegt Dujardin. “In de foyer van het concertgebouw in Brugge heb je een plafond met twee verschillende hoogtes. Dat deden de architecten in de eerste plaats voor de esthetiek en ruimtelijkheid, maar het levert ook voordelen op voor blinde of slechtziende bezoekers. Wanneer we door een ruimte wandelen slaan we beelden op, zodat we makkelijk onze weg terugvinden. Bij blinden is dat anders: zij baseren zich op geluid en akoestiek. Dus doordat die akoestiek in het concertgebouw anders is in de twee delen van de foyer, weten ze aan welke kant de zaal zich bevindt en aan welke kant de lift. Daar moet je als architect dan uit leren, vind ik. Dat inzicht meenemen bij je volgende ontwerp.”

Universal design toepassen op nieuwbouw is één ding, maar hoe maak je historische gebouwen toegankelijk? “Dat is natuurlijk een pak moeilijker, maar niet onmogelijk”, zegt Dujardin. “Het Fort Napoleon in Oostende is bijvoorbeeld zo toegankelijk mogelijk gemaakt voor de rolstoel of kinderwagen – niet evident als je je bedenkt dat zo’n fort in de eerste plaats is ontworpen om mensen buíten te houden (lacht). En ook het Louvre is een mooi voorbeeld. De piramide op de binnenplaats, die dienstdoet als hoofdingang, heeft naast een majestueuze wenteltrap ook een lift waar je tot borsthoogte inzit. Of je nu de trap of de lift neemt: je krijgt dezelfde architectonische ervaring van die ruimte. Ingenieus bedacht, mooi én een manier om stigma weg te nemen.”

Ervaringsdeskundigen

Dujardin werkt al zo’n drie decennia rond universal design. Zijn eerste ervaring met de nood aan toegankelijkheid deed hij op tijdens zijn studie architectuur, zij het dan niet tijdens maar náást de lessen. “Een van mijn medestudenten kreeg een motorongeluk en raakte verlamd”, vertelt hij. “Dus samen met wat studiegenoten zorgden we ervoor dat er een gehandicaptenparkeerplaats voor de school kwam en dat de ingang bereikbaar werd voor rolstoelen. Ik heb ook zelf een andersvalide zoon, en die heeft mijn interesse voor universal design nog verder aangewakkerd en uitgediept. Hij is mijn grote inspiratiebron, de reden waarom ik doe wat ik doe.”

Bij ontwerpworkshops probeert professor Dujardin zijn studenten bewust te maken van het nut van universal design. Daarvoor doet hij geregeld een beroep op ervaringsdeskundigen. “Mensen met een functiebeperking die de studenten mee begeleiden”, vertelt hij. “De praktijkkennis en inzichten die deze mensen aanbrengen in die workshops zijn van onschatbare waarde. Zo kan een blinde persoon bijvoorbeeld wijzen op het belang van akoestiek of een rolstoelgebruiker aangeven dat een hellend vlak voor iedereen een wereld van verschil maakt. Het maakt universal design begrijpelijk voor studenten. Als ze eenmaal hebben samengewerkt met zo’n ervaringsdeskundige verandert hun mindset en begrijpen ze waarom inclusief ontwerpen zo belangrijk is.”

Ik heb een andersvalide zoon en hij heeft mijn interesse voor universal design nog verder aangewakkerd en uitgediept. Hij is mijn grote inspiratiebron, de reden waarom ik doe wat ik doe.

Service learning

Dujardin werkt ook al jarenlang aan de uitbouw van een ‘tactiele bibliotheek met spraaktechnologie’, die opmerkelijke Belgische gebouwen en het ontwerpverhaal erachter in kaart brengt voor personen met een functiebeperking. Deze UDL-boxen (Universal Design for Learning Tools) kunnen daarnaast ook gebruikt worden als onderwijsinstrumenten voor studenten met een beperking die een studie architectuur willen volgen.

“Als studenten inspiratie zoeken, gaan ze naar de bibliotheek en bekijken daar dan boeken met foto’s van en info over bekende architectuurontwerpen. Maar voor iemand met een visuele beperking is dat bijvoorbeeld niet mogelijk. Met een UDL-box van een bepaald gebouw kan dat wél. Zo’n box bestaat uit een aantal bevoelbare plaquettes. Daarop staat bijvoorbeeld info over het gebouw, zowel in gewone tekst als in braille, een plattegrond of doorsnede, en uitleg van de architect over het ontwerp. Op elke plaquette kleeft een magnetische sticker die je met je smartphone kan scannen, waarna je de audio-uitleg krijgt …”

“Iemand met een visuele beperking, die op dit moment niet kan deelnemen aan architectuuronderwijs, zou dat met behulp van die tools wél kunnen en zo kennis opdoen over architectuur”, zegt Dujardin. “Zo’n student hoeft niet per se zélf architect te worden, net zoals niet iedereen die geneeskunde studeert dokter wordt. Maar nog, deze studenten kunnen een inspiratiebron zijn om de kijk op architectuur vanuit het onderwijs creatief te verbreden, te verdiepen en bovenal te vermenselijken.”

In de box bevindt zich ook telkens een film waarin de toegankelijkheid van het gebouw in kwestie door de studenten wordt nagegaan. “Als je aan een toegankelijkheidsbureau vraagt om zoiets te testen, krijg je een verslag met heel wat technische info: deze deur moet zoveel centimeter breder zijn, deze muren hebben de verkeerde kleur, dit obstakel moet uit het gangpad worden verwijderd … Met zo’n film doe je eigenlijk hetzelfde, maar je kan je veel beter inleven in de persoon met een functiebeperking.”

“Studenten filmen bijvoorbeeld de toegang tot een gebouw vanuit het standpunt van iemand in een rolwagen, volgen een blinde die op tal van obstakels stoot, of gaan een beperking zelf simuleren. Op die manier breng je ook het soms stigmatiserende effect van architectuur in beeld. Bovendien is het een mooi voorbeeld van ‘service learning’, waar de universiteit op dit moment sterk op inzet. Ik hoop dan ook dat de vicerector Diversiteit en Studentenbeleid zal overwegen om de prototypes van de UDL-box in te zetten bij haar werk om de universiteit inclusiever te maken.”

Voelmaquette

Een ander voorbeeld van universal design kan je vinden in de Gentse stadsbibliotheek ‘De Krook’. Daar bevindt zich een voelmaquette waarvoor Dujardin het prototype ontwierp in opdracht van stad Gent, om ook mensen met een visuele, motorische of andere handicap de kans te geven om de stad vanuit diverse invalshoeken te ervaren.

“Een spin-off project van mijn internationale ontwerpworkshops”, vertelt hij. “Die voelmaquette is een multi-sensorieel meubel dat je onder meer info geeft over de bouwplannen van stad Gent, haar markante gebouwen of de meeste toegankelijke toeristenroutes. Via verschillende zintuigen kan je informatie over de stad opvragen. Van de vier torens van Gent zijn 3D-modellen gemaakt, die blinde mensen kunnen bevoelen. Wanneer je op zo’n gebouw drukt, licht het op, en krijg je daar bijvoorbeeld info over. Dat kan door uitleg via een koptelefoon, zodat iemand met een visuele beperking kan volgen, en tegelijk zie je op een videoscherm iemand die het verhaal vertelt in gebarentaal, voor doven.”

Professor Dujardin (links) bij de voelmaquette in De Krook, samen met Lyonchoen Jigme Thinley, de voormalige eerste minister van Bhutan (midden). Naast hen architect en voormalig UD-student Robin Julien (rechts), die als assistent van de toegankelijkheidsambtenaar van de Stad Gent de voelmaquette bouwde naar een prototype van Dujardin.
Professor Dujardin (links) bij de voelmaquette in De Krook, samen met Lyonchoen Jigme Thinley, de voormalige eerste minister van Bhutan (midden). Naast hen architect en voormalig UD-student Robin Julien (rechts), die als assistent van de toegankelijkheidsambtenaar van de Stad Gent de voelmaquette bouwde naar een prototype van Dujardin.

Dujardin is daarnaast ook bezig met de ontwikkeling van een app rond universal design. “Een programma op de computer of smartphone dat studenten architectuur kunnen raadplegen bij het maken van hun ontwerpen”, legt hij uit. “Het is eigenlijk bedoeld als manier om de kennis van de ervaringsdeskundigen ergens op te slaan, en schetsmatig weer te geven. Als een student bezig is aan het ontwerp van pakweg een foyer, kan hij via die app checken met welke hindernissen of gevoeligheden hij rekening moet houden als hij het gebouw toegankelijk wil maken.”

Dujardin hoopt dat universal design ooit de maatstaf voor een goed architectuurontwerp wordt. “Het moet eerder de regel dan de uitzondering zijn”, besluit hij. “Nog te veel architecten gaan louter voor esthetiek en beschouwen ‘toegankelijkheid’ als iets dat erbij komt. Terwijl je perfect een inclusieve omgeving kan ontwerpen die er ook nog eens mooi uitziet, als je er al van begin af aan rekening mee houdt. Er valt dus alleen maar bij te winnen.”

Universal Design vergt in alle opzichten een doorgedreven vorm van interdisciplinariteit. Dujardins jarenlange intensieve samenwerking met professor cultuurantropologie Patrick Devlieger, in het kader van hun gezamenlijk onderzoeksthema ‘Enabling Disability Studies & Designing for Multi-Sensoriality’, hertaalt zich in de vorm van een nieuwe interfacultaire elective – Design Anthropology. Daarin gaan studenten architectuur en antropologie synergetisch aan de slag om actuele thema’s rond inclusie theoretisch onderbouwd en creatief te onderzoeken, en tot cultuurruimtelijke oplossingen te komen die ze zonder die wisselwerking nooit zouden kunnen bedenken.

Steun het onderzoek

Met vernieuwend onderzoek en uw steun maken we de leefomgeving van mensen met een beperking (nog) inclusiever.