Ga verder na de inhoud
Alumnus Elias El Kharraz “Met mijn botten in de modder”
KU Leuven - RS
Alumnus

Alumnus Elias El Kharraz “Met mijn botten in de modder”

Oudstudent Elias El Kharraz is als burgerlijk ingenieur aan de slag bij het grootste bouwbedrijf van het land.

3 minuten
10 juni 2021

Vroeger bouwde Elias El Kharraz (28) constructies uit legoblokjes, vandaag doet hij dat met staal en beton. Als kind kon hij geen werf passeren zonder even te blijven staan kijken. Tijdens zijn studie ingenieurswetenschappen bouwkunde, optie civiele techniek, stak hij graag de handen uit de mouwen. Jarenlang had hij een studentenjob bij een aannemer, waar hij metselde, timmerde en elektriciteit leerde leggen ... “Voor mij was dat een welkome aanvulling op de destijds nogal theoretische studie. Ik had nood aan praktijk. Daarom heb ik ook twee vrijwillige stages gedaan. Eentje bij Jan De Nul, waar ik mocht meewerken aan de renovatie van een waterzuiveringsinstallatie in Genk. En later één voor DEME in Ghana, waar golfbrekers werden aangelegd om de erosie van de kust tegen te gaan. Er kwamen mastodonten van graafmachines aan te pas, honderdtonners. Voor mij was dat de hemel op aarde (lacht).”

Na zijn afstuderen kon Elias aan de slag bij DEME. “Ik heb er enkele jaren offshore gewerkt, om windmolens te bouwen op de Noordzee, voor de kust van ons land en ook andere landen aan de Noordzee. Heel boeiend om met die gigantische machines te mogen werken, maar ik miste het botten-in-de-moddergevoel. Ik ben dan mogen doorschuiven naar de civiele afdeling en zo heb ik een jaar gewerkt aan de bouw van een tunnel in Leiden.”

“Ik moet er niet aan denken om ergens op een kantoor te gaan zitten.”

Vorig jaar vond Elias de tijd rijp om terug naar België te komen. Sinds april werkt hij voor Besix aan een project langs het Albertkanaal, in opdracht van De Vlaamse Waterweg: “We vernieuwen hier driehonderd meter loskade, waar grondstoffen worden gelost voor de betoncentrale die hier gevestigd is. Ik leid het project op mijn eentje, onder toeziend oog van mijn projectleider, en dus vervul ik zowel de functie van werkvoorbereider als die van werfleider. Dat betekent dat ik zowat de helft van de tijd buiten mag doorbrengen: zorgen dat de vakmannen de plannen juist uitvoeren, problemen oplossen, … Op dit project werken zo’n vijftien arbeiders. Wat ik hen vraag om te doen, probeer ik ook altijd zelf eens van nabij te bekijken en te voelen. Met mijn laarzen in de modder dus (lacht). Zo kom je tot de beste ideeën en oplossingen.”

“De andere helft van de tijd besteed ik aan de technische voorbereiding: materialen bestellen, uitdenken hoe we het ontwerp gaan uitvoeren. Zo hebben we er hier voor gezorgd dat de kade grotendeels buiten het water wordt opgebouwd, in plaats van de arbeiders in het water te laten werken aan de bekisting. Dat is comfortabeler voor hen en het zorgt ook voor een hogere kwaliteit.”

“Ik moet er voorlopig niet aan denken om de werf te verlaten en ergens op een kantoor te gaan zitten. Het zijn lange dagen, ik werk zowat van zeven tot zeven, en ook op zaterdagvoormiddag, maar alles loopt vlot en het eindresultaat mag gezien worden. Dat is het mooiste aan deze business, vind ik: je denkt iets uit, dan mag je het bouwen en tot slot is daar een zichtbaar product. Het is heel voelbaar wat je doet. Net zoals die Legoconstructies vroeger (lacht).”

(ivh)

Ook gepubliceerd in...

Sonar

Zomer 2021